H.P. Blavatsky: Geselecteerde artikelen
Deel 1: 1874 – 1882

isbn 9789491433122, paperback, eerste druk 2015, bestel boek

© 2015  Theosophical University Press Agency, Den Haag

 

      Inhoudsopgave     

 

Transcendente fysica1

1. Transcendental Physics, Londen 1880. Een verslag van experimenteel onderzoek uit de wetenschappelijke verhandelingen van Johann Karl Friedrich Zöllner, professor in de fysische astronomie aan de universiteit van Leipzig; lid van de Royal Saxon Soc. of Sciences, enz., uit het Duits vertaald, met een voorwoord en appendices, door Charles Carleton Massey van Lincoln’s Inn, advocaat (vice-voorzitter van de Theosophical Society).

[‘Transcendental physics’, The Theosophist, februari 1881, blz. 95-7; CW 3:14-20]

Zoals vorige maand werd opgemerkt, is het nu wereldbekende boek van prof. Zöllner over zijn experimenteel onderzoek naar de theorie van een vierde dimensie van de ruimte, met medewerking van dr. Henry Slade, het Amerikaanse spiritistische medium, een van de meest waardevolle boeken die ooit over mediamieke verschijnselen zijn verschenen. Het moderne spiritisme heeft bijna evenveel boeken voortgebracht als een vrouwelijke haring eieren; en op een paar na hadden ze allemaal net zo goed niet hoeven te verschijnen. Maar zo nu en dan brengt het onderzoek naar dit onderwerp een werk voort dat een blijvende bijdrage levert aan de vooruitgang van de wetenschap. En prof. Zöllners boek behoort tot die categorie. Het is het verslag van een reeks zittingen of seances met een van de meest begaafde ‘mediums’ van onze tijd.

Slade is iemand die omgeven schijnt te zijn door een aura of magnetische sfeer waarvan de voorwerpen om hem heen zo doordrenkt raken dat ze uiteen kunnen vallen en zich ook weer tot een geheel kunnen verenigen afhankelijk van de wensen van een of andere intelligente macht die hoort, toestemt, wil en uitvoert. Hij gelooft dat het de om hem heen zwevende ziel van zijn overleden vrouw is, die echter haar plaats tijdelijk aan andere ‘geesten’ zou afstaan om hun eigen boodschappen aan hun eigen (nog levende) vrienden in hun eigen respectieve talen te geven – talen die noch Slade noch zij ooit heeft gekend. De meeste mediums brengen een of twee soorten verschijnselen voort die karakteristiek voor hen zijn. Zo bracht William Eddy wandelende en soms sprekende figuren van overleden mensen voort; de dames Thayer uit Amerika en Guppy-Volckmann uit Engeland produceren bloemenregens; de gebroeders Davenport lieten losse handen uit het raam van hun kabinet verschijnen, en muziekinstrumenten die door de lucht vlogen; Foster laat met bloed geschreven namen verschijnen onder de huid van zijn arm, en pikt dezelfde namen uit een aantal beschreven briefjes die op een tafel zijn uitgestrooid, enz.

Slade’s belangrijkste specialiteit is om automatisch schrift op een lei voort te brengen onder de strengste testomstandigheden; maar soms is hij ook helderziend, laat etherische figuren in de kamer verschijnen, en in het bijzijn van prof. Zöllner bracht hij een reeks ongewone en verbazingwekkende verschijnselen teweeg die aantonen dat stof door stof heen kan gaan. Hierbij moet worden opgemerkt dat deze geleerde uit Leipzig een van de meest eminente astronomen en natuurkundigen is. Hij is ook een diepzinnig metafysicus, de vriend en gelijke van de knapste Duitse denkers van deze tijd. Hij heeft lang het vermoeden gehad dat er, naast lengte, breedte en dikte, een vierde dimensie van de ruimte zou kunnen zijn, en dat, als dit zo is, dit een andere bestaanswereld zou betekenen die verschilt van onze driedimensionale wereld, met haar eigen bewoners die passen bij haar vierdimensionale wetten en omstandigheden, zoals wij bij de onze van drie dimensies. Hij was niet de grondlegger van deze theorie; Kant en later Gauss, de metafysische meetkundige, hadden eerder op de mogelijkheid ervan gewezen. Maar zolang het niet experimenteel was aangetoond, bleef het zuiver verstandelijke speculatie, totdat het Zöllner lukte om het vraagstuk op te lossen en zijn prominente collega’s Weber, Fechner en Scheibner te overtuigen. De publicatie van de resultaten van deze experimenten heeft in de hele wetenschappelijke wereld grote belangstelling gewekt, en de discussie tussen de groepen vooruitstrevende en conservatieve denkers wordt druk en zelfs fel voortgezet. Onze ruimte laat niet toe dat we prof. Zöllners boek uitgebreid bespreken, en omdat het in de bibliotheek van iedereen die beweert verstand te hebben van de onderwerpen kracht, stof en geest niet mag ontbreken, kan het aan de lezer worden overgelaten om het grootste deel van de verbazingwekkende inhoud van het boek daarin zelf te vinden.

Samengevat zijn dit de feiten: Zöllner begint met de stelling dat als we ter wille van de redenering uitgaan van het bestaan van een wereld met vier dimensies en vierdimensionale bewoners, laatstgenoemden in staat moeten zijn het eenvoudige experiment te verrichten om stevige knopen in een touw zonder einde te leggen. Want de vierde dimensie van de ruimte – of, laten we zeggen, de vierde eigenschap van de stof – moet doordringbaarheid zijn. Daarom nam hij, toen hij wist dat het medium Slade naar Leipzig zou komen, een touw, bond de twee uiteinden samen, en verzegelde ze met was waarop hij zijn eigen zegel stempelde. Slade kwam en de professor ging met hem aan een tafel zitten, in helder daglicht, met hun vier handen op de tafel. Slade’s voeten waren in het zicht, en het touw ‘zonder einde’ met het verzegelde uiteinde lag op de tafel onder de duimen van de professor, en de lus ervan hing naar beneden en rustte op zijn schoot. Het was de eerste keer dat Slade van dit soort experimenten had gehoord, en niemand had ze ooit met een medium gedaan. Binnen enkele seconden voelde de professor een lichte beweging in het touw – dat niemand aanraakte – en toen hij ernaar keek, zag hij tot zijn verrassing en vreugde dat zijn wens was vervuld. Maar in plaats van één waren er vier knopen in zijn touw gelegd. Voor een wetenschapper zoals hij was dit resultaat, hoewel veel minder sensationeel dan honderden mediamieke verschijnselen, een even definitief en belangrijk bewijs voor de theorie van vier dimensies, als de val van een appel voor Newton om zijn onsterfelijke theorie over de zwaartekracht te bevestigen. Hier was duidelijk een voorbeeld van stof die door stof heen gaat, kortom, de hoeksteen van een heel stelsel van kosmische filosofie. Dit experiment heeft hij vaak en in het bijzijn van verschillende getuigen herhaald. Als extra proef bedacht hij om twee ringen te maken uit twee soorten massief hout – één van eikenhout en één van elzenhout – die hij reeg aan een darmsnaar. Hij reeg er ook een bandje zonder einde aan, dat hij als ring uit een blaas had gesneden. Daarna verzegelde hij de einden van zijn snaar zoals in het vorige experiment, en net als toen hield hij het zegel op de tafel onder zijn beide duimen, en liet de lus met de beide houten ringen en het bandje of de ring, die van de blaas afkomstig was, tussen zijn knieën hangen. Slade en hij zaten – ook nu in het volle daglicht – aan twee kanten van de tafel, met alle handen in het zicht, en de voeten van het medium waren waar de professor ze kon zien. Vlakbij de achterkant van de tafel stond een theetafeltje waarvan het ronde blad rustte op een stevige middenpoot die uitliep in drie pootjes. Na een paar minuten hoorde hij gerammel bij de kleine drievoet, alsof hout tegen hout aansloeg; dit geluid werd drie keer herhaald. Ze stonden op van hun stoel en keken rond; de houten ringen waren verdwenen uit de darmsnaar zonder einde; men ontdekte dat er in de snaar zelf twee losse knopen waren gelegd waardoorheen het bandje zonder einde van de blaas onbeschadigd hing. En waar waren de twee massief houten ringen? Ze zaten om de middenpoot van de drievoet, zonder enige scheuren in hun vezels of in die van de tafelpoot zelf! Hier was een blijvend, onomstotelijk bewijs dat stof door stof heen kon gaan; kortom, voor de gewone mens een ‘wonder’.

Talrijke andere soortgelijke verschijnselen werden verricht tijdens de 30 zittingen die prof. Zöllner met Slade hield. Hiertoe behoren munten die uit een hermetisch verzegelde doos worden gehaald, en die door het tafelblad heen op een lei komen te liggen, die horizontaal tegen de onderzijde van het tafelblad werd gehouden; terwijl tegelijkertijd twee griffels die bij het begin van het experiment op de lei waren gelegd, na afloop in de verzegelde doos werden teruggevonden. Ook gebeurde het dat twee afzonderlijke leren banden zonder einde die losjes onder de handen van prof. Zöllner op de tafel waren gelegd, onder zijn eigen handen in elkaar werden gevlochten, zonder dat de zegels werden verbroken of enige schade aan de vezels van het materiaal werd toegebracht. Een boek uit zijn bibliotheek dat op een lei werd geplaatst die Slade half onder de rand van de tafel hield, verdween; en nadat de aanwezigen vijf minuten lang vergeefs in de hele kamer ernaar hadden gezocht en weer aan de tafel waren gaan zitten, viel het onmiddellijk met een smak van het plafond van de kamer op de tafel. De kamer was verlicht, de seance was om acht uur ’s ochtends, en het boek viel uit de tegenovergestelde richting van die waar Slade zat; een menselijke hand kon het dus niet hebben neergegooid. Het tafeltje dat eerder werd genoemd, begon bij één gelegenheid, terwijl niemand het aanraakte, langzaam heen en weer te schommelen. Wat er verder gebeurde, zullen we dr. Zöllner zelf laten beschrijven:

De bewegingen werden al snel groter, en het hele tafeltje dat zich in de richting van de speeltafel bewoog, ging daaronder liggen, met de drie pootjes naar mij toegekeerd. Noch ik, noch Slade leken te weten hoe het verschijnsel zich verder zou ontwikkelen,1 want een minuut lang gebeurde er helemaal niets. Slade stond op het punt om de lei en griffel te pakken om de ‘geesten’ te vragen of we nog iets mochten verwachten, toen ik nog eens beter wilde bekijken hoe het tafeltje onder de speeltafel lag. Tot mijn eigen en Slade’s grote verbazing zagen we dat de ruimte onder de speeltafel volkomen leeg was, en we konden het tafeltje dat slechts een minuut eerder voor onze zintuigen aanwezig was, ook niet in de rest van de kamer terugvinden. In de verwachting dat het weer zou verschijnen, gingen we weer aan de speeltafel zitten. Slade zat vlak naast mij aan dezelfde kant van de tafel tegenover de kant waar het ronde tafeltje eerst had gestaan. We hadden daar misschien vijf of zes minuten gespannen zitten wachten op wat er zou gebeuren, toen Slade plotseling opnieuw zei dat hij lichten in de lucht zag. Hoewel ik zoals gewoonlijk niets van dien aard kon zien, volgde ik toch automatisch met mijn blik de richtingen waarin Slade zijn hoofd wendde, en al die tijd bleven onze handen voortdurend op tafel liggen, over elkaar (über einander liegend); onder de tafel rustte mijn linkerbeen bijna voortdurend over de hele lengte tegen Slade’s rechterbeen aan, wat geheel onopzettelijk gebeurde en kwam doordat we zo dicht naast elkaar zaten aan dezelfde kant van de tafel. Toen ik vol verwachting en verbazing in verschillende richtingen de lucht inkeek, vroeg Slade me of ik de grote lichten niet zag. Ik antwoordde duidelijk ontkennend; maar toen ik mijn hoofd draaide om Slade’s blik naar het plafond van de kamer achter me te volgen, nam ik plotseling op een hoogte van ongeveer 1,5 m de tot dusver onzichtbare tafel met zijn poten omhoog waar, die snel door de lucht naar beneden schoot bovenop de speeltafel. Hoewel we instinctief ons hoofd opzij bogen, Slade naar links en ik naar rechts, om niet door het vallende tafeltje te worden verwond, kregen we beiden toch, vóór het ronde tafeltje bovenop de speeltafel landde, zo’n harde klap aan de zijkant van ons hoofd dat ik de pijn aan de linkerkant vier uur na de gebeurtenis, die om ongeveer half twaalf plaatsvond, nog voelde.

1. Het gebeurde zo vaak dat zware voorwerpen in beweging kwamen terwijl Slade ze onmogelijk kon aanraken, dat we de beweging van het tafeltje beschouwden als slechts het begin van meer verschijnselen [voetnoot van Zöllner].

Het Engels sprekende publiek is veel verplicht aan Massey voor zijn vertaling en samenvatting van de Duitse uitgave van dr. Zöllners werk. Zijn zelfopgelegde en geheel belangeloze taak (hij heeft er geen financieel voordeel bij) was des te moeilijker omdat hij het Duits bijna volledig zelfstandig had aangeleerd, en zijn goede vertaling van het werk van die schrijver is daarom nog bewonderenswaardiger. In een voorwoord van 40 bladzijden introduceert Massey de verschillende personen die bij de gedenkwaardige experimenten in Leipzig betrokken waren, en toont duidelijk aan dat ze oprecht en betrouwbaar zijn; terwijl hij in een aanhangsel van nog eens 20 bladzijden helder en duidelijk het punt behandelt van de twee kanten van de stelling dat bewijsmateriaal, voordat het aanvaard wordt, in verhouding moet staan tot de waarschijnlijkheid of onwaarschijnlijkheid van het te bewijzen feit.

Het zal onze lezers, en misschien het publiek, interesseren de omstandigheden te vernemen die aanleiding gaven tot Slade’s bezoek aan Europa in 1877, dat zulke opzienbarende resultaten heeft opgeleverd. In de winter van 1876-77 besloten de professoren aan de Keizerlijke Universiteit van St. Petersburg – op aandringen van een hoge autoriteit – een commissie te vormen voor wetenschappelijk onderzoek van mediamieke verschijnselen. De Russische keizerlijke staatsraad, Alexander Aksakov, die nu een officiële functie in de Theosophical Society vervult, en het onderwerp lange tijd had bestudeerd, werd uitgenodigd om hen daarbij te helpen. Daarom vroeg hij aan kol. Olcott en de redactrice van dit tijdschrift, die toen beiden in Amerika waren, om uit de beste Amerikaanse mediums iemand te kiezen die ze aan de commissie konden aanbevelen. Een zorgvuldig onderzoek vond toen plaats, en Slade werd om de volgende redenen uitgekozen: (1) Al zijn verschijnselen vonden plaats in het volle licht; (2) Ze waren van zodanige aard dat ze wetenschappers konden overtuigen dat daarbij feitelijk een kracht optreedt, en dat er geen bedrog en goochelarij in het spel was; (3) Slade was bereid om aan alle redelijke testomstandigheden te voldoen en aan wetenschappelijke experimenten mee te werken, en hij was intelligent genoeg om zich bewust te zijn van de waarde daarvan. Nadat hij zich drie maanden lang had onderworpen aan een onderzoek door een bijzondere commissie van onze leden, speciaal voor dat doel door voorzitter Olcott gekozen uit de sceptici in onze Society, en nadat de commissie een gunstig rapport had uitgebracht, werd hij aan Aksakov aanbevolen. Na enige tijd werd de keuze goedgekeurd, het geld voor Slade’s reis werd ons toegestuurd, en het medium vertrok vanuit New York via Engeland naar Rusland. Zijn verdere avonturen, waaronder zijn arrestatie en terechtstelling in Londen na een kwaadwillige beschuldiging van een poging tot bedrog, zijn vrijlating en de triomfantelijke bevestiging van zijn paranormale vermogens in Leipzig en verschillende Europese hoofdsteden – zijn alle welbekend. Het is niet overdreven te zeggen dat in dit ene geval de bemiddeling van de Theosophical Society gevolgen had voor de relatie tussen de exacte wetenschap en het psychologisch onderzoek, waarvan de betekenis nog vele jaren zal worden gevoeld. Niet alleen werd Slade oorspronkelijk door theosofen voor het Europese experiment uitgekozen en uitgezonden, maar bij het Londense verhoor werd hij door Massey, een theosofische advocaat, verdedigd; in St. Petersburg werd hij aan een andere theosoof, Aksakov, toevertrouwd; en nu heeft Massey aan toekomstige generaties van Engelse lezers het volledige verslag over zijn verbazingwekkende paranormale gaven nagelaten.

 


H.P. Blavatsky: Geselecteerde artikelen, Deel 1: 1874 – 1882, blz. 333-9

© 2015  Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag