Theosophical University Press Agency

pagina achteruit Inhoudsopgave pagina vooruit

Gesprekken over occultisme

[‘Conversations on occultism’, The Path, april – oktober 1888, blz. 17-21, 54-8, 94-6, 125-9, 160-3, 187-192, 219-22; oktober 1894 – februari 1895, blz. 214-6, 244-7, 280-3, 310-2, 390-1; CW 9:99-128 en 9:400-400S]

1

Het kaliyuga: het huidige tijdperk

Leerling: Ik weet niet wat ik van het huidige tijdperk moet denken. Sommige theosofen schijnen dit tijdperk te verafschuwen, alsof ze wensten er voorgoed van te worden verlost, en ze keuren nieuwe uitvindingen, zoals de telegraaf, treinen, machines en dat soort zaken af, en treuren over het verdwijnen van vroegere beschavingen. Anderen hebben een andere opvatting en beweren dat we nooit betere tijden hebben gekend, en begroeten de nieuwe methoden als verreweg de beste. Vertel mij, alstublieft, welk standpunt juist is, of, als beide onjuist zijn, wat we zouden moeten weten over de tijd waarin we leven?

Wijze: De leraren van de waarheid weten alles over dit tijdperk. Maar ze zien de huidige eeuw niet ten onrechte aan voor de hele cyclus. De oude tijden uit de Europese geschiedenis, bijvoorbeeld, toen macht recht was en de westerse landen geheel in duisternis waren gehuld, behoren volgens de meesters evenzeer tot dit tijdperk als onze tijd, want het yuga – om een Sanskrietwoord te gebruiken – waarin we nu leven was al duizenden jaren geleden begonnen. Tijdens die periode van Europese duisternis was er in India en China, hoewel het yuga al was begonnen, nog veel licht, kennis en beschaving. ‘Het huidige tijdperk’ beslaat dus een veel grotere periode dan er tegenwoordig aan wordt toegekend. In feite heeft de wetenschap zich nog geen vast beeld gevormd over wat onder een ‘tijdperk’ moet worden verstaan, en de juistheid van de oosterse leer wordt ontkend. Daarom zijn er schrijvers die spreken over de ‘gouden eeuw’, de ‘ijzeren eeuw’, enz., hoewel deze in feite slechts onderdelen zijn van het werkelijke tijdperk dat zo lang geleden begon dat archeologen nu het bestaan ervan volledig ontkennen.

Leerling: Hoe wordt dit tijdperk in het Sanskriet genoemd, en wat is de betekenis ervan?

Wijze: Het Sanskriet is ‘kali’, wat in verbinding met yuga ‘kaliyuga’ geeft. De betekenis ervan is ‘duister tijdperk’. De Ouden wisten dat deze ‘eeuw’ naderde, en de kenmerken ervan zijn beschreven in het Indiase epos het Mahabharata. Omdat ik al heb gezegd dat het een groot deel omvat van de roemrijke periode in de geschiedenis van India, is er voor niemand aanleiding om jaloers te zijn en te zeggen dat we onze tijd vergelijken met dat schitterende deel van India’s ontwikkeling.

Leerling: Wat zijn de kenmerken waaraan het kaliyuga kan worden herkend?

Wijze: Zoals de naam aangeeft is duisternis het belangrijkste kenmerk. Dit kan natuurlijk niet worden afgeleid uit een vergelijking van het heden met het jaar 800 n.Chr.; dit zou als vergelijking niets betekenen. Deze eeuw is ongetwijfeld veel verder ontwikkeld dan de middeleeuwen, maar vergeleken met een vorig yuga is ze duister. Door de occultist wordt materiële vooruitgang niet beschouwd als ‘licht’, en hij vindt technische uitvindingen die het leven van enkelen wat gemakkelijker maken, terwijl de meerderheid in nood verkeert, geen bewijs van vooruitgang. Wat de duisternis betreft, hoeft hij maar naar één land te wijzen, de grote Amerikaanse republiek. Hier ziet hij slechts een voortzetting van de gewoonten en levenswijze van het Europa waaruit ze is voortgekomen; hier werd, onder nieuwe omstandigheden en met nieuw materiaal, aan een groots experiment begonnen; hier kende men vele jaren heel weinig armoede; maar nu is hier evenveel schrijnende armoede als in elk ander land, en hier heeft men evenveel misdadigers en gevangenissen als in Europa, en veel meer dan in India.
Nogmaals, het grote verlangen naar rijkdom en materiële vooruitgang, terwijl het spirituele leven grotendeels wordt genegeerd, beschouwen we als duisternis. Het grote conflict dat er al bestaat tussen de rijkere en armere klassen, is voor ons een teken van duisternis. Als het spirituele licht de overhand had, dan zouden er nog steeds rijken en armen zijn, want karma kan men niet uitwissen, maar de armen zouden weten dat ze hun lot moeten aanvaarden, en de rijken zouden weten hoe ze het lot van de armen kunnen verbeteren. In onze tijd vragen de rijken zich af waarom de armen niet naar het armenhuis gaan, en ze proberen stakingen en socialisme tegen te gaan door wetten; en de armen klagen voortdurend over hun lot en hun veronderstelde onderdrukkers. Dit alles draagt het kenmerk van spirituele duisternis.

Leerling: Is het verstandig om te proberen uit te zoeken wanneer dit yuga een keer zal nemen, en na te denken over de grote sterrenkundige en andere veranderingen die dit keerpunt zullen aankondigen?

Wijze: Het is niet verstandig. Er is een oud gezegde dat de goden die dingen nauwlettend bewaken, omdat ze niet willen dat stervelingen deze te weten komen. We kunnen dit tijdperk onderzoeken, maar het is beter dat we niet proberen om het moment van het keerpunt in de cyclus vast te stellen. Bovendien zult u die berekening niet kunnen maken, want een cyclus begint niet op een dag of in een jaar los van andere cyclussen; ze zijn met elkaar verweven, zodat, terwijl het rad van de ene periode nog wentelt, een andere cyclus al is begonnen.

Leerling: Is dit een van de redenen waarom de door Sinnett gevraagde exacte jaartallen of perioden niet aan hem werden meegedeeld?

Wijze: Juist.

Leerling: Heeft het tijdperk waarin we leven enige invloed op de leerling? En waarin bestaat die?

Wijze: Het heeft invloed op iedereen, maar de leerling die in zijn ontwikkeling enige vorderingen heeft gemaakt, voelt die invloed sterker dan een gewoon mens. Als dat niet het geval was, zouden oprechte en enthousiaste leerlingen over de hele wereld onmiddellijk de hoogten bereiken waarnaar ze streven. Er is een zeer sterke ziel voor nodig om de machtige invloed van een tijdperk te weerstaan, en het is des te moeilijker omdat die invloed, die deel uitmaakt van het meeromvattende leven van de leerling, door hem niet zo goed wordt begrepen. Het is vergelijkbaar met een constructiefout in een pot. Het hele innerlijk en ook het uiterlijk van een mens is het resultaat van vele eeuwen van levens die zijn voorouders hier op aarde hebben geleid. Deze hebben gedachtezaden en fysieke neigingen gevormd op een manier die u niet kunt begrijpen. Al die neigingen hebben invloed op hem. Veel krachten die hij eens heeft bezeten, liggen zo diep verborgen dat ze onzichtbaar zijn, en hij moet worstelen met obstakels die eeuwen geleden zijn gevormd.

Bovendien zijn er specifieke veranderingen in de astrale wereld teweeggebracht. Omdat die wereld als het ware een fotografische plaat is, en tegelijkertijd een spiegel, is ze een bewaarplaats geworden van fouten die eeuwen geleden zijn begaan, en die weerkaatst ze nu voortdurend naar ons vanuit een gebied waarop de meesten van ons vreemdelingen zijn. In die zin worden we dus volkomen gehypnotiseerd door het verleden – hoezeer we ook denken dat we vrij zijn – en handelen blindelings naar de suggestie waaraan we zijn blootgesteld.

Leerling: Was dit de reden waarom Jezus zei: ‘Vader, vergeef het hen, want ze weten niet wat ze doen?’

Wijze: Dat was één betekenis ervan. In één opzicht handelden ze blindelings, aangespoord door de tijdgeest, in de veronderstelling dat ze juist handelden.

Wat die astrale veranderingen betreft, zult u zich herinneren dat de zieners uit de tijd van Julianus beweerden dat ze de goden konden zien, maar dat deze in verval waren; sommigen hadden geen hoofd, anderen waren broos, weer anderen hadden geen ledematen, en ze schenen allemaal machteloos te zijn. De eerbied voor deze idealen was aan het verdwijnen, en hun astrale beelden begonnen al te vervagen.

Leerling: Is er iets dat de omstandigheden van dit tijdperk kan verzachten? Is er niet iets dat ons kan bemoedigen?

Wijze: Er is één ding dat het huidige kaliyuga kenmerkt en waarvan de leerling gebruik kan maken. Alle oorzaken brengen hun gevolgen nu veel sneller voort dan in een ander of beter tijdperk. Iemand die de mensheid oprecht liefheeft, kan in drie incarnaties tijdens kaliyuga veel meer tot stand brengen dan in enig ander tijdperk in een veel groter aantal levens. Als we dus de vele problemen van dit tijdperk moedig verdragen en steeds overwinnen, zal het doel waarnaar we streven sneller worden verwezenlijkt, want, hoewel de obstakels groot lijken, kunnen de machten die moeten worden aangeroepen, sneller worden bereikt.

Leerling: Ook al is dit, vanuit een spiritueel gezichtspunt beschouwd, een ‘duistere eeuw’, wordt dit dan niet gedeeltelijk goedgemaakt door het denken dat steeds meer overwinningen behaalt op de stof, en door de resultaten van de wetenschap bij het bestrijden van de schadelijke invloeden in het menselijk leven, zoals ziekten en hun oorzaken, wreedheid, onverdraagzaamheid, slechte wetten, enz.?

Wijze: Ja, zo wordt enig licht gebracht in de duisternis, op dezelfde manier als een lamp ’s nachts enig licht geeft maar niet het daglicht kan vervangen. In deze tijd zijn er grote triomfen van de wetenschap, maar deze zijn bijna alle op gevolgen gericht, en vernietigen niet de oorzaken van het kwaad. Er wordt grote vooruitgang geboekt op het gebied van de industrie en bij het behandelen van ziekten; maar in de toekomst, als de bloem van onze beschaving zich ontvouwt, zullen nieuwe ziekten zich aandienen en meer ongebruikelijke aandoeningen zich voordoen, die ontstaan uit oorzaken die diep in het denken van de mens verborgen liggen, en die alleen door op een spirituele manier te leven kunnen worden uitgeroeid.

Leerling: Ik ben het eens met alles wat u zegt, maar moeten wij als theosofen niet elke ontdekking van de waarheid – op welk gebied dan ook – verwelkomen, vooral als zo’n waarheid het lijden vermindert en ons ethisch besef versterkt?

Wijze: Dat is onze plicht. Alle waarheden die ontdekt worden, moeten deel uitmaken van de ene, absolute waarheid, en moeten worden toegevoegd aan het geheel van onze uiterlijke kennis. Er zullen altijd veel mensen zijn die naar deze delen van de waarheid zoeken, en anderen die proberen de huidige menselijke ellende te verlichten. Beide groepen doen edel en noodzakelijk werk dat geen enkele echte theosoof kan negeren. En het is ook de plicht van laatstgenoemde om, waar mogelijk, zelf soortgelijke pogingen te doen, want theosofie heeft geen waarde als ze niet in ons leven wordt toegepast. Maar niemand van ons kan beoordelen hoe veel of hoe weinig een medemens in die richting tot stand brengt. Indien iemand alles doet wat hij kan en zover zijn kennis reikt, doet hij zijn plicht.

Leerling: Ik ben bang dat een vijandige houding van occultisten tegenover de wetenschap en het liefdadigheidswerk van onze tijd, een vooroordeel tegen theosofie en occultisme zou kunnen wekken, en de verbreiding van de waarheid onnodig zou kunnen belemmeren. Is dat niet zo?

Wijze: De echte leraren van het occultisme hebben geen vijandige houding tegenover die zaken. Als sommige mensen die zich voor theosofie interesseren en haar proberen bekend te maken, zo’n houding aannemen, dan verandert dat niets aan de houding van de echte leraren die met mensen uit alle lagen van de samenleving werken en alle middelen aanwenden om goed werk te doen. Niettemin is het onze ervaring dat een teveel aan technische en specialistische kennis in deze tijd vaak verhindert dat mensen de waarheid vatten.

Leerling: Zijn er andere oorzaken, afgezien van de verspreiding van de theosofie, die kunnen bijdragen om de huidige neiging tot het materialisme om te buigen?

Wijze: Alleen het verspreiden van kennis over de wetten van karma en reïncarnatie en de overtuiging dat alle wezens spiritueel één zijn kunnen deze neiging tegengaan. Maar de cyclus moet zijn loop hebben, en zolang het einde niet bereikt is, zullen alle invloeden ten goede noodzakelijkerwijs langzaam werken en niet zoveel tot stand brengen als in een gelukkiger tijdperk. Naarmate iedere leerling een zuiverder leven leidt en door zijn voorbeeld op het astrale licht het beeld afdrukt van een hogere aspiratie die op aarde wordt nagestreefd, helpt hij daardoor hoogontwikkelde zielen om af te dalen uit andere gebieden waar de tijden zo duister zijn dat ze daar niet langer kunnen verblijven.

Leerling: Ik dank u voor uw onderricht.

Wijze: Ik hoop dat u de verlichting bereikt.

2

Elementalen en elementaren

Leerling: Als ik u goed begrijp dan is een elementaal een krachtcentrum, zonder verstand, zonder ethisch karakter of gevoel, maar dat in zijn doen en laten door menselijke gedachten kan worden geleid, die het, bewust of onbewust, elke vorm en tot op zekere hoogte verstand kunnen geven. In zijn eenvoudigste vorm is het zichtbaar als een verstoring in een doorzichtig medium, zoals zou worden voortgebracht door een ‘glasaaltje dat zo doorschijnend is dat het totaal onzichtbaar is terwijl het in de lucht van de kamer zweeft’, en slechts een nevelige waas achterlaat, zoals warme lucht die boven een kachel opstijgt. Elementalen die door bepaalde gedachten worden aangetrokken en geactiveerd, kunnen ook het menselijk gestel als hun verblijfplaats kiezen (waarover ze dan de macht met het ego delen), en zijn heel moeilijk daaruit te verdrijven.

Wijze: Dit is in grote lijnen juist, behalve wat ‘het kiezen van een verblijfplaats’ betreft. Sommige soorten elementalen hebben echter een eigen verstand en een eigen karakter, maar die liggen ver buiten ons bevattingsvermogen en zouden misschien een andere naam moeten krijgen.

De klasse waarmee we het meest te maken hebben, beantwoordt aan bovenstaande beschrijving. Ze zijn centra van kracht of energie waarop we invloed uitoefenen als we denken en bij fysieke activiteit. Ook oefenen we invloed op hen uit en geven hun vorm door een soort gedachten waarvan we ons niet bewust zijn. Bijvoorbeeld: iemand kan een elementaal een vorm geven, zodat het op een insect lijkt, zonder te kunnen zeggen of hij al of niet aan zoiets heeft gedacht. Er bestaat namelijk een uitgestrekt gebied in ieder mens dat hij zelf niet begrijpt, totdat hij dat heeft geprobeerd, en dan nog pas na vele inwijdingen.

Dat ‘elementalen . . . het menselijk gestel als hun verblijfplaats kiezen, waarover ze dan de macht met het ego delen en heel moeilijk daaruit zijn te verdrijven’ is in het algemeen onjuist. Alleen in bepaalde gevallen worden één of meer elementalen ‘aangetrokken tot het menselijk gestel’ en ‘kiezen het als hun verblijfplaats’. Voor zulke gevallen gelden bijzondere regels. Die gevallen zullen we hier niet bespreken. De wereld van de elementalen doordringt de onze, en daarom is die wereld eeuwig in de mens aanwezig.

Omdat zij (de elementale wereld) automatisch werkt en een soort fotografische plaat is, nemen alle atomen die voortdurend in het ‘menselijk gestel’ komen en gaan, voortdurend de indrukken op die ze door de handelingen en de gedachten van die persoon ontvangen. Als hij een sterke gedachtestroom op gang brengt, zal hij dus een groter aantal elementalen aantrekken, en die krijgen dan allemaal één overheersende neiging of kleur, zodat alle nieuwkomers één kleur of beeld zien en onmiddellijk het voorbeeld volgen. Daarentegen zal iemand die velerlei gedachten en overpeinzingen heeft niet één kleur vertonen, maar om zo te zeggen veelkleurig zijn, en dan kan het voorkomen dat elementalen een kleur die van de rest verschilt als hun verblijfplaats kiezen, en in diezelfde toestand weer verlaten. In het eerste geval is er één groep elementalen die op dezelfde manier vibreren of geëlektriseerd zijn en dezelfde kleur vertonen, en die daarom één elementaal kunnen worden genoemd, evenals we een bepaalde man als meneer Jansen kennen, hoewel hij jaar in jaar uit atomen van grove stof heeft afgeworpen en nieuwe heeft opgenomen.

Leerling: Als ze door gedachten worden aangetrokken of afgestoten, bewegen ze zich dan met de snelheid van het denken, bijvoorbeeld van hier naar de planeet Neptunus?

Wijze: Ze bewegen zich met de snelheid van het denken. In hun wereld bestaat geen ruimte of tijd zoals wij die termen opvatten. Als Neptunus zich in de astrale sfeer van deze wereld bevindt, dan gaan ze daarheen met die snelheid, anders niet; maar dit ‘als’ hoeft nu niet te worden besproken.

Leerling: Wat bepaalt naast het denken hun bewegingen, bijvoorbeeld wanneer ze in de kamer rondzweven?

Wijze: Die andere soorten gedachten waarover we spraken; bepaalde uitwasemingen van wezens; de verschillende trillingsfrequenties van wezens en hoe deze zich onderling tot elkaar verhouden; veranderingen in het magnetisme als gevolg van directe oorzaken, of van de maan en het jaar; verschillen in polariteit; klankveranderingen; veranderingen door de invloed van andere mensen op afstand.

Leerling: Als ze op die manier zweven, kunnen ze dan door iedereen worden gezien of alleen door helderzienden?

Wijze: Helderziendheid is een gebrekkige term. Ze kunnen gezien worden door mensen die tot op zekere hoogte helderziend zijn. Door iedereen die op die manier kan zien; misschien ook door mensen die niet weten dat ze elementalen zien.

Leerling: Kunnen ze worden gefotografeerd, evenals men dat kan doen met de opstijgende lucht boven een hete kachel?

Wijze: Voor zover ik weet is dit tot dusver niet gebeurd. Het is echter niet onmogelijk.

Leerling: Zijn dit de lichtjes die helderzienden in een donkere seancekamer zien rondzweven?

Wijze: In de meeste gevallen worden die lichtjes door hen teweeggebracht.

Leerling: Wat is precies hun verband met licht, waardoor seances in het donker moeten worden gehouden?

Wijze: Niet hun verband met licht maakt duisternis noodzakelijk, maar het feit dat het licht voortdurend verstoringen en veranderingen veroorzaakt in het magnetisme van de kamer. Al deze dingen kunnen evengoed bij daglicht plaatsvinden.

Als ik u duidelijk zou kunnen maken ‘wat precies hun verband is met licht’, dan zou u weten wat lang is geheimgehouden: de sleutel tot de wereld van de elementalen. Deze wordt streng bewaakt, want het is een gevaarlijk geheim. Hoe deugdzaam u ook bent, als u het geheim wist, zou u niet kunnen voorkomen dat die kennis bekend zou worden aan anderen die niet zouden aarzelen haar voor slechte doeleinden te gebruiken.

Leerling: Ik heb gemerkt dat sommige verschijnselen vaak worden verhinderd door aandacht; zo zal een potlood niet schrijven als iemand ernaar kijkt, maar zal dadelijk beginnen als het wordt afgeschermd; een vraag die in gedachte wordt gesteld, kan niet worden beantwoord tot de vraagsteller haar laat varen en zich met iets anders bezighoudt. Hoe komt dat?

Wijze: Dit soort aandacht schept verwarring; bij deze zaken maken we gebruik van verlangen, wilskracht en kennis. Het verlangen is aanwezig, maar de kennis ontbreekt. Als de wens duidelijk is geformuleerd en vervolgens de aandacht ervan wordt afgetrokken, dan komt het gewenste vaak tot stand; maar als onze aandacht erop gevestigd blijft, ontstaat er slechts een verstoring, omdat we maar halve aandacht schenken. Als we gebruik willen maken van aandacht, dan moet ze van het soort zijn dat zich voor onbepaalde tijd op de punt van een naald kan vestigen.

Leerling: Men heeft mij verteld dat maar weinig mensen een seance kunnen bijwonen zonder daarbij een of andere spirituele of astrale besmetting op te lopen, of hun vitaliteit te verliezen aan de spoken die hun levenskracht door middel van het medium uit de kring van aanwezigen opzuigen, alsof laatstgenoemde een glas limonade was en het medium een rietje. Hoe zit dat?

Wijze: Dat gebeurt heel vaak. In India noemen de hindoes dit bhuta-verering.

Leerling: Waarom zijn bezoekers van een seance de volgende dag vaak zonder duidelijke reden zo vreselijk moe?

Wijze: Onder andere omdat de mediums de levenskrachten ten behoeve van de ‘spoken’ in zich opnemen, en er zijn vaak zeer lage vampierachtige elementaren aanwezig.

Leerling: Welke gevaren loopt men als men seances bijwoont?

Wijze: De taferelen die op het astrale gebied bij seances te zien zijn, zijn afschuwelijk, omdat de ‘geesten’ (bhuta’s) zich op zowel deelnemers als mediums werpen; en omdat er geen seance is waar niet één of meer slechte elementaren – halfdode mensen – aanwezig zijn, wordt er veel gevampiriseerd. Die wezens werpen zich op de mensen als een wolk of een grote inktvis, en verdwijnen dan in hen alsof ze door een spons waren opgezogen Dat is één van de redenen waarom het in het algemeen niet goed is om seances bij te wonen.

Elementaren zijn niet allemaal slecht, maar in het algemeen zijn ze niet goed. Ze zijn ‘schillen’, daar is geen twijfel aan. Ze vertonen nog een grote hoeveelheid automatisch en schijnbaar intelligent gedrag, als ze de overblijfsels zijn van materialisten die, toen ze stierven, nog sterk aan de dingen van het leven gehecht waren. Als ze de schillen zijn van een tegenovergestelde soort, dan zijn ze niet zo krachtig. Dan is er ook een categorie die niet echt dood is: zoals zelfmoordenaars en slachtoffers van een plotselinge dood, en heel slechte mensen. Die zijn krachtig. Elementalen dringen hen binnen en verkrijgen zo een fictieve persoonlijkheid en verstand, die echter volledig tot de schil behoren. Ze sporen de schil aan tot handelen en door middel van haar kunnen ze horen en zien, alsof ze wezens waren zoals wij. De schillen lijken in dat geval op een slaapwandelaar. Uit gewoonte zullen ze de graad van ontwikkeling vertonen die ze tijdens het fysieke leven hadden bereikt. Niet alle mensen brengen, zoals u weet, hun denkgewoonten in dezelfde mate over op de moleculen van hun lichaam. We zien dus dat de uitspraken van deze zogenaamde ‘geesten’ nooit verder gaan dan het hoogste punt van kennis dat door levende mensen werd bereikt, en waarom ze de denkbeelden verkondigen die hun bewonderaars dagelijks bezighouden. Deze seancecultus werd in het oude India de verering van de preta’s, bhuta’s, pisacha’s en gandharva’s genoemd.

Ik geloof niet dat een elementaar dat een motief kan hebben, ooit iets anders dan een slecht motief heeft gehad; alle andere stellen niets voor, ze hebben geen motief en zijn niets anders dan de schimmen aan wie Charon de overtocht heeft geweigerd.

Leerling: Wat is het verband tussen seksuele kracht en occulte verschijnselen?

Wijze: Ze ligt eraan ten grondslag. Deze kracht is levenwekkend, scheppend en vormt een soort reservoir. Ze kan verloren gaan door zowel fysieke als mentale activiteit. In feite wordt haar fijnere gedeelte verbruikt door mentale beeldvorming, terwijl fysieke handelingen alleen het grovere gedeelte verbruiken, dat de ‘drager’ (upadhi) van het fijnere gedeelte is.

Leerling: Waarom plegen zoveel mediums bedrog, zelfs als ze echte verschijnselen kunnen teweegbrengen?

Wijze: Het is een gevolg van het gebruik van dat wat op zichzelf een hogere vorm van bedrog is, die, als een onverantwoordelijk individu daardoor wordt beïnvloed, de lagere vorm van bedrog veroorzaakt, waarvan de hogere een denkbeeldige vorm is. Trouwens, een medium is noodzakelijkerwijs in een of ander opzicht uit balans.
Ze gebruiken deze krachten om geld te verdienen, en dat is voldoende om al het kwaad van de geschiedenis over zich af te roepen. Ze gebruiken de werkelijk grove soorten stof, waardoor opwinding ontstaat in de overeenkomstige delen van het morele karakter, en daardoor afwijkingen van het pad van eerlijkheid. Het is een grote verleiding. U weet ook niet hoe heftig mensen zijn die voor een seance ‘hebben betaald’ en ‘waar voor hun geld willen zien’.

Leerling: Als een helderziende beweert, zoals iemand hier een jaar geleden heeft gedaan, ‘dat hij een grote groep geesten om me heen ziet, onder wie een oude man die zegt dat hij een vooraanstaande figuur is’, wat ziet hij dan in feite? Lege en zielloze schillen? Als dat zo is, wat heeft hen dan hierheen gebracht? Of elementalen die hun vorm uit mijn of zijn denkvermogen hebben geput?

Wijze: Schillen, denk ik, en gedachten en oude astrale beelden. Bijvoorbeeld als u die vooraanstaande figuur ooit had ontmoet en grote eerbied of angst voor hem heeft gehad, zodat zijn beeltenis met diepere lijnen in uw aura was gegrift dan andere beelden, dan zou dat gedurende uw hele leven voor zieners zichtbaar zijn. Als die zieners niet goed getraind zijn, zoals met alle zieners hier het geval is, kunnen ze niet zeggen of het een beeld is of werkelijkheid; en dan wordt bij elke waarneming het beeld nieuw leven ingeblazen.

Bovendien zouden ze niet allemaal hetzelfde zien. Als u bijvoorbeeld valt en uw lichaam bezeert, zal dat voor het oog van een ziener allerlei soortgelijke gebeurtenissen en langvergeten dingen tevoorschijn roepen.

De hele astrale wereld is een en al illusie. Mensen kijken erin en gaan zich dan, door het nieuwe ervan en door het bijzondere van dat vermogen, verbeelden dat ze feitelijk echte dingen zien, terwijl ze maar één laagje vuil hebben verwijderd.

Leerling: Ik dank u voor uw onderricht.

Wijze: Ik hoop dat u de verlichting bereikt.

3

Elementalen – karma

Leerling: Mag ik u nog eens vragen of elementalen wezens zijn?

Wijze: Het is niet gemakkelijk u een juist beeld te geven van wat elementalen zijn; strikt genomen zijn ze geen wezens, omdat het woord elementalen is gebruikt voor een specifieke categorie die geen bestaan heeft zoals wij stervelingen. Het zou beter zijn de termen te gebruiken die in boeken uit India voorkomen, zoals gandharva’s, bhuta’s, pisacha’s, deva’s, enz. Veel van wat over hen bekend is, kan niet in gewone taal worden uitgedrukt.

Leerling: Bedoelt u dat ze in staat zijn om in de vierde dimensie van de ruimte te handelen?

Wijze: Ja, tot op zekere hoogte. Neem bijvoorbeeld het leggen van knopen in een touw zonder eind, iets wat vaak op spiritistische seances wordt gedaan. Dat is mogelijk voor hem die bekend is met meer dan drie dimensies in de ruimte. Geen driedimensionaal wezen kan dit doen, en volgens uw opvatting over de ‘stof’ is het onmogelijk zich voor te stellen hoe zo’n knoop kan worden gemaakt, of hoe een ring van vaste stof door het materiaal van een andere vaste ring kan worden gebracht. Elementalen kunnen dit doen.

Leerling: Behoren ze niet allemaal tot één klasse?

Wijze: Nee, er zijn verschillende klassen voor elk gebied en elk subgebied van de natuur. Vele kunnen nooit door de mens worden waargenomen. En zij die tot ons gebied behoren, zijn niet actief op een ander gebied. U moet ook bedenken dat de ‘gebieden’ waarover we spreken elkaar doordringen.

Leerling: Wil dat zeggen dat een helderziende of helderhorende te maken heeft met of beïnvloed wordt door een specifieke klasse of klassen van elementalen?

Wijze: Ja. Een helderziende kan alleen die beelden goed waarnemen die behoren tot de gebieden die hij tijdens zijn ontwikkeling heeft bereikt of geopend. En de elementalen op die gebieden tonen hem slechts de beelden die tot hun gebied behoren. Andere delen van het denkbeeld of het ding dat wordt afgebeeld, worden misschien bewaard op gebieden die voor de ziener nog niet toegankelijk zijn. Daarom zijn er maar weinig helderzienden die de hele waarheid kennen.

Leerling: Is er niet een verband tussen het karma van de mens en de elementalen?

Wijze: Een heel belangrijk verband. Het elementalenrijk is een belangrijke factor geworden in het karma van de mensheid. Omdat het onbewust, automatisch en fotografisch werkt, neemt het de aard van de mens aan. In vroeger tijden, toen de mens, naar we kunnen aannemen, nog geen slecht karma had gemaakt, was het elementalenrijk vriendelijker tegenover de mens omdat het nog geen onvriendelijke indrukken had ontvangen. Zodra de mens onwetend en onvriendelijk begon te worden, tegenover zijn medemens en de rest van de schepping, begon het elementalenrijk precies dezelfde houding aan te nemen en betaalde het hem zogezegd met gelijke munt terug. Precies zoals een ezel die, als er tegen hem wordt geduwd, zal terugduwen. Of zoals een mens die, wanneer hij met boosheid of beledigingen wordt geconfronteerd, de neiging heeft dit betaald te zetten. Het elementalenrijk zal, omdat het onbewuste kracht is, de mensheid behandelen overeenkomstig de indrukken die het van haar heeft ontvangen, ongeacht of de handelingen van de mens met of zonder kennis van deze wetten werden volbracht.

Zo is het gekomen dat het elementalenrijk in onze tijd de aard en de werking vertoont die exacte gevolgen zijn van alle daden, gedachten en verlangens van de mens vanaf het eerste begin. En omdat elementalen onbewust zijn en alleen handelen volgens de natuurlijke wetten van hun wezen, vormen ze een machtige factor in de uitwerking van karma. En zolang de mensheid geen gevoelens van broederschap en mededogen ten opzichte van alle wezens ontwikkelt, zullen de elementalen niet de neiging hebben om voor ons welzijn te handelen. Maar waar en wanneer de mens broederschap en liefde voor de hele wereld begint te ontwikkelen, daar zullen de elementalen onmiddellijk dezelfde neiging gaan vertonen.

Leerling: Hoe staat het dan met occulte verschijnselen die door adepten worden teweeggebracht?

Wijze: Verschijnselen kunnen niet worden voortgebracht zonder de hulp of de verstorende werking van elementalen. Elk verschijnsel vereist een grote krachtsinspanning, en veroorzaakt een evenredig grote verstoring in de wereld van de elementalen; deze verstoring ligt buiten de grenzen van het gewone leven van de mens. Hieruit volgt dat zodra het verschijnsel is volbracht, er een vereffening van de veroorzaakte verstoring op gang komt. De elementalen verkeren in hevige beroering, en schieten in verschillende richtingen weg. Ze kunnen geen invloed uitoefenen op mensen die worden beschermd. Maar elementalen kunnen binnendringen in de aura van onbeschermde mensen, vooral wanneer deze zich bezighouden met de studie van het occultisme. En dan worden ze de instrumenten die het karma van die personen in een korte periode concentreren, en vaak problemen en rampen of andere moeilijkheden veroorzaken die onder andere omstandigheden waarschijnlijk over zo’n lange periode zouden zijn verspreid dat ze slechts als de gewone wisselvalligheden van het leven zouden worden beschouwd.

Dit verklaart de uitspraak dat een adept alleen een verschijnsel teweegbrengt als hij in de gedachten van een andere adept van hogere of lagere rang, of van een leerling, de wens daartoe bespeurt; want dan ontstaat er een harmonische verstandhouding, en de stilzwijgende aanvaarding van de mogelijke gevolgen. Hierdoor begrijpen we ook waarom sommige mensen die verschijnselen kunnen teweegbrengen vaak een bijzondere afkeer hebben om dat te doen in gevallen die volgens ons misschien nuttig zouden zijn; en ook waarom dit nooit gedaan wordt om wereldse doeleinden na te streven – zoals geld verdienen, het verplaatsen van voorwerpen, het beïnvloeden van iemands gedachten, enz. – wat gewone mensen als vanzelfsprekend zouden beschouwen.

Leerling: Ik dank u voor uw onderricht.

Wijze: Ik hoop dat u de verlichting bereikt!

4

Leerling: Is er een reden waarom u mij geen nadere details geeft over wat elementalen zijn en over de manier waarop ze werken?

Wijze: Ja, Er zijn vele redenen. Onder andere het feit dat u – en de meeste mensen van deze tijd – een beschrijving van dingen die tot een wereld behoren waarmee u in het geheel niet vertrouwd bent en waarvoor u nog niet over geschikte termen beschikt, niet kunt begrijpen. Als ik zulke beschrijvingen zou geven, dan zou het grootste gedeelte ervan voor u vaag en onbegrijpelijk zijn, en bovendien zou veel ervan u misleiden als gevolg van de interpretatie die u er zelf aan zou geven. Een andere reden is dat, indien de aard, het werkterrein en de werkwijze van de elementalen zouden worden bekendgemaakt, er mensen met een onderzoekende geest en een bepaalde instelling zijn die snel zouden ontdekken hoe ze met deze bijzondere wezens in contact kunnen komen, met alle schadelijke gevolgen van dien voor de gemeenschap en voor die individuen.

Leerling: Waarom? Is het niet goed om het totaal van de menselijke kennis te vergroten, zelfs over de meest verborgen gedeelten van de natuur, of zijn de elementalen misschien slecht?

Wijze: Het is verstandig de menselijke kennis van de natuurwetten te vergroten, maar altijd binnen de juiste grenzen. Alles zal op een dag bekend worden. Niets kan worden achtergehouden wanneer de mens het punt heeft bereikt waarop hij het kan begrijpen. Maar op dit moment zou het niet verstandig zijn hem, omdat hij erom vraagt, bepaalde kennis te verstrekken die niet geschikt voor hem zou zijn. Die kennis betreft de elementalen, en die kan voorlopig voor de hedendaagse wetenschappers verborgen worden gehouden. Zolang die kennis hen kan worden onthouden, zal dit gebeuren, totdat zij en hun volgelingen van een ander slag zijn.

En wat de ethische aard van elementalen betreft, dat is iets wat ze niet bezitten; met uitzondering van sommige klassen zijn ze kleurloos, en nemen als het ware slechts de kleur aan van degene die hen gebruikt.

Leerling: Zullen onze wetenschappers op een dag van deze wezens kunnen gebruikmaken, en zo ja, hoe zal dat gebeuren? Zullen alleen goede mensen dit kunnen?

Wijze: De tijd nadert waarop dit alles zal gebeuren. Maar de huidige wetenschappers zijn niet degenen die deze kennis verkrijgen. Ze zijn slechts dwergachtige voorlopers, die zaden uitstrooien en zich roekeloos op verboden terrein een weg proberen te banen. Ze zijn te klein om die machtige krachten de baas te kunnen zijn, en niet wijs genoeg om te beseffen dat hun handelwijze in komende eeuwen, wanneer zijzelf vergeten zullen zijn, uiteindelijk tot zwarte magie zal leiden.

Wanneer men elementale krachten gaat gebruiken zoals elektriciteit en andere natuurkrachten nu voor verschillende doeleinden worden gebruikt, dan zal er ‘oorlog in de hemel’ zijn. Goede mensen zullen niet de enigen zijn die deze krachten kunnen gebruiken. De soort mensen die u nu ‘goed’ noemt, zullen daarvoor niet het meest geschikt zijn. De slechten zullen voor de hulp van hen die deze krachten beheersen, echter dik willen betalen, en ten slotte zullen de hoogste meesters, die de kinderen nu tegen deze wetenschap beschermen, tevoorschijn moeten komen. Dan zal er een vreselijke strijd plaatsvinden, waarin – zoals altijd – de meesters de overwinning zullen behalen en de boosdoeners zullen worden vernietigd door de werktuigen en de krachten en machten die ze zelf voor hun eigen doeleinden hebben misbruikt tijdens hun jarenlange intens egoïstische leven. Maar waarom zouden we hierover uitweiden? In deze tijd is het slechts een voorspelling.

Leerling: Zou u me enkele aanwijzingen kunnen geven over de manier waarop de geheimen van het elementalenrijk worden bewaard en hoe wordt voorkomen dat ze bekend worden? Houden die beschermers, over wie u spreekt, zich bezig met het beteugelen van de elementalen, of hoe werken ze? Achten ze het waarschijnlijk dat die geheimen worden onthuld in die gevallen waar de werking van elementalen duidelijk waarneembaar is?

Wijze: Het is niet nodig om te onderzoeken of ze de elementalen beteugelen of niet, want, al is dat waarschijnlijk het geval, toch lijkt het niet erg noodzakelijk zolang de meeste mensen geen idee hebben wat die verschijnselen veroorzaakt. Het is veel gemakkelijker om een sluier te werpen over de gedachten van de onderzoeker en zijn aandacht af te leiden naar andere gevolgen die hem en anderen vaak materieel voordeel opleveren; dit werkt tegelijkertijd als een preventieve maatregel of als een schakelaar waardoor zijn energie en inspanningen op heel andere zaken worden gericht.

Dit kan als volgt worden toegelicht: Stel dat een aantal ervaren occultisten wordt aangewezen om verschillende delen van de wereld in de gaten te houden waar mensen intensief nadenken. Het is voor hen heel gemakkelijk om in een oogwenk iemand op te sporen die op het punt staat om een sleutel tot het elementalenrijk te ontdekken; en bedenk verder dat goed afgerichte elementalen zelf voortdurend informatie over zulke gevallen overbrengen. Dan worden, met behulp van hogere kennis en macht over deze wereld, naar die onderzoeker invloeden uitgezonden waarin allerlei beelden worden aangereikt. In het ene geval kan het een hervorming op ethisch gebied zijn, in een ander wordt een belangrijke uitvinding getoond, en het gevolg is dat alle tijd en aandacht van die persoon door dit nieuwe denkbeeld in beslag wordt genomen en dat hij denkt dat hij het zelf heeft uitgedacht. Het zou ook niet moeilijk zijn om zijn gedachten in een bepaalde groef te leiden, die hem ver van die gevaarlijke sleutel zou brengen. De mogelijkheden zijn in feite eindeloos.

Leerling: Zou het verstandig zijn om werkelijk goede en gewetensvolle mensen, die op een juiste manier gebruikmaken van de gaven die ze nu bezitten, kennis te verlenen over de elementalen en over de manier om ze te beheersen, zodat ze die kennis ten goede kunnen gebruiken?

Wijze: De meesters kunnen beoordelen aan welke goede mensen die macht en beheersing kunnen worden verleend. U moet niet vergeten dat u nooit zeker kunt zijn van het diepste wezen van hen die u ‘werkelijk goede en gewetensvolle mensen’ noemt. Stel hen bloot aan het vuur van de enorme verleiding die zo’n macht en beheersing zou verschaffen, en de meesten van hen zullen bezwijken. Maar de meesters kennen van tevoren het karakter van iedereen die in enig opzicht de kennis van zulke krachten nadert. Ze beoordelen in elk van de gevallen of zo iemand moet worden geholpen of tegengehouden. Hun doel is niet om die wetten en krachten bekend te maken, maar om te zorgen dat de juiste leer, en de juiste manier van spreken en handelen ingang vinden, zodat het karakter en de motieven van de mens zo grondig zullen veranderen dat hij geschikt wordt om in de wereld van de elementalen macht uit te oefenen. En het is niet zo dat die macht nu niet wordt benut, zoals u schijnt te impliceren. Ze wordt voortdurend gebruikt door hen die nooit zullen tekortschieten om haar op de juiste manier te gebruiken.

Leerling: Kunt u een voorbeeld geven waaruit blijkt wat de mensen van deze tijd met die bijzondere krachten zouden doen?

Wijze: Wie een vluchtige blik werpt op de mensen hier in het Westen – in hun dwaze jacht naar geld, waarbij velen van hen bereid zijn om alles te doen om het te bemachtigen, en die tot grote spanning leidt – bijna tot oorlog – tussen werknemers en werkgevers, moet zonder twijfel beseffen dat als een van de partijen de macht zou hebben over het elementalenrijk, ze die onmiddellijk zou gebruiken om haar huidige doel te bereiken. Kijk naar het spiritisme. In de Loge staat opgetekend – gefotografeerd door de daders zelf, zou men kunnen zeggen – dat een groot aantal mensen dagelijks de hulp van mediums en hun ‘geesten’ inroept eenvoudig voor zakelijke aangelegenheden: of ze aandelen moeten kopen; of ze moeten investeren in goud- en zilverwinning; of ze in de loterij moeten spelen of nieuwe handelscontracten sluiten. Er is bijvoorbeeld een groep mensen die voor weinig geld mijnen hadden gekocht op aanraden van elementalen die zich met gefingeerde namen achter mediums verschuilen. Deze mijnen zouden dan met grote winst aan het publiek verkocht worden, omdat de ‘geesten’ goud of zilver hadden beloofd. Helaas werd het voor de investeerders een mislukking. Maar zulke gebeurtenissen worden in veel gevallen herhaald.

En dan is er weer een ander geval waarin iemand in een grote Amerikaanse stad, die op soortgelijk advies in aandelen speculeerde en – karma was blijkbaar gunstig – groot succes had; hij betaalde het medium royaal en trok zich uit zijn zaken terug om, zoals dat heet, van het leven te genieten. Geen van beide partijen besteedde hun geld of hun tijd aan het welzijn van de mensheid.

Het gaat hier niet om de integriteit, noch om de vraag of we al of niet geld mogen verdienen. Het betreft alleen de vraag of het verstandig en nuttig zou zijn, en wat de gevolgen zijn, als zo’n abnormaal vermogen plotseling in handen zou komen van een gemeenschap die volslagen onvoorbereid is en zonder altruïstisch doel. Neem bijvoorbeeld verborgen schatten. Er ligt heel wat op geheime plaatsen, en veel mensen zouden ze willen vinden. Waarom? Om aan hun verlangens naar luxe te voldoen, en hun bezittingen aan hun even onwaardige nakomelingen na te laten. Als ze de mantra kenden die macht geeft over de elementalen die zulke schatten bewaken, dan zouden ze deze onmiddellijk gebruiken zonder enig ander doel dan om het geld te bemachtigen.

Leerling: Worden verborgen schatten door sommige soorten elementalen bewaakt?

Wijze: Ja, in alle gevallen, ongeacht of die nooit worden gevonden of binnenkort worden ontdekt. De redenen voor het verbergen en de gedachten van degene die dit deed, of die de schat heeft verloren, hebben veel te maken met het feit of de schat verborgen blijft of later wordt gevonden.

Leerling: Wat gebeurt er als een grote som geld, bijvoorbeeld de legendarische schat van kapitein Kidd, wordt verstopt, of als een hoeveelheid munten zoekraakt?

Wijze: Elementalen verzamelen zich eromheen. Ze hebben vele en eigenaardige manieren waarop ze de schatten nog better verbergen. Ze oefenen voor dit doel zelfs invloed uit op dieren. Deze soort elementalen verschijnt zelden of nooit op uw spiritistische seances. Na verloop van tijd ontvangen ze verdere hulp van de elementalen van lucht en water, en soms kunnen ze zelfs voorkomen dat degene die de schat heeft verborgen haar terugvindt. En zo zal in de loop van jaren, zelfs als ze hun greep erop hebben verloren, de hele zaak meer en meer in nevelen gehuld raken, en is het onmogelijk om iets terug te vinden.

Leerling: Dit verklaart voor een deel waarom de zoektocht naar verborgen schatten vaak niets oplevert. Maar hoe staat het met de meesters; worden zij ook door die eigenaardige bewakers tegengehouden?

Wijze: Nee, de meesters niet. De enorme hoeveelheden goud die onder de grond en onder de zee verborgen liggen, staan altijd tot hun beschikking. Ze kunnen, wanneer dat voor hun doel nodig is, sommen geld verkrijgen waarop geen enkel levend mens of iemands afstammeling het minste recht heeft; sommen zo groot dat zelfs de grootste financier ervan zou duizelen. Ze hoeven slechts de elementalen die de schatten bewaken daartoe opdracht te geven, en ze zijn onmiddellijk in hun bezit. Op dit feit berust het verhaal van Aladdin en zijn wonderlamp, dat meer waarheid bevat dan men zou denken.

Leerling: Wat voor nut heeft het dan om, zoals de alchemisten, te proberen goud te maken? Met het oog op de enorme hoeveelheid begraven schatten die gemakkelijk kunnen worden gevonden als men eenmaal de beheersing over hun bewakers heeft, lijkt het tijd- en geldverspilling om te leren hoe men metalen kan transmuteren.

Wijze: De transmutatie, waarover de echte alchemisten spreken, betreft het wijzigen van de lagere menselijke natuur. Niettemin is het mogelijk om lood in zuiver goud om te zetten. En veel volgelingen van de alchemisten – en van de zuivere ziel, Jakob Böhme – hebben vurig geprobeerd om de stoffelijke transmutatie tot stand te brengen, verblind door de schittering van rijkdom. Maar een adept heeft, zoals ik heb verklaard, geen transmutatie nodig. De verhalen over mensen die voor verschillende Europese vorsten goud uit onedel metaal zouden hebben gemaakt, worden verkeerd uitgelegd. Hier en daar zijn adepten verschenen, onder verschillende namen, en hebben in bepaalde noodgevallen grote sommen geld verstrekt of ervan gebruikgemaakt. Maar in plaats dat deze verkregen zouden zijn door alchemie, waren ze eenvoudig oude schatten die door elementalen, in dienst van hen of van de Loge, naar hen waren gebracht. Raymond Lully en Robert Fludd waren hiervan misschien voorbeelden, maar ik kan dit niet met zekerheid zeggen, omdat ik ze niet persoonlijk ken.

Leerling: Ik dank u voor uw onderricht.

Wijze: Ik hoop dat u de verlichting bereikt.

5

Mantra’s

Leerling: U sprak over mantra’s waarmee we elementalen die verborgen schatten bewaken, kunnen beheersen. Wat is een mantra?

Wijze: Een mantra is een groep woorden die, wanneer ze worden uitgesproken, bepaalde trillingen veroorzaken, niet alleen in de lucht maar ook in de fijnere ether, waardoor bepaalde resultaten worden teweeggebracht.

Leerling: Worden de woorden op goed geluk gekozen?

Wijze: Alleen door hen die niets over mantra’s weten, en ze toch gebruiken.

Leerling: Kunnen ze ook worden gebruikt als men de regels daarvoor niet kent? Is het mogelijk dat mensen die helemaal niets over het bestaan van mantra’s of van hun werking weten, ze niettemin gebruiken? Of is het zoiets als de spijsvertering, waarvan veel mensen niets afweten, hoewel ze voor hun bestaan in feite afhankelijk zijn van de goede werking ervan. Ik vraag u geduld met mij te hebben, want ik weet niets over dit onderwerp.

Wijze: In bijna alle landen maakt het volk er voortdurend gebruik van, maar zelfs in dat geval is het grondbeginsel ervan hetzelfde. In jongere landen, waar de folklore nog niet voldoende tijd heeft gehad om tot ontwikkeling te komen, heeft het volk er niet zoveel als in een land als India of in delen van Europa die al lange tijd worden bewoond. Maar de oorspronkelijke bewoners van elk land hebben er altijd wel een paar.

Leerling: Hiermee wilt u toch niet zeggen dat Europeanen mantra’s gebruiken om elementalen te beheersen?

Wijze: Nee. Ik spreek over hun invloed bij de gewone omgang tussen mensen. En toch zijn er veel mensen in Europa, en ook in Azië, die op deze manier dieren in hun macht hebben, maar dat zijn bijna altijd bijzondere gevallen. Er zijn mensen in Duitsland, Oostenrijk, Italië en Ierland, die een heel bijzondere invloed uitoefenen op paarden, vee en dergelijke door specifieke geluiden die op een bepaalde manier worden voortgebracht. In zulke gevallen is het gebruikte geluid een enkelvoudige mantra en zal daarom alleen invloed hebben op dat specifieke dier, waarvan hij die de mantra gebruikt weet dat dit dier erdoor kan worden beheerst.

Leerling: Kennen die mensen de regels die voor dit geval gelden? Kunnen ze die kennis aan anderen overdragen?

Wijze: Gewoonlijk niet. Het is een gave die ze zelf hebben ontdekt of hebben geërfd, en ze weten alleen dat ze het kunnen, evenals een hypnotiseur weet dat hij een bepaald effect kan teweegbrengen door een handbeweging, maar totaal onbekend is met het beginsel dat eraan ten grondslag ligt. Ze zijn even onwetend over de grondslag van dit vreemde verschijnsel, als de huidige fysiologen over de functie en oorzaak van zoiets alledaags als gapen.

Leerling: Onder welke rubriek moeten we zo’n onbewuste uitoefening van kracht rangschikken?

Wijze: Onder die van natuurlijke magie, die de materialistische wetenschap nooit kan uitroeien. Het is een contact met de natuur en haar wetten dat altijd is bewaard door het gewone volk dat, hoewel het de meerderheid van de bevolking uitmaakt, toch door de ‘beschaafde klasse’ volkomen wordt genegeerd. En u zult daarom constateren dat de mantra’s die het volk bewust of onbewust gebruikt, niet in de salons van Londen of Parijs of New York voorkomen. De ‘hogere kringen’ die te beschaafd zijn om natuurlijk te zijn, hebben zich een manier van spreken eigengemaakt die bedoeld is om te verbergen en te bedriegen, zodat natuurlijke mantra’s in haar gelederen niet kunnen worden bestudeerd.

Enkelvoudige, natuurlijke mantra’s zijn woorden zoals ‘vrouw’ (echtgenote). Als dit wordt uitgesproken dan roept het in ons denken alles op wat in dit woord besloten ligt. En in een andere taal zou dan dat woord worden gebruikt dat overeenkomt met dezelfde basisgedachte. En dat geldt ook voor uitdrukkingen met meer woorden, bijvoorbeeld in volkstaal zoals ‘I want to see the colour of his money’ (ik wil eerst geld zien). Er zijn ook uitdrukkingen die op bepaalde mensen kunnen worden toegepast, en als we die willen gebruiken, moeten we het karakter kennen van degenen met wie we spreken. Als deze worden gebruikt, brengen ze in het denken van de betreffende persoon een specifieke en blijvende trilling teweeg die tot de feitelijke uitvoering van het ingegeven idee leidt, of tot een algehele verandering van levenshouding, doordat de naar voren gebrachte onderwerpen hem raken, en er een specifieke mentale reactie in hem wordt opgewekt. Zodra het effect zich begint te vertonen, kan de mantra worden vergeten, omdat vanaf dat moment de macht van de gewoonte zijn denken gaat beheersen.

Groepen mensen worden beïnvloed door uitdrukkingen die de eigenschappen van een mantra bezitten; dit kan men waarnemen bij grote maatschappelijke, of andere, beroering. De oorzaak hiervan is dezelfde. Er wordt een overheersende gedachte opgewekt die verband houdt met een verlangen van het volk, of met een misstand die zwaar op hen drukt, en de uitwisseling die in hun hersenen optreedt tussen het denkbeeld en de vorm van de woorden houdt aan tot het doel is bereikt.

Een helderziende occultist ziet dit als een ‘weerklinken’ van woorden gekoppeld aan een hele reeks gevoelens, belangen, aspiraties, enz., dat steeds intenser wordt naarmate het moment van een oplossing of verandering nadert. En hoe meer mensen door het denkbeeld worden beïnvloed, des te krachtiger en omvangrijker het resultaat zal zijn. Een klein voorbeeld hiervan is Lord Beaconsfield in Engeland. Hij wist iets over mantra’s, en bedacht voortdurend dat soort spreuken. ‘Peace with honour’ (vrede met ere) was er één; ‘a scientific frontier’ (een wetenschappelijke horizon) was een ander, en zijn laatste, die bedoeld was om een grotere invloed te hebben, maar waarvan zijn dood de volledige uitwerking verhinderde was ‘empress of India’ (keizerin van India). Koning Hendrik VIII van Engeland heeft dit ook uitgeprobeerd, zonder zelf te weten waarom, toen hij aan alle titels die hij al bezat de volgende toevoegde: ‘verdediger van het geloof’. Aan de hand van deze voorbeelden zullen u vele andere te binnen schieten.

Leerling: Deze mantra’s betreffen slechts de onderlinge betrekkingen tussen mensen. Uit uw woorden maak ik op dat ze niets te maken hebben met elementalen. En ze zijn niet zozeer afhankelijk van geluid als wel van woorden die gedachten oproepen. Begrijp ik dat goed; en is het waar dat er een gebied bestaat waar het voortbrengen van bepaalde geluiden gevolgen teweegbrengt in het akasa, waardoor zowel mensen, dieren als elementalen beïnvloed kunnen worden, los van hun kennis van een of andere bekende taal?

Wijze: Dat is juist. We hebben slechts gesproken over natuurlijke, onbewust gebruikte mantra’s. De wetenschappelijke mantra’s behoren tot de klasse waarnaar u zojuist heeft verwezen. Het valt te betwijfelen of ze in moderne westerse talen kunnen worden gevonden, vooral in die van de Engels sprekende volkeren die de gesproken taal voortdurend veranderen en uitbreiden, zodat het hedendaagse Engels nauwelijks begrijpelijk zou zijn geweest voor de voorgangers van Chaucer. In het oude Sanskriet en de taal die daaraan voorafging, liggen mantra’s verborgen. De wetten die het gebruik daarvan beheersen, zijn daar ook te vinden, maar niet in de teksten die de filologie nu in handen heeft.

Leerling: Stel dat iemand kennis verkrijgt van oude authentieke mantra’s, zou hij dan invloed kunnen uitoefenen op iemand die Engels spreekt, door Engelse woorden te gebruiken?

Wijze: Hij zou dat kunnen; en alle adepten hebben de macht om een authentieke mantra in elke taal over te zetten, zodat één enkele zin die dan door hen wordt geformuleerd – of het nu in een brief is of mondeling – een enorme invloed zal hebben op degene tot wie ze zich richten.

Leerling: Is er niet een manier waarop we de adepten op dit punt kunnen navolgen?

Wijze: Ja, door eenvoudige vormen te bestuderen die het kenmerk van een mantra dragen, met het doel om op die manier het verborgen gedachteleven te bereiken van al degenen die spirituele hulp nodig hebben. Af en toe zult u een of andere uitdrukking tegenkomen die weerklank heeft gevonden in iemands denken, en die ten slotte een zodanige uitwerking heeft dat degene die haar hoorde zijn aandacht op spirituele dingen gaat richten.

Leerling: Ik dank u voor uw onderricht.

Wijze: Ik hoop dat de brahmamantra u de weg zal wijzen naar eeuwige waarheid – OM.

6

Leerling: Een materialist vertelde me dat alles wat er over mantra’s wordt gezegd, volgens hem slechts sentimenteel getheoretiseer is. Het is volgens hem misschien waar dat bepaalde woorden op sommige mensen invloed hebben, maar dit komt alleen doordat ze gedachten uitdrukken die voor de toehoorders aangenaam of onaangenaam zijn, terwijl de klanken op zich geen enkele invloed hebben. Wat de invloed van klanken of woorden op dieren betreft, deze ontkende hij volledig. Natuurlijk liet hij de elementalen helemaal buiten beschouwing, want die bestaan volgens hem niet.

Wijze: Die houding is in deze tijd heel begrijpelijk. Ons denken is zo materialistisch gekleurd, en de ware wetenschappelijke houding van de leidende denkers op verschillende onderzoeksgebieden wordt zo totaal verkeerd begrepen door mensen die denken dat ze het voorbeeld van de wetenschappers volgen, dat de meeste westerlingen bang zijn om iets als waar te erkennen dat buiten het bereik van de vijf zintuigen ligt. Degene over wie u spreekt, is één van die vele mensen die algemene wetten die van tijd tot tijd door bekende geleerden worden geformuleerd, als vaststaand en onveranderlijk beschouwen, en daarbij vergeten dat die geleerden voortdurend van standpunt veranderen en zo vooruitgang boeken.

Leerling: Denkt u dat de wetenschap op een dag veel van wat nu aan de occultisten bekend is zal erkennen?

Wijze: Ja, dat zal gebeuren. De echte wetenschapper is altijd bereid om iets als waarheid te erkennen, als het eenmaal is bewezen. U vindt hem misschien vaak koppig of verblind, maar in feite komt hij langzaam – voor u misschien te langzaam – steeds dichter bij de waarheid, ook al kan hij nog niet alles doorgronden. De oppervlakkige wetenschapper zweert altijd bij de gepubliceerde resultaten van het werk van een of andere autoriteit als het laatste woord over het desbetreffende onderwerp, terwijl diezelfde autoriteit nu misschien aantekeningen heeft gemaakt of nieuwe theorieën heeft ontwikkeld om zijn vroegere uitspraken sterk te verruimen en een stap vooruit te helpen. Slechts wanneer de dogmatische geest van een priester, gesteund door de wet, verklaart dat een ontdekking in strijd is met het geopenbaarde woord van zijn God, is er reden tot angst. Maar die tijd is voorbij, en keert voorlopig niet terug, en we hoeven nu niet bang te zijn voor taferelen zoals die waarin Galileo een rol speelde. Maar onder de door u genoemde materialisten is nog veel van die geest over; het ‘geopenbaarde woord van God’ is echter vervangen door de uitspraken van onze wetenschappelijke leiders.

Leerling: Datzelfde heb ik zelfs de laatste 25 jaar opgemerkt. Ongeveer 10 jaar geleden werd iedereen die de feiten erkende die tot de mogelijkheden van iedere mesmerist behoren, door veel bekende geleerden minachtend uitgelachen, terwijl die feiten nu bijna allemaal onder de naam hypnotisme worden erkend. En toen deze grote lichten van onze tijd alles nog ontkenden, waren de Franse geleerden bezig met het verslag van een lange reeks experimenten. Blijkbaar was een nieuwe naam voor een oud en zeer miskend feit voldoende excuus om alles wat eerst werd ontkend nu als waar aan te nemen. Maar kunt u iets zeggen over die materialistische onderzoekers? Worden ze niet beheerst door een of andere machtige maar onbekende wet?

Wijze: Ja inderdaad. Ze lopen voorop in de verstandelijke, maar niet de spirituele, ontwikkeling, en worden gedreven door krachten waarvan ze niets weten. Ze krijgen vaak hulp van de meesters, die niets ontgaat, en die steeds erop toezien dat deze mensen zich in de voor hen meest geschikte richting verder ontwikkelen, evenals u niet alleen in uw spirituele leven wordt bijgestaan, maar ook op verstandelijk gebied. Deze mensen zullen dus steeds nieuwe feiten en wetten ontdekken, of voor oude wetten nieuwe namen bedenken, om ze te verklaren. Ze kunnen niet anders.

Leerling: Wat is dan onze plicht als zoekers naar waarheid? Moeten we als hervormers van de wetenschap optreden, of moeten we iets anders doen?

Wijze: Nee, niet als hervormers van de instituten en hun docenten, want daarmee zou u geen succes hebben. De wetenschap kan voor zichzelf zorgen, en u zou slechts parels strooien om door hen te worden vertrapt. Wees gerust, alles wat binnen hun begripsvermogen ligt zal in de loop van de tijd worden ontdekt en erkend. Een poging om hen te dwingen tot erkenning van wat volgens u volkomen duidelijk is, zou bijna uitsluitend voortvloeien uit uw ijdelheid en uw verlangen naar lof. Het is niet mogelijk om hen te dwingen, evenmin als het voor mij mogelijk is om u te dwingen bepaalde voor u onbegrijpelijke wetten aan te nemen. U zou mij zeker niet verstandig of eerlijk vinden als ik u eerst dingen zou tonen die u in uw ontwikkelingsstadium nog niet kan begrijpen, en u dan zou dwingen de waarheid ervan aan te nemen. En als u uit eerbied zou zeggen: ‘Deze dingen zijn waar’, terwijl u er in feite niets van begreep, en niets wijzer bent geworden, dan zou u zich slechts gewonnen hebben geven.

Leerling: Maar u bedoelt toch niet dat we ons alleen met ethiek moeten bezighouden en geen aandacht aan de wetenschap moeten schenken?

Wijze: Nee, volstrekt niet. Probeer zoveel mogelijk kennis op te doen. Maak u vertrouwd met alles wat de wetenschap verkondigt, en toets het, en doe vooral ook zelf onderzoek, maar onderwijs en verkondig tegelijkertijd een levenswijze die gebaseerd is op de werkelijke betekenis van broederschap en breng die in praktijk. Dat is de juiste manier. De gewone mensen, die niets afweten van de wetenschap, zijn overal in de meerderheid. Deze mensen moeten op zo’n manier worden onderwezen, dat de ontdekkingen van de wetenschap waar niet het licht van de geest op schijnt, geen zwarte magie worden.

Leerling: In een vorig gesprek noemde u elementalen die verborgen schatten bewaken. Ik zou daarover graag meer willen weten. Niet over hoe men ze kan beheersen of hoe men zulke schatten kan verwerven, maar over het onderwerp in het algemeen.

Wijze: De wetten die het verbergen van een schat bepalen, zijn dezelfde als die welke voor verloren voorwerpen gelden. Ieder mens is omgeven door een fluïdum, of atmosfeer, of aura of energie – hoe u het ook wilt noemen – waarin zich voortdurend elementalen bevinden die delen in zijn aard. Dat wil zeggen, ze dragen zijn kleur en het stempel van zijn karakter. Er bestaan talrijke klassen van deze wezens. Sommige mensen hebben er veel van één klasse, of van alle klassen; anderen hebben er veel van enkele klassen en weinig van andere.

Alles wat u draagt, staat in verband met uw elementalen. Bijvoorbeeld, u draagt iets van wol of van linnen en kleine voorwerpen van hout, been, koper, goud, zilver of ander materiaal. Elk van die dingen heeft zijn eigen magnetische verbindingen en ze zijn allemaal min of meer doortrokken van uw magnetisme en uw zenuwfluïdum. Sommige bewaren – door de aard van hun substantie – dit fluïdum niet lang, maar andere juist wel. De elementalen zijn door middel van het magnetische fluïdum met die voorwerpen verbonden die met hun aard overeenkomen.

Ze worden ook – meer dan u weet, en op een manier die niet eenvoudig kan worden beschreven – door uw gedachten en verlangens beïnvloed. Uw verlangens klampen zich aan sommige dingen stevig vast, terwijl hun greep op andere veel minder sterk is. Als een van die voorwerpen plotseling op de grond valt, gaan er altijd elementalen mee. Deze worden door aantrekkingskracht door het voorwerp meegetrokken, en niet omdat ze het voorwerp zien. Meestal omhullen ze het voorwerp volledig, zodat geen mens het kan ontdekken, ook al is het vlakbij. Maar na enige tijd wordt het magnetisme minder sterk, en hun vermogen om het voorwerp te omhullen verzwakt, met als gevolg dat het weer zichtbaar wordt. Dit gebeurt niet altijd. Maar het is toch iets wat dagelijks voorkomt, en voor veel mensen is het zo duidelijk dat het niet naar het rijk der fabelen kan worden verwezen.

Ik geloof zelfs dat één van uw schrijvers een artikel over zo’n ervaring heeft geschreven, waarin hij, hoewel het onderwerp op een min of meer komische manier wordt behandeld, onopzettelijk verschillende waarheden meedeelt; de titel is, als ik me niet vergis: ‘Over de ingewortelde eigenzinnigheid van levenloze voorwerpen.’ In al deze gevallen is er sprake van zo’n subtiel evenwicht van krachten dat u voorzichtig moet zijn om algemene conclusies te trekken. U kunt bijvoorbeeld terecht vragen waarom een jas die op de grond valt, zelden uit het gezicht verdwijnt? Er zijn gevallen dat zelfs zo’n groot voorwerp wordt verborgen, maar deze komen zelden voor. De jas zit vol met uw magnetisme, en de elementalen voelen u misschien net zo sterk als wanneer u de jas nog aan heeft. Misschien is er voor hen geen verstoring van de verhoudingen, magnetisch of anderszins. En vaak bestaat dit evenwicht van krachten eveneens in het geval van een klein voorwerp dat niet onzichtbaar is geworden – als gevolg van allerlei oorzaken die verband houden met uw toestand op dat moment – waardoor het voorwerp niet verdwijnt. Om elk specifiek geval te kunnen beoordelen, zou men in het gebied moeten kunnen kijken waar de werking van deze wetten verborgen ligt, en alle krachten moeten berekenen, om te kunnen zeggen waarom iets op een bepaalde manier gebeurt en niet anders.

Leerling: Maar neem het geval van een man die een schat bezit, deze in de grond verbergt, en dan de plek verlaat en sterft; en de schat wordt niet gevonden. In dat geval hebben de elementalen haar niet verborgen. Of, als een vrek zijn goud en juwelen begraaft, wat dan?

Wijze: In alle gevallen waarin iemand goud of juwelen of geld of kostbare voorwerpen begraaft, hechten zijn verlangens zich aan datgene wat hij verbergt. Veel van zijn elementalen hechten zich eraan, en ook andere klassen van elementalen die niets met hem te maken hebben, verzamelen zich eromheen en houden de schat verborgen. In het geval van de kapitein van een schip dat schatten aan boord heeft, zijn de invloeden heel sterk, want de elementalen van alle personen die in verband staan met de lading komen daar bijeen, en de kapitein maakt zich zorgen over wat er aan hem is toevertrouwd.

Bedenk ook dat goud en zilver – of andere metalen – in verband staan met elementalen die heel sterk zijn en een bijzondere aard hebben. Ze houden zich niet aan de wet die door mensen is opgesteld; en de natuurwetten kennen de mens geen eigendomsrechten voor metalen toe noch erkennen ze zijn bijzondere recht om te behouden wat hij uit de grond heeft gehaald of zich heeft toegeëigend. De elementalen verlangen er daarom niet naar om hem het goud of zilver dat hij verloren heeft, te laten terugvinden. Als we zouden aannemen dat ze zich bezighouden met het vervullen van menselijke verlangens, of met het zeker stellen van onze eigendomsrechten, dan zouden we evengoed onmiddellijk het bestaan van een onvoorspelbare en onverantwoordelijke voorzienigheid kunnen erkennen. Ze handelen uitsluitend volgens de wetten van hun bestaan, en omdat ze niet het vermogen tot oordelen bezitten, kunnen ze ook geen blunders begaan en worden ze niet gedreven door overwegingen met betrekking tot onze onvervreemdbare rechten of onze onvervulde wensen. Daarom handelen de elementalen van de metalen altijd volgens hun eigen natuurwetten, en één manier waarop ze dat doen is door metalen voor onze ogen onzichtbaar te maken.

Leerling: Is er een toepassing van dit alles op ethisch gebied?

Wijze: Er is een heel belangrijk punt dat u niet over het hoofd moet zien. Telkens wanneer u de fouten van een ander hard en meedogenloos bekritiseert, trekt u een zekere hoeveelheid elementalen van die persoon naar u toe. Ze klemmen zich aan u vast en proberen in u dezelfde toestand of fout te vinden die ze in de ander hebben achtergelaten. Het is alsof ze hem hebben verlaten om tegen een hoger loon voor u te werken.

Dan is er – wat we eerder al bespraken – de invloed van onze daden en gedachten, niet alleen op dat deel van het astrale licht met al zijn elementalen dat ieder van ons speciaal toebehoort, maar op de hele astrale wereld. Als mensen de vreselijke beelden konden zien die daar zijn afgedrukt, en hoe deze steeds op ons inwerken en ons aansporen om dezelfde daden of gedachten te herhalen, dan zou het duizendjarig rijk misschien snel aanbreken. Het astrale licht is in dit opzicht gelijk aan het negatief van een fotograaf, en wij zijn het fotopapier waarop het beeld wordt afgedrukt. We kunnen twee soorten beelden van elke handeling zien. Het ene is de handeling zelf, en het andere de afdruk van de gedachten en gevoelens die hen bezielden die zo handelden. Hieruit kunt u opmaken dat u misschien verantwoordelijk bent voor veel meer vreselijke beelden dan u had gedacht. Want achter handelingen die er eenvoudig uitzien, staan vaak de ergste gedachten en begeerten.

Leerling: Hebben deze beelden in het astrale licht in volgende levens nog invloed op ons?

Wijze: Ja, een grote invloed. We worden er lange perioden door beïnvloed, en hierin kunt u misschien de door u gezochte aanwijzingen vinden voor veel gevallen van de werking van de wet van karma.

Leerling: Is er niet ook enige invloed op dieren en via deze weer op ons, en omgekeerd?

Wijze: Ja. Het dierenrijk wordt door middel van het astrale licht door ons beïnvloed. We hebben in dit astrale licht beelden van wreedheid, onderdrukking, overheersing en moord gegrift. De hele christelijke wereld is het eens dat de mens dieren zonder bezwaar mag doden, op grond van de theorie die vroeger door priesters zo uitvoerig is beschreven, dat dieren geen ziel hebben. Dit wordt zelfs aan kleine kinderen geleerd, en deze beginnen al heel jong insecten, vogels en andere dieren te doden, niet om zich ertegen te beschermen, maar moedwillig. Als ze volwassen zijn geworden, gaan ze door met deze gewoonte, en in Engeland zien we dat het afschieten van vogels, veel meer dan voor consumptie nodig is, een nationale sport is, of, zoals ik het zou willen noemen, een nationale misdaad. Dit is slechts een klein voorbeeld. Als zulke mensen elementalen even gemakkelijk konden vangen als dieren, zouden ze ze doden als vermaak, wanneer ze geen gebruik van hen willen maken; en als de elementalen weigerden te gehoorzamen, zou hun dood volgen als straf. Dit alles voelen de elementalen, natuurlijk zonder een ethisch bewustzijn; maar overeenkomstig de wet van actie en reactie krijgen we van hen precies terug wat we hebben gegeven.

Leerling: Voordat we het onderwerp elementalen verlaten, zou ik willen terugkomen op het punt van de metalen en het verband tussen de mens en de elementalen die in verbinding staan met het mineralenrijk. Sommige mensen schijnen altijd zonder moeite metalen te kunnen vinden, of ze hebben, zoals ze zeggen, in dat opzicht geluk. Hoe kan ik dat rijmen met de natuurlijke neiging van de elementalen om alles te verbergen? Komt dat omdat er strijd of disharmonie is tussen de verschillende klassen van elementalen die bij een bepaald persoon horen?

Wijze: Dat is een deel van de verklaring. Sommige mensen zijn, zoals ik al zei, meer met een soort elementalen verbonden dan met een andere soort. Iemand die ‘geluk heeft’ met metalen, bijvoorbeeld met goud of zilver, heeft in zijn nabijheid meer elementalen die tot die metalen behoren dan andere mensen, en dus is er minder strijd tussen de elementalen. Zo iemand komt meer overeen met het rijk van de metaal-elementalen, omdat deze overheersen. Er bestaat dus een sterkere natuurlijke aantrekking tussen het verloren of begraven goud of zilver en die persoon, dan bij andere mensen.

Leerling: Waardoor wordt dit bepaald? Komt dit door een verlangen naar goud en zilver, of is het aangeboren?

Wijze: Het is aangeboren. De combinaties zijn in ieder individu zo complex en hangen van zoveel verschillende oorzaken af, dat u ze niet kunt bepalen. Ze gaan vaak vele generaties terug en hangen af van de bijzondere eigenschappen van de grond, het klimaat, het land, de familie of het ras. Zoals u kunt zien, vertonen die een enorme variatie, en met de gegevens waarover u nu kunt beschikken, kunt u dit niet bepalen. Enkel de wens om goud en zilver te bezitten is niet genoeg.

Leerling: Ik denk ook dat pogingen om met die elementalen in contact te komen door sterk aan ze te denken niet het gewenste resultaat zullen hebben.

Wijze: Nee, dat zal niet helpen, want uw gedachten kunnen hen niet bereiken. Ze horen u niet, en zien u niet; en omdat onervaren mensen alleen door een toevallige concentratie van krachten invloed op hen uitoefenen, kunnen deze ‘toevalligheden’ slechts tot stand komen voor zover u een natuurlijke verwantschap heeft met het rijk waartoe die elementalen behoren die u heeft beïnvloed.

Leerling: Ik dank u voor uw onderricht.

Wijze: Ik hoop dat u naar het pad wordt geleid dat naar het licht voert!

7

Leerling: Op welke hoofdgedachte kan ik me het beste richten bij mijn studie van de elementalen?

Wijze: Het beste is dat u zich enkele feiten en de wetten die daarop betrekking hebben duidelijk inprent en probeert deze volledig te begrijpen. Omdat de wereld van de elementalen volkomen verschilt van de wereld die voor u zichtbaar is, kunnen de wetten die voor hen en hun handelingen gelden, niet volledig worden omschreven in termen die nu door de wetenschappelijke of de metafysische scholen worden gebruikt. Daarom kan alleen een gedeeltelijke beschrijving worden gegeven. Ik zal u enkele van die feiten geven, waarbij u goed moet begrijpen dat mijn opmerkingen niet op alle klassen van elementalen van toepassing zijn.

Ten eerste dan: Elementalen hebben geen vorm.

Leerling: U bedoelt zeker dat ze geen begrensde vorm of lichaam bezitten zoals het onze, dat een oppervlak heeft dat de zetel schijnt te zijn van gewaarwordingen.

Wijze: Niet alleen dat, maar ook dat ze niet eens een schaduwachtige, vage, astrale vorm hebben, zoals gewoonlijk aan geestverschijningen wordt toegeschreven. Ze hebben geen afzonderlijke persoonlijke vorm waarin ze zich kunnen vertonen.

Leerling: Hoe moet ik dat zien met het oog op de voorbeelden die door Bulwer-Lytton en andere schrijvers zijn gegeven van elementalen die in bepaalde vormen verschijnen?

Wijze: De vorm die aan een elementaal wordt gegeven of door deze wordt aangenomen, is van oorsprong altijd subjectief. Deze vorm is het werk van de persoon die het ziet, en die, om de aanwezigheid van het elementaal duidelijker waar te nemen, daaraan onbewust een vorm heeft gegeven. Ook een gemeenschappelijke indruk van veel mensen kan ervoor zorgen dat er een duidelijke gedaante wordt aangenomen die het resultaat is van die gecombineerde indrukken.

Leerling: Kunnen we op deze manier het verhaal dat Luther de duivel zag, verklaren?

Wijze: Ja. Luther had zich van jongs af een beeld gevormd van een persoonlijke duivel, het hoofd van de broederschap van de bozen, die een eigen specifieke vorm had. De elementalen die door Luther werden opgeroepen, hetzij door zijn enorme geestdrift of door ziekte, bekleedden zich daardoor onmiddellijk met het oude beeld dat hij in zijn denken had gevormd en vaste vorm had gegeven; en hij noemde dit de duivel.

Leerling: Dit doet me denken aan een vriend die me vertelde dat hij in zijn jeugd de traditionele duivelsfiguur had gezien, die uit de open haard tevoorschijn kwam en door de kamer stapte, en dat hij sindsdien overtuigd was van het objectieve bestaan van de duivel.

Wijze: Op deze manier kunt u ook de uitzonderlijke gebeurtenissen in Salem in de Verenigde Staten verklaren, toen enige hysterische en mediamieke vrouwen en kinderen de duivel zagen en ook verschillende kleine duiveltjes in allerlei gedaanten. Sommige van deze gaven de slachtoffers informatie. Het waren allemaal elementalen, en hun illusoire vorm was het product van de verbeeldingskracht en het geheugen van die arme ongelukkige mensen.

Leerling: Maar er zijn gevallen waar een bepaalde vorm telkens terugkomt. Bijvoorbeeld een eigenaardig gekleed vrouwtje dat nooit in de verbeelding van de aanwezigen bestond; en andere regelmatig terugkerende geestverschijningen. Hoe werden die teweeggebracht? Niemand had immers zo’n beeld voor ogen gehad.

Wijze: Zulke beelden bevinden zich in de aura’s van die mensen, en zijn ontstaan door indrukken vóór de geboorte. Elk kind komt in het leven met beelden die om hem heen zweven, die zich aan het kind vasthechten en afkomstig zijn van de moeder; en zo kan men voor de oorsprong van zulke beelden soms heel ver in het verleden teruggaan via een lange reeks voorouders. Dit maakt deel uit van de werking van dezelfde wet, volgens welke het lichaam van een kind invloeden ondergaat van gebeurtenissen die tijdens de zwangerschap indrukken achterlaten op de moeder.1

1. Zie Isis ontsluierd, 1:495ev, 503-7.

Leerling: Dus om de oorsprong van zo’n geestverschijning te achterhalen zou men moeten kunnen terugkijken, niet alleen in iemands huidige leven maar ook in de levens van zijn voorouders?

Wijze: Juist. En daarom zal een occultist over deze dingen niet snel zijn mening geven. Hij kan slechts de algemene regel geven, want men zou een heel leven kunnen verspillen met nutteloos onderzoek naar een onbelangrijk verleden. U begrijpt dat niet alle kleinigheden van een heel leven kunnen worden nagespeurd, alleen om iemand te vertellen wanneer en onder welke omstandigheden een bepaald beeld op zijn bewustzijn werd afgedrukt. Duizenden van zulke indrukken worden jaarlijks gemaakt. Dat ze geen herinneringen zijn geworden, bewijst niet dat ze niet bestaan. Die indrukken wachten, evenals het onzichtbare beeld op een fotografische plaat, op het moment waarop ze worden ontwikkeld.

Leerling: Hoe moet ik me de essentie en de bestaansvorm van een elementaal voorstellen?

Wijze: Beschouw ze uitsluitend als energiecentra, die altijd handelen overeenkomstig de wetten van dat gebied van de natuur waartoe ze behoren.

Leerling: Kunnen we een elementaal dan vergelijken met buskruit dat ongetwijfeld zal ontploffen als het wordt aangestoken? Dat wil zeggen dat de elementalen niets weten over goed en kwaad, maar steevast handelen zodra de aanleiding tot hun natuurlijke werking aanwezig is? Ik neem aan dat ze daarom onverzoenlijk worden genoemd.

Wijze: Ja, ze zijn als de bliksem die opflitst of vernietigt naar gelang van de omstandigheden. Het heeft geen respect voor de mens, of voor liefde, of schoonheid, of deugd, maar kan even gemakkelijk een onschuldige als een schuldige doden, of de bezittingen van een goed als van een slecht mens verbranden.

Leerling: Wat valt er verder over te zeggen?

Wijze: Dat de elementalen in en door alle voorwerpen heen leven, en ook buiten de dampkring van onze aarde.

Leerling: Bedoelt u bijvoorbeeld dat er in deze berg een bepaalde klasse elementalen bestaat die zich onbelemmerd door mensen, door de aarde, rotsen of bomen heen kunnen bewegen?

Wijze: Ja, en niet alleen dat, maar dat er tegelijkertijd een andere klasse elementalen bestaat die zich, behalve door rotsen, bomen en mensen, zelfs door eerstgenoemde klasse heen kunnen bewegen.

Leerling: Nemen ze de voorwerpen waar die voor ons belemmeringen zijn en waar zij doorheen kunnen bewegen?

Wijze: Nee, gewoonlijk niet. In uitzonderlijke gevallen komt dit voor, maar zelfs dan is dit niet vergelijkbaar met onze vorm van gewaarwording. Voor hen bestaan de voorwerpen niet. Een groot blok steen of een klomp ijzer vormt voor hen geen begrenzing of heeft voor hen geen dichtheid. Maar ze kunnen er een indruk van ontvangen door een verandering van kleur of klank, maar niet als gevolg van dichtheid of weerstand.

Leerling: Is het niet vergelijkbaar met een elektrische stroom die door een hard stuk koperdraad gaat, maar zich niet door lucht kan voortbewegen?

Wijze: Dat toont duidelijk aan dat iets dat ondoordringbaar is voor één vorm van energie, voor een andere vorm wél doordringbaar is. Als we dit voorbeeld verder uitwerken, zien we dat de mens zich door de lucht kan verplaatsen, maar door metaal wordt tegengehouden. Dus, wat voor ons ‘ondoordringbaar’ is, is niet ‘ondoordringbaar’ voor elektriciteit. Evenzo is iets wat een elementaal de weg kan versperren niet een voorwerp dat wij vast noemen, maar iets dat voor ons ontastbaar en onzichtbaar is, maar voor de elementalen een ondoordringbare barrière.

Leerling: Ik dank u voor uw onderricht.

Wijze: Streef ernaar om meer verlichting te verdienen!

8

Leerling: Wat is occultisme?

Wijze: Het is die tak van kennis die het heelal in de vorm van een ei weergeeft. De cel van de wetenschap is een kopie in het klein van het ei van het heelal. De wetten die voor het geheel gelden, gelden ook voor elk deel ervan. Omdat de mens een kopie in het klein van het heelal is – de microkosmos – wordt hij beheerst door dezelfde wetten die het grotere geheel beheersen. Occultisme onderricht ons daarom over de verborgen wetten en krachten van het heelal en de mens. Die krachten werken ook in de uiterlijke wereld en zijn slechts gedeeltelijk bekend aan de mensen van deze tijd die geen onzichtbare werkelijke natuur erkennen die het model van de zichtbare natuur bevat.

Leerling: Wat zegt het occultisme in grote lijnen over de mens?

Wijze: Dat hij het hoogste product van de evolutie is, en dus een centrum of brandpunt in zich heeft dat met elk krachtcentrum in het heelal overeenkomt. Hij heeft daarom evenveel centra of brandpunten van kracht, macht en kennis als er in de grotere wereld om hem heen en in hem zijn.

Leerling: Geldt dit voor alle mensen, of verwijst u naar de uitzonderingen?

Wijze: Ik bedoel ieder mens, van de laagste tot de allerhoogste, zowel de gewone mensen als zij die verder zijn dan wij en van wie we vermoeden dat ze bestaan. Hoewel we gewend zijn om de term ‘menselijk’ tot deze aarde te beperken, is het niet juist om dat soort wezens tot dit gebied of deze bol te beperken, omdat er op andere planeten wezens zijn die wat kracht en aard en mogelijkheden betreft vergelijkbaar zijn met die van onze planeet.

Leerling: Wilt u iets meer toelichten wat u bedoelt als u zegt dat we centra of brandpunten in ons hebben.

Wijze: Elektriciteit is een heel sterke kracht waarover de wetenschap niet alles weet, en die toch veel wordt gebruikt. Het zenuwstelsel en het fysieke en mentale gestel van de mens kunnen samen op een meer verfijnde en subtiele manier precies dezelfde kracht voortbrengen, en in dezelfde mate, als de krachtigste dynamo, zodat die kracht kan worden gebruikt om te doden, een toestand te wijzigen, of een voorwerp te verplaatsen of te veranderen. Dit is de ‘vril’ die door Bulwer-Lytton in zijn Coming Race werd beschreven.

De natuur vertoont voor onze ogen het vermogen om een bepaalde hoeveelheid materiaal naar één plek met vastomlijnde grenzen te trekken teneinde het kleinste voorwerp voort te brengen, of het allergrootste. Uit de lucht neemt ze wat er al is, en door het binnen de grenzen van een boom of een dierlijke vorm te verdichten maakt ze het voor onze fysieke ogen zichtbaar. Dit is de kracht van het verdichten binnen de zogeheten ideële grenzen, d.w.z. binnen de grenzen van de ideële vorm. De mens heeft hetzelfde vermogen, en kan, als hij de wetten en de juiste krachtcentra in zichzelf kent, precies hetzelfde doen als de natuur. Hij kan dus zichtbaar en stoffelijk maken wat eerst ideëel en onzichtbaar was door de ideële vorm te vullen met de stof die uit de lucht wordt gehaald. In zijn geval is het enige verschil met de natuur dat hij snel doet wat zij langzaam tot stand brengt.

Natuurverschijnselen leveren ons geen voorbeeld van telepathie dat we kunnen gebruiken. Onder vogels en andere dieren bestaat er echter een telepathie die instinctief tot stand komt. Maar telepathie, zoals het nu wordt genoemd, is het overbrengen van een gedachte of denkbeeld van mens op mens. Dit is een natuurkracht, en wanneer deze goed wordt begrepen kan deze door de ene mens worden gebruikt om elk denkbeeld of elke gedachte over te brengen naar een ander, ongeacht de afstand of obstakels die zich tussen hen bevinden. Als natuurverschijnsel kunnen we de trilling van een snaar noemen die alle andere snaren van dezelfde lengte tegelijkertijd kan laten meetrillen. Dit is een tak van het occultisme die deels bekend is aan de huidige onderzoekers. Maar het is ook een van de nuttigste en een van de grootste vermogens die we hebben. Om ervan gebruik te maken moeten veel dingen samenkomen. In het gewone leven wordt ze dagelijks door iedereen gebruikt – mensen staan namelijk elk moment telepathisch met elkaar in contact – maar om haar volmaakt te beheersen, d.w.z. over elke afstand en ondanks elk obstakel, moet men dit occulte vermogen volmaakt beheersen. Toch zal ze op een dag aan het grote publiek bekend zijn.

Leerling: Wordt er door de natuur gestreefd naar een doel dat de mens eveneens voor ogen zou moeten hebben?

Wijze: De natuur werkt altijd om het anorganische of levenloze of niet-intelligente en niet-bewuste om te zetten in het organische, het intelligente en het bewuste; en dit zou ook het doel van de mens moeten zijn. In haar grote processen lijkt de natuur vernietiging te veroorzaken, maar dat dient alleen voor de opbouw. De rotsen vergaan tot aarde, elementen verenigen zich om verandering teweeg te brengen, maar de evolutie gaat altijd vooruit. De natuur vernietigt de dingen of de tijd niet; ze is constructief. De mens zou dat ook moeten zijn. En als moreel wezen met een vrije wil zou hij aan dat doel moet werken, en moet hij niet alleen maar zijn verlangens bevredigen of zijn energie verspillen.

Leerling: Betreft het occultisme waarheid of leugens, is het egoïstisch of onzelfzuchtig; of is het deels het ene en deels het andere?

Wijze: Het occultisme is kleurloos, en wordt pas goed of slecht wanneer de mens het in een of andere richting gebruikt. Slecht occultisme, of dat wat voor egoïstische doeleinden wordt gebruikt, is niet minder echt, want het is hetzelfde als dat wat voor goede doeleinden wordt gebruikt. De natuur is tweezijdig, negatief en positief, goed en slecht, licht en donker, warm en koud, geest en stof. De zwarte magiër heeft evenzeer het vermogen om verschijnselen teweeg te brengen als de witte, maar de natuur heeft de neiging om uiteindelijk de zwarte te vernietigen en de witte te redden. Maar wat u moet begrijpen is dat een leugenachtig mens en een waarachtig mens beiden occultist kunnen zijn. De woorden van de christelijke leraar Jezus geven aan hoe men dit onderscheid kan maken: ‘Aan hun vruchten kunnen jullie hen herkennen. Men plukt toch geen druiven van doornstruiken of vijgen van distels.’1

1. Matth. 7:20; 7:16.

Occultisme is de algemene, alomvattende term, en het onderscheid wordt gemaakt door de termen wit en zwart. Beide gebruiken dezelfde krachten, en dezelfde wetten, want in dit heelal gelden geen bijzondere wetten voor een specifieke groep mensen die zich met natuurgeheimen bezighoudt. Maar de weg van de onwaarachtigen en verdorvenen, die eerst eenvoudig lijkt te zijn, is uiteindelijk moeilijk, want de zwarte magiërs zijn niemand te vriend. Ze staan allemaal tegenover elkaar zodra het om hun belangen gaat, en dat kan op elk moment gebeuren. Er wordt gezegd dat de persoonlijke ziel van hen die actief zijn aan de destructieve kant van de natuur uiteindelijk zal worden vernietigd.

Leerling: Waar moet ik de hulp zoeken die ik nodig heb om juist te leven, en op de juiste manier te studeren?

Wijze: In uzelf is het licht dat ieder mens verlicht die hier op aarde leeft. Het licht van het hoger zelf en van de mahatma verschillen niet van elkaar. Hoe kunt u de natuur begrijpen, zolang u niet uw hoger zelf heeft gevonden?

9

Leerling: Wat zijn de gevolgen als iemand probeert het vermogen te ontwikkelen om in het astrale licht te kijken, voordat die persoon is ingewijd?

Wijze: In het astrale licht kijken, gebeurt niet door middel van manas, maar door middel van de zintuigen, en heeft daarom alles te maken met zintuiglijke waarneming op een ander en bedrieglijker gebied dan dit. De uiteindelijke waarnemer, of de beoordelaar van waarnemingen, werkt in manas, in het zelf; het uiteindelijke oordeel wordt dus door astrale waarnemingen vertroebeld als men niet getraind of ingewijd is om het ware en het onware te kunnen onderscheiden. Een ander gevolg is de neiging om te lang stil te staan bij deze subtiele zintuiglijke waarneming, waardoor manas tijdelijk verlamd zal raken. Dit maakt de verwarring des te groter, en zal een eventuele inwijding des te meer of voorgoed vertragen. Bovendien betreft die waarneming het gebied van de paranormale verschijnselen, en draagt bij tot de verwarring van het zelf dat dit leven nog maar net begint te begrijpen.

Door zich op het astrale gebied te begeven wordt nog een element van verwarring toegevoegd door verschijnselen die zijn toe te schrijven aan een ander gebied te verwarren met die op ons gebied. Het ego moet een stevige basis vinden en niet heen en weer worden geslingerd. De voortdurende omkering van beelden en ideeën in het astrale licht, en de streken van de daar aanwezige elementalen, die ons als zodanig onbekend zijn en waarvan we alleen de gevolgen zien, dragen nog meer bij tot de verwarring. Samengevat, het werkelijke gevaar waaruit alle andere voortvloeien of volgen, ligt in de verwarring van het ego wanneer het voortijdig met vreemde dingen wordt geconfronteerd.

Leerling: Hoe kan iemand weten wanneer hij echte occulte informatie vanuit het innerlijke zelf ontvangt?

Wijze: De intuïtie moet worden ontwikkeld, en de zaak moet vanuit een werkelijke filosofische basis worden beoordeeld, want als die occulte informatie in strijd is met juiste algemene regels dan is dat verkeerd. Ze moet blijken uit een diepe en grondige analyse waarbij we ontdekken wat uit alleen maar egoïsme voortkwam en wat niet; als ze is toe te schrijven aan egoïsme, dan is ze niet van de geest en is ze onwaar. Het vermogen om te weten komt niet voort uit boekenstudie of uit louter filosofie, maar vooral uit het in praktijk brengen van altruïsme in daad, woord en gedachte; want die praktijk zuivert de omhulsels van de ziel waardoor dat licht omlaag kan schijnen naar het bewustzijn van onze hersenen. Omdat de hersenen in de waaktoestand de ontvanger zijn, moeten ze worden gezuiverd van de invloed van zintuiglijke waarneming, en de beste manier om dit te doen is door filosofie te combineren met de hoogste uiterlijke en innerlijke deugd.

Leerling: Noem enkele manieren waarop de intuïtie kan worden ontwikkeld.

Wijze: In de eerste plaats door haar te oefenen, en ten tweede door haar niet voor puur persoonlijke doeleinden te gebruiken. Oefening betekent dat ze fouten moet maken, tot door oprechte pogingen om haar te gebruiken haar eigen kracht wordt ontwikkeld. Dit betekent niet dat we fouten kunnen maken zonder de gevolgen ervan te ondervinden, maar dat we onze intuïtie gaan gebruiken en versterken nadat we het geweten de juiste basis hebben gegeven door de gulden regel te volgen. In het begin zullen we daarbij onvermijdelijk fouten maken, maar al snel zal ze – als we oprecht zijn – helderder worden en zich niet meer vergissen. We moeten de werken bestuderen van degenen die dit pad in het verleden zijn gegaan en hebben ontdekt wat echt is en wat niet. Ze zeggen dat het zelf de enige werkelijkheid is. Het denken moet een ruimer levensperspectief worden geboden, bijvoorbeeld door onderzoek naar de reïncarnatieleer, want die laat zien dat onze mogelijkheden onbegrensd zijn. We moeten niet alleen onzelfzuchtig zijn, maar moeten alle taken uitvoeren die karma ons heeft gegeven, en dan zal de intuïtie ons de weg wijzen naar onze plicht, en het ware pad van het leven.

Leerling: Zijn er adepten in Amerika of Europa?

Wijze: Ja, die zijn er en zijn er altijd geweest. Maar ze houden zich voorlopig voor het oog van de wereld verborgen. De echte adepten hebben een veelomvattende taak op veel gebieden van het leven, en bereiden bepaalde mensen voor op werk dat ze in de toekomst zullen doen. Hoewel hun invloed groot is, heeft men geen vermoeden van hun bestaan, en dat is de manier waarop ze op dit moment willen werken. Ook zijn er een aantal die werken met bepaalde personen in sommige indianenstammen in Amerika, want onder hen zijn er ego’s die in een ander leven nog meer werk zullen doen, en ze moeten daarop nu worden voorbereid. Niets wordt door deze adepten over het hoofd gezien. In Europa gebeurt hetzelfde; de aard van het werk wordt bepaald door tijd en plaats.

Leerling: Wat is de betekenis van de vijfpuntige ster?

Wijze: Het is het symbool van de mens die geen adept is, maar die zich wat zijn gedachten en innerlijke ontwikkeling betreft op het gebied van de dierlijke natuur bevindt. Daarom is het het symbool van de mensheid. Ondersteboven betekent het, of symboliseert het, de dood. In die stand betekent het ook de andere of de duistere kant. Het is tegelijkertijd het kruis begiftigd met de macht van het denken, d.w.z. de mens.

Leerling: Bestaat er een vierpuntige ster als symbool?

Wijze: Ja. Dat is het symbool van het rijk direct onder dat van de mens, en heeft betrekking op de dieren. De juiste soort helderziende kan zowel de vijf- als de vierpuntige ster zien. Het wordt allemaal voortgebracht door de snijpunten van de lijnen of stromen in het astrale licht afkomstig van de persoon of het wezen. De vierpuntige betekent dat het wezen manas heeft, maar dat nog niet heeft ontwikkeld.

Leerling: Heeft de vijfpuntige ster als figuur op zichzelf enige macht?

Wijze: Deze heeft enige macht, maar heel weinig. Ze wordt door allerlei mensen gebruikt als handelsmerk en dergelijke, en voor het doel van verschillende organisaties, maar dit levert geen resultaten op. Ze moet in feite door het denken worden gebruikt om enige kracht of waarde te hebben. Als ze op die manier wordt gebruikt, draagt ze alle macht van degene aan wie ze toebehoort.

Leerling: Waarom wordt in het praktisch occultisme door sommige schrijvers zoveel over het zwaard gesproken?

Wijze: Veel van deze schrijvers herhalen slechts wat ze hebben gelezen. Maar er is een reden voor; ook in de strijd is een zwaard van groter nut om schade aan te richten dan een knots. Het astrale licht komt overeen met water. Als u in of onder water met een knots probeert uit te halen, zult u ontdekken dat dit maar weinig resultaat heeft, maar een scherp mes zal onder water bijna even goed snijden als erbuiten. De wrijving is minder. In het astrale licht zal een zwaard dat op dat gebied wordt gebruikt meer vermogen hebben om te snijden dan een knots, en een elementaal zal daarom gemakkelijker worden getroffen door een zwaard dan door een knots of een steen.

Dit alles heeft betrekking op dingen die geen echte waarde hebben voor de werkelijke aspirant, en alleen degenen die in duistere magie geïnteresseerd zijn of dwazen die niet echt weten wat ze doen, houden zich hiermee bezig. Het is zeker dat iemand die een zwaard of een knots hanteert uiteindelijk daardoor zal worden getroffen. De lering die hieruit moet worden getrokken is dat we moeten zoeken naar het ware zelf, dat al het occultisme en alle waarheid kent, en het beschermende schild is tegen alle gevaren. Dat is waarnaar de oude wijzen zochten en wat ze hebben gevonden, en dat is waarnaar we moeten streven.

10

Leerling: Is er niet een of andere innerlijke houding die men in feite moet aannemen om het occulte in de natuur te begrijpen?

Wijze: U moet een innerlijke houding aannemen die u in staat stelt om de werkelijkheid van de dingen te zien. Het denken moet ontsnappen aan formaliteiten en vaste gebruiken, hoewel men uiterlijk aan al deze lijkt te voldoen, en moet stevig worden gebaseerd op de waarheid dat de mens een kopie van het heelal is en een deel van het hoogste wezen in zich heeft. Hoe beter dit wordt beseft des te helderder zal de waarheid worden begrepen. Een besef hiervan leidt onvermijdelijk tot de conclusie dat alle andere mensen en wezens met ons verenigd zijn, en dit neemt het egoïsme weg dat het gevolg is van het denkbeeld van afgescheidenheid. Wanneer de waarheid van het één-zijn wordt begrepen, verdwijnt elk onderscheid dat gemaakt wordt op basis van vergelijkingen – zoals bij de farizeeën de ene mens beter is dan de ander – uit ons denken, waardoor het zuiverder wordt en vrijer om te handelen.

Leerling: Wat is volgens u een van de grootste belemmeringen voor het denken om de waarheid te begrijpen?

Wijze: De grootste belemmering van secundaire aard is wat ooit fantasie werd genoemd; d.w.z. de terugkeer van gedachten en beelden als gevolg van herinnering of geheugen. Het geheugen is een belangrijk vermogen, maar het denken op zich is niet het geheugen. Het denken is rusteloos en dwaalt van nature af, en moet worden beheerst. Zijn rusteloze aard is noodzakelijk want anders zou er stagnatie ontstaan. Maar het denken kan worden beheerst en op een voorwerp of denkbeeld worden gericht. Omdat we voortdurend nieuwe dingen zien en horen, wordt de natuurlijke rusteloosheid van het denken duidelijk als we haar proberen in te perken. De herinnering aan veel voorwerpen, dingen, onderwerpen, taken, mensen, omstandigheden, en zaken roept dan in het denken verschillende beelden met de bijbehorende gedachten op. Het denken probeert deze onmiddellijk te volgen, en onze aandacht blijkt te zijn afgedwaald. Hieruit volgt dat het opslaan van veel nutteloze en ongetwijfeld terugkerende gedachten een belemmering is voor het vinden van de waarheid. En deze belemmering is kenmerkend voor onze huidige manier van leven.

Leerling: Kunt u een aantal verbanden noemen tussen de zon enerzijds en wij en de natuur anderzijds, die een rol spelen in het occultisme?

Wijze: Er zijn veel van dat soort verbanden, en ze zijn allemaal belangrijk. Eerst wil ik uw aandacht vestigen op de grotere verbanden. De zon is het centrum van ons zonnestelsel. De levensenergieën van dat stelsel bereiken het via de zon die een brandpunt of reflector is voor de plaats in de ruimte waar het werkelijke centrum ligt. Door dat brandpunt komt niet alleen leven, maar ook veel dat in essentie spiritueel is. De zon moet daarom niet alleen met het oog worden bekeken, maar ook door het denken worden beschouwd. Hij vertegenwoordigt voor de wereld wat het hoger zelf is voor de mens. Hij is het zielencentrum van de wereld met zijn zes metgezellen, zoals het hoger zelf het centrum is voor de zes beginselen van de mens. Hij levert dus aan die zes beginselen van de mens vele spirituele essenties en vermogens. Daarom moet men over hem nadenken en zich niet beperken tot het staren ernaar. Voor zover de zon stoffelijk handelt door middel van licht, warmte, en zwaartekracht, zal hij vanzelf werken, maar als wezen met een vrije wil moet de mens over hem nadenken om dat voordeel te behalen dat alleen door vrijwillig nadenken kan worden verkregen.

Leerling: Zou u ook een kleiner verband willen noemen?

Wijze: We gaan bijvoorbeeld in de zon zitten voor zijn warmte en mogelijke scheikundige invloeden. Maar als we op hetzelfde moment dat we dit doen ook aan hem denken als de zon aan de hemel en aan zijn mogelijke essentiële natuur, dan onttrekken we energie aan hem die anders niet wordt aangesproken. Dit kan ook op een donkere dag, wanneer wolken de lucht verduisteren, en zo kan men enig nut daarvan ondervinden. Natuurlijke mystici, zowel geleerde als onontwikkelde, hebben dit hier en daar zelf ontdekt, en hebben de oefening vaak in praktijk gebracht. Maar het hangt, zoals u ziet, af van het denken.

Leerling: Doet het denkvermogen feitelijk iets als het zich op een gedachte richt en naar meer licht streeft?

Wijze: Ja, in feite wel. Een draad of een vinger of een lange wegschietende stroom verlaat de hersenen op zoek naar kennis. Hij gaat in alle richtingen en treft alle andere denkers die hij kan bereiken om zo mogelijk informatie te ontvangen. Dit wordt zogezegd telepathisch gedaan. Er zijn geen patenten op ware filosofische kennis, noch auteursrechten op dat gebied. De persoonlijke rechten van het persoonlijke leven worden volledig gerespecteerd, behalve door potentiële zwarte magiërs die zich het bezit van iedereen zouden toe-eigenen. Maar universele waarheid is van iedereen, en als de onzichtbare boodschapper van de ene denker in contact komt met het denken van een ander, dan geeft die ander hem alles wat hij maar van de waarheid over algemene onderwerpen weet. De vinger of de draad van het denken schiet dus verder tot hij de gedachte of het gedachtezaadje van de ander bereikt en deze zich eigen maakt. Maar ons huidige concurrentiestelsel en het egoïstische verlangen naar eigen voordeel en roem bouwt – tot ieders nadeel – voortdurend een muur rond het denken van mensen.

Leerling: Bedoelt u dat de handeling die u beschrijft natuurlijk, gebruikelijk en universeel is, of alleen wordt gedaan door mensen die weten hoe ze het moeten doen en zich daarvan bewust zijn?

Wijze: Ze is universeel, en vindt plaats ongeacht of de persoon zich bewust is van wat er gebeurt, of niet. Maar heel weinig mensen zijn in staat om dit in zichzelf waar te nemen, maar dat maakt geen verschil. Het gebeurt voortdurend. Als u serieus nadenkt over bijvoorbeeld een filosofisch of ethisch vraagstuk, gaat uw denken eropuit en komt in contact met het denken van andere mensen, en van hen krijgt u allerlei gedachten. Als u niet goed in evenwicht en psychisch zuiver bent, zult u vaak gedachten opvangen die onjuist zijn. Zo is uw karma en het karma van de mensheid. Maar als u oprecht bent en probeert uzelf op juiste filosofie te baseren, dan is het vanzelfsprekend dat uw denken verkeerde gedachten zal verwerpen. Hieruit blijkt hoe het komt dat denkstelsels ontstaan en in stand worden gehouden, ook al zijn ze dwaas, onjuist, of verderfelijk.

Leerling: Welke mentale houding en aspiratie bieden hierbij de beste bescherming, en helpen het denken bij zijn zoektocht om fouten te verwerpen en niet tot de hersenen toe te laten?

Wijze: Onzelfzuchtigheid, altruïsme in theorie en praktijk; het verlangen om de wensen van het hoger zelf – dat is de ‘Vader in de hemel’ – in vervulling te laten gaan; toewijding aan de mensheid. Deze worden verder ondersteund door discipline, juist denken, en goed onderwijs.

Leerling: Is een ongeschoold iemand dan slechter af?

Wijze: Dat hoeft niet. Grote geleerden gaan zo volledig op in één stelsel dat ze bijna alle gedachten verwerpen die niet overeenstemmen met hun vooropgezette meningen. Iemand die oprecht maar onontwikkeld is, is vaak in staat om achter de waarheid te komen, maar kan deze niet onder woorden brengen. Het onwetende volk kent gewoonlijk de universele waarheden van de natuur, maar is beperkt in haar mogelijkheden om die te beschrijven. De grootste ontdekkingen van wetenschappers worden meestal op deze onderbewuste telepathische manier verkregen. Sterker nog, ze komen vaak op in de hersenen van een onbekend en zogenaamd onontwikkeld persoon, en dan wordt de wetenschappelijke ontdekker beroemd door zijn vermogen om haar onder woorden te brengen en door zijn middelen om haar bekend te maken.

Leerling: Heeft dit ook betrekking op het werk van de adepten van alle goede loges?

Wijze: Ja. Ze hebben alle waarheden die men zich zou kunnen wensen, maar kunnen deze tegelijkertijd afschermen voor het denken van de onderzoekende geesten die nog niet klaar zijn om ze op een goede manier te gebruiken. Maar vaak zien ze dat de tijd rijp is, en een wetenschapper ervoor gereed is, en dan reiken ze zijn denken een beeld aan van wat hij zoekt. Hij krijgt dan tijdens zijn overdenkingen een ‘inval’, zoals velen van hen hebben erkend. Hij maakt het bekend aan de wereld, wordt beroemd, en de wereld wordt wijzer. Dit doen de adepten voortdurend, maar af en toe worden grotere uiteenzettingen over de waarheden van de natuur door hen bekendgemaakt, zoals in het geval van HPB. Deze worden in het begin niet algemeen aanvaard, want de erkenning dat men geholpen is door de geschriften van een ander levert geen persoonlijk voordeel en roem op, maar omdat het met een doel wordt gedaan – ten bate van een volgende eeuw – zullen ze op het juiste moment hun uitwerking hebben.

Leerling: Hoe weten de adepten wat er gaande is in de wereld van het denken, bijvoorbeeld in het Westen?

Wijze: Ze hoeven hun bewustzijn slechts uit eigen beweging en doelbewust in contact te brengen met dat van de toonaangevende denkers van deze tijd om onmiddellijk te ontdekken welke ideeën er door hen zijn of worden uitgedacht, en zo een overzicht te krijgen. Dat doen ze voortdurend, en ze moedigen hen eveneens voortdurend aan om deze verder uit te werken of aan te passen door gedachtezaden te strooien op het mentale gebied, zodat ontvankelijke onderzoekers en denkers daarvan kunnen gebruikmaken.

11

Leerling: Zijn er regels die voor iedereen in de witte magie of het goede occultisme bindend zijn? Ik bedoel regels die te vergelijken zijn met de tien geboden van de christenen, of regels voor de bescherming van leven, vrijheid en eigendom die door menselijke wetten worden erkend.

Wijze: Er zijn zulke regels die heel strikt zijn, en het overtreden ervan wordt nooit uitgewist, behalve door boetedoening. Die regels zijn niet door een of andere denker of knappe kop bedacht, maar vloeien voort uit de wetten van de natuur, van het bewustzijn, en van de ziel. Daarom is het onmogelijk ze op te heffen. Men kan ze overtreden, en het kan lijken dat men er een heel leven of meer dan een leven aan ontsnapt; maar door het overtreden ervan worden onmiddellijk andere oorzaken gelegd die gevolgen beginnen te krijgen, en die gevolgen zullen feilloos terugslaan op de overtreder. Karma werkt hier zoals het ook elders werkt, en wordt een Nemesis die, hoewel soms langzaam, zo zeker is als het lot zelf.

Leerling: Het is dus niet zo dat wanneer een occultist een regel overtreedt, een andere adept of handelend persoon als een detective of politieagent eropuit gaat en de dader voor de rechter brengt, zoals we soms in de fantasierijke boeken van mystieke schrijvers lezen?

Wijze: Nee, hij wordt niet op die manier achternagezeten. Integendeel, alle collega-adepten of studenten zijn maar al te zeer bereid om de overtreder te helpen, niet om zijn straf te ontlopen, maar om oprecht te proberen neutraliserende oorzaken te scheppen voor het welzijn van iedereen. Want de fouten van één mens slaan terug op de hele menselijke familie. Maar als de dader de neutraliserende goede handelingen niet wil verrichten, wordt hij overgelaten aan de wet van de natuur, die in feite de wet van zijn eigen innerlijke leven is en waaraan hij niet kan ontkomen. In Lyttons roman Zanoni zult u zien dat de ernstige meester, Mejnour, Zanoni probeert te helpen, zelfs op het moment dat laatstgenoemde langzaam maar zeker verstrikt raakt in de netten die hijzelf heeft geweven, wat leidde tot zijn ondergang. Mejnour kende de wet, en Zanoni eveneens. Laatstgenoemde had te lijden van een vroegere fout waarvan hij de gevolgen moest ondergaan; eerstgenoemde zou, toen hij te streng en te onvriendelijk was geweest, zo’n vergissing later betreuren. Maar intussen was hij verplicht zijn vriend te helpen, zoals iedereen die echt in broederschap gelooft.

Leerling: Welke van die regels komt op een of andere manier overeen met ‘u zult niet stelen’?

Wijze: Die regel die langgeleden door een oude wijze werd uitgedrukt in de woorden ‘u zult niet de rijkdom van een ander begeren’. Dit is beter dan ‘u zult niet stelen’, want u kunt niet iets stelen als u het niet begeert. Als u steelt uit honger dan kan dat u worden vergeven, maar u begeerde het voedsel met een doel, zoals een ander alleen uit hebberigheid begeert. De rijkdom van anderen omvat al hun bezittingen, en betekent niet alleen maar geld. Hun denkbeelden, hun persoonlijke gedachten, hun verstandelijke en paranormale vermogens – in feite alles op alle gebieden waar ze iets bezitten of hebben. Ook al zijn ze op dat gebied bereid om alles weg te geven, moet dit niet door een ander worden begeerd.

U heeft dus niet het recht het denken binnen te dringen van een ander die u daartoe geen toestemming heeft gegeven, en hem iets te ontnemen wat niet van u is. Wanneer u deze regel overtreedt, wordt u een inbreker op het verstandelijke en psychische gebied. Het is u verboden iets weg te nemen voor persoonlijk gewin, winst, voordeel of gebruik. Maar u mag nemen wat voor het algemeen welzijn is, als u ver genoeg gevorderd en goed genoeg bent om het persoonlijke element daaruit te kunnen elimineren. Deze regel zou, zoals u kunt zien, alle mensen uitsluiten – en iedere objectieve waarnemer kent ze – die paranormale vermogens voor zichzelf en voor eigen gebruik verlangen. Als deze mensen de vermogens van helderziend- en helderhorendheid hadden die ze zo graag willen hebben, dan zou geen macht kunnen voorkomen dat ze op de onzichtbare gebieden elke keer diefstal plegen als ze iemand ontmoeten die niet beschermd is. En omdat de meesten van ons zo onvolmaakt zijn dat we vele levens moeten werken, helpen de meesters van wijsheid ons gebrekkige mensen niet om wapens te verkrijgen waarmee we ons in de vingers zouden snijden. De wet werkt onverbiddelijk, en de overtredingen die worden begaan hebben nog vele jaren daarna hun gevolgen. De zwarte loge is echter graag bereid om elke arme, zwakke, of zondige sterveling zo’n vermogen te geven, omdat daardoor het aantal slachtoffers sterk toeneemt, en dat is wat ze wensen.

Leerling: Is er een regel die overeenkomt met ‘leg geen valse getuigenis af’?

Wijze: Ja, de regel die voorschrijft dat u in het denken van een ander nooit een onjuiste of onware gedachte moet brengen. Omdat we onze gedachten naar het bewustzijn van een ander kunnen projecteren, moeten we geen onware gedachten naar die ander overbrengen. Anders wordt hij met de onjuiste gedachte geconfronteerd, en als de kracht ervan hem overweldigt, dan vindt die gedachte weerklank in hem. Ze is een valse getuige die leugenachtig in hem spreekt, en ze brengt de innerlijke toeschouwer die van gedachten leeft in verwarring.

Leerling: Hoe kan iemand de natuurlijke werking van het denken voorkomen als beelden van het privéleven van anderen aan hem verschijnen?

Wijze: Dat is voor de meeste mensen moeilijk. Daarom hebben ze dat vermogen niet; het wordt zoveel mogelijk verborgen gehouden. Maar als de getrainde ziel rondkijkt in het gebied van de ziel, kan ze ook haar blik richten, en wanneer ze een beeld ziet verschijnen dat ze niet zou willen ontvangen, dan wendt ze haar blik af. Al dat soort beelden bevatten een waarschuwing, waaraan men zich moet houden. Deze regel, of dit stukje informatie, is niet bijzonder, want veel geboren helderzienden kennen hem goed, hoewel veel van hen denken dat anderen niet over dezelfde kennis beschikken.

Leerling: Wat bedoelt u met een beeld dat een waarschuwing bevat?

Wijze: In dit gebied wordt de geringste gedachte een stem of een beeld. Alle gedachten maken beelden. Ieder mens heeft zijn persoonlijke gedachten en verlangens. Rond deze maakt hij ook een beeld van zijn verlangen naar privacy, en dat wordt voor de helderziende een waarschuwende stem, of beeld, die lijkt te zeggen dat ze met rust moet worden gelaten. Bij sommigen kan de waarschuwing de vorm aannemen van een persoon die maant om uit de buurt te blijven, bij anderen is het een stem, bij weer anderen de eenvoudige maar zekere kennis dat de zaak heilig is. Al deze variaties zijn afhankelijk van de specifieke psychische kenmerken van de ziener.

Leerling: Welk soort gedachten of kennis is uitgezonderd van deze regels?

Wijze: algemene, en filosofische, religieuze en ethische. Dat wil zeggen, voor deze zijn geen auteursrechten of patenten die een puur menselijke uitvinding zijn en behoren tot de wereld van competitiviteit. Als een mens werkelijk een filosofisch probleem uitdenkt, dan is de oplossing volgens de wetten van de natuur niet van hem; ze behoort aan iedereen; op dit gebied heeft hij geen recht op enige roem, op enig voordeel, op enig privégebruik. Daarom mag de ziener zoveel ervan nemen als hij wil, maar hij mag het niet voor zichzelf opeisen of voor zichzelf gebruiken. Hetzelfde geldt voor andere zaken van algemeen nut. Ze zijn voor iedereen. Als een Spencer een lange reeks geleerde dingen uitdenkt die goed zijn voor alle mensen, dan kan de ziener ze allemaal oppikken. In feite hebben maar weinig denkers originele gedachten. Ze beroemen zich erop dat dit zo is, maar in feite doorzoekt hun bewustzijn de hele denkwereld en pikt van mensen die trager denken de gedachten op die goed en waar zijn, en maken die zich eigen, waarmee ze soms roem, soms geld, verkrijgen, en in deze eeuw beweren ze dat alles van hen is en doen er hun voordeel mee.

12

Leerling: Een vorige keer sprak u over entiteiten die de ruimte om ons heen bevolken. Zijn dit allemaal onbewuste wezens of niet?

Wijze: Ze zijn niet allemaal onbewust. Ten eerste zijn er grote aantallen alledaagse elementalen die zoals zenuwstromen met elke beweging van de mens, het dier, of de natuurlijke elementen meebewegen. Vervolgens zijn er klassen van elementalen die een eigen specifieke kracht en bewustzijn hebben en door een mens niet gemakkelijk kunnen worden benaderd. Dan komen de schimmen van de doden, hetzij louter zwevende schillen, of bezielde elementalen, of doortrokken van de galvanische en bijzondere invloed van de broeders van de schaduw. Laatstgenoemde, de broeders van de schaduw, hebben – afgezien van zeldzame gevallen – geen fysieke lichamen. Ze zijn slechte zielen die lang in dat gebied leven, en ze werken overeenkomstig hun aard voor geen ander doel dan om kwaad te doen, tot ze ten slotte worden vernietigd. Ze zijn de verloren zielen van kamaloka die men duidelijk moet onderscheiden van de ‘bezielde lijken’ zonder ziel, die onder de mensen leven. Deze duistere entiteiten zijn de dugpa’s, de zwarte magiërs.

Leerling: Hebben ze iets te maken met de schokken, het geklop, de slechte invloeden, de desintegratie van zacht materiaal vergezeld van min of meer duidelijke geluiden?

Wijze: Ja. Niet altijd, natuurlijk. Maar waar ze werkelijk worden gezien op het moment vóór zo’n gebeurtenis, daar zijn zij de werktuigen.

Leerling: Moet ik dan aannemen dat ik, indien mij dit overkomt, de aantrekkende persoon, het ongelukkige kanaal, ben, door middel waarvan ze zijn gekomen?

Wijze: Nee, daarin heeft u het helemaal mis. U bent in feite het tegenovergestelde, en de oorzaak voor de tijdelijke nederlaag van die duistere entiteit. U heeft de uiterlijke schijn, de uiterlijke manipulatie van krachten, voor het ding zelf aangezien. Als u hun kanaal, hun instrument, zou zijn, de oorzaak van hun komst en dus hun aanwezigheid mogelijk zou maken, dan zou er geen lawaai en geen explosie zijn. Ze zouden dan in en door u handelen om anderen schade toe te brengen, stil en ongemerkt. Ze naderen uw aura en proberen deze binnen te dringen. De kracht van uw karakter, uw aspiratie, van uw leven, stoot hen af, en ze zijn gedwongen, zoals regenwolken, zich te ontladen. Hoe sterker ze zijn, des te luider de manifestatie van hun aftocht. Ze zijn tijdelijk vernietigd of, beter gezegd, buiten gevecht gesteld, en moeten zich, zoals een oorlogsschip, terugtrekken voor herstel. In hun geval bestaat deze uit het verzamelen van kracht voor een nieuwe aanval, daar of ergens anders.

Leerling: Als er zulke luide explosies plaatsvinden, waarbij het pleisterwerk van de muur afspringt en dergelijke, en zo’n kwaadaardige entiteit astraal wordt gezien, volgt daaruit dan dat de persoon in wiens nabijheid dit allemaal gebeurde – als die persoon kan worden aangewezen omdat hij alleen was – in feite degene was die, op grond van zijn innerlijke kracht en zijn verzet tegen de kwaadaardige entiteit, deze uiteenbarsting of tijdelijke nederlaag veroorzaakte?

Wijze: Ja, dat is juist. Die persoon is niet de oorzaak dat de entiteit nadert, en is ook niet haar vriend, maar vormt in feite een bescherming voor mensen die anders onverwachts zouden worden aangevallen. Onderzoekers die niet goed op de hoogte zijn zullen waarschijnlijk anders redeneren, maar dat komt dan door gebrek aan juiste kennis. Ik zal kort een concreet geval beschrijven. Terwijl ik rustig op een stoel zat, de ogen gesloten, zag ik een van die kwaadaardige entiteiten langs de astrale stromen naderen, die eruitzag als een mens. Haar handen als klauwen stak ze naar me uit om me te grijpen, en op haar gezicht lag een duivelse uitdrukking. Op volle kracht kwam ze snel dichterbij. Maar toen ik naar haar keek werkte het vertrouwen dat ik voelde en de bescherming om me heen als een enorme schok voor haar, en ze leek van binnenuit te barsten, te aarzelen, in stukken uiteen te vallen, en verdween toen. Op het moment dat de desintegratie begon, klonk er een hard geluid door de plotselinge ontlading van astrale elektriciteit, die reacties veroorzaakte die onmiddellijk werden overgebracht op de voorwerpen in de kamer, totdat hun spanning een grens bereikte en ze een geluid voortbrachten. Dit is precies het verschijnsel van de donder, dat ontladingen in wolken vergezelt, en wordt gevolgd door een evenwicht.

Leerling. Kan ik deze uitleg gebruiken voor elk objectief verschijnsel, bijvoorbeeld de spiritistische klopgeluiden?

Wijze: Nee, niet voor elk geval. Ze gaat voor veel verschijnselen op, maar heeft vooral betrekking op de bewuste entiteiten waarover ik sprak. Heel vaak worden de kleine tik- en klopgeluiden voortgebracht in overeenstemming met de genoemde wet, maar zonder dat er zo’n entiteit aanwezig is. Dit zijn de laatste ontladingen van de verzamelde energie. Dat wijst niet altijd op de aanwezigheid van een externe en bewuste entiteit. Maar voor zover deze tikgeluiden de afsluiting vormen van een proces, d.w.z. de donder van de ene astrale wolk naar de andere, zijn ze ontladingen van verzamelde kracht. Met dit onderscheid in gedachten zou er voor u geen verwarring moeten zijn.

Leerling: Hebben kleuren niet veel met dit onderwerp te maken?

Wijze: Ja, maar we zullen daar nu niet verder op ingaan, en alleen zeggen dat de door ons genoemde kwaadaardige entiteiten vaak een gedaante met een goede kleur aannemen, maar niet in staat zijn om de duisternis die bij hun aard hoort te verbergen.


H.P. Blavatsky: Geselecteerde artikelen, Deel 3: 1887 – 1889, blz. 300-47
isbn 9789491433191, paperback, eerste druk 2017, bestel boek

© 2017 Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag