Het Theosofisch Genootschap

Zwaartekracht en antizwaartekracht

David Pratt

januari 2020

[Vertaling van Gravity and antigravity, oktober 2019]

Deel 2 van 2


Inhoud

Deel 1

Deel 2

5. Levitatie en technologie
6. Levitatie van de mens
7. Theosofische geschriften


5. Levitatie en technologie

Mythen en megalieten

De megalithische bouwwerken die zich op veel plaatsen over de hele wereld bevinden, hebben eindeloze controverses opgeleverd over de manier waarop ze zijn gebouwd. Conventionele archeologen, die de mogelijkheid van zeer geavanceerde beschavingen in het verre verleden afwijzen, staan erop dat ze uitsluitend met behulp van primitief gereedschap en brute kracht werden gebouwd. Sommige bouwwerken, of delen ervan, kunnen op deze manier tot stand zijn gekomen. Een aantal ingenieurs heeft echter verklaard dat sommige aspecten ervan vandaag de dag moeilijk, zo niet onmogelijk, te reproduceren zouden zijn, zelfs met de meest geavanceerde technologie. Naar aanleiding van het enorme gewicht en de grootte van sommige stenen blokken hebben verschillende onderzoekers zich afgevraagd of de bouwers in de oudheid een bepaalde vorm van levitatietechnologie beheersten.*

*De akoestische en magnetische levitatietechnieken die momenteel door mainstream-wetenschappers worden ontwikkeld, creëren een fysieke hefkracht die groter is dan de zwaartekracht maar wijzigen de zwaartekracht niet en genereren geen antizwaartekracht.

De pre-Inca-forten in Ollantaytambo en Sacsayhuaman in de Peruaanse Andes bestaan uit cyclopische muren gebouwd van nauwsluitende veelhoekige stenen blokken, sommige met een gewicht van 120 ton of meer. De blokken die bij Ollantaytambo werden gebruikt, werden op een of andere manier vervoerd vanuit een steengroeve op een andere bergtop op 11 km afstand, waarvan de afdaling werd belemmerd door een rivier in een diepe kloof met 305 meter hoge verticale rotswanden. De ruïnes van Tiahuanaco (Tiwanaku) bij het Titicacameer in Bolivia bevatten blokken met een gewicht van ongeveer 100 ton, die werden getransporteerd vanuit steengroeven op 50 km afstand.1 Volgens de lokale Aymara-indianen werd het complex in het ‘begin der tijden’ gebouwd door de oprichter-god Viracocha en zijn volgelingen, die ervoor zorgden dat de stenen ‘door de lucht werden gedragen op het geluid van een trompet’. Een alternatieve versie is dat ze een ‘hemels vuur’ lieten ontstaan dat de stenen verteerde waardoor grote blokken met de hand konden worden opgetild ‘alsof ze van kurk waren’. Volgens een Maya-legende werd het tempelcomplex van Uxmal op het schiereiland Yucatan gebouwd door een volk van dwergen die zware rotsen op hun plaats konden zetten door te fluiten.2

Legenden over het gebruik van occulte kracht om stenen blokken op te tillen en te transporteren, komen in feite overal voor. Volgens de overlevering werd de megalithische stad Nan Madol op het Micronesische eiland Pohnpei gebouwd door de godkoningen Olosopa en Olosipa, die magische spreuken gebruikten om de enorme stenen ‘als vogels door de lucht te laten vliegen’.3 Legenden over de enorme stenen beelden of moai op Paaseiland, waarvan vele zo hoog zijn als een gebouw met drie verdiepingen, vertellen hoe tovenaars of priesters mana, of mentale kracht, gebruikten om ze te laten ‘lopen’ of door de lucht te laten zweven.4

Volgens vroege Griekse historici werden de muren van de oude stad Thebe gebouwd door Amphion, een zoon van Jupiter, die de grote stenen ‘op de muziek van zijn harp’ verplaatste terwijl hij ‘door zijn liederen zelfs door stenen en dieren werd gevolgd’. Een andere versie vertelt dat wanneer hij ‘luid en duidelijk op zijn gouden lier speelde, twee keer zo grote rotsen in zijn voetsporen volgden’. De Arabische historicus Mas’di uit de 10e eeuw schreef dat de oude Egyptenaren, om de piramiden te bouwen, papyrussen die met bepaalde tekens waren beschreven onder de stenen blokken schoven; ze werden vervolgens aangeraakt door een instrument waarbij een geluid werd voortbracht dat ervoor zorgde dat ze in de lucht opstegen en een afstand van meer dan 86 meter aflegden.5

De prestaties van de oude Egyptische bouwers hebben ertoe geleid dat zelfs sommige redelijk orthodoxe onderzoekers zich afvroegen of er misschien levitatie was toegepast.6 Bijvoorbeeld het plafond van de Koningskamer in de Grote Piramide, op 60 meter hoogte, bestaat uit enorme granieten balken met een gewicht tot 70 ton. Bovendien bevatten de belangrijkste tempels op het Gizeh-plateau – de twee naast de Sfinx en die naast de Piramide van Chefren en de Piramide van Mykerinos – kolossale kalksteenblokken die tussen de 50 en 200 ton wegen en op elkaar zijn geplaatst. De grootste zijn 9 m lang, 3,6 m breed en 3,6 m hoog. Er zijn tegenwoordig maar een paar kranen in de wereld die objecten van 200 ton of meer kunnen tillen.7

De grootste blokken die in een door mensen gemaakt bouwwerk zijn gebruikt, zijn te vinden in de cyclopische U-vormige muur rond het funderingsplatform van de Romeinse tempel van Jupiter in Baalbek in Libanon.8 In de westelijke muur, op een hoogte van 10 meter, bevinden zich drie kolossale kalksteenblokken bekend als de Trilithon, die 19,1, 19,3 en 19,6 m lang zijn, 4,34 m hoog en 3,65 m diep, en elk ongeveer 800 ton wegen. De stenen passen perfect in elkaar en er kan zelfs geen mes tussen worden geschoven. De rij stenen onder de Trilithon bevat zeven mammoetstenen die elk ongeveer 450 ton wegen.

Trilithon in Baalbek

Fig. 5.1 De enorme Trilithon in Baalbek.9
(Het in silhouet getoonde huis met twee verdiepingen is toegevoegd om een idee te geven van de omvang.)

Trilithon 2

Fig. 5.2 Andere beelden van de Trilithon.

Trilithon 3

Bij de groeve, op ongeveer een kilometer afstand, bevinden zich drie monolieten die zelfs groter zijn dan die in de Trilithon.10 Een ervan, bekend als de ‘Steen van de zwangere vrouw’ of ‘Steen van het zuiden’, weegt ongeveer 1000 ton; het onderste deel van de basis zit nog vast aan de rotsbodem. Een andere weegt 1240 ton, terwijl de grootste ongeveer 19,6 bij 6 bij 5,5 m meet, en naar schatting 1650 ton weegt. Deze werd ontdekt in 2014 en ligt naast de ‘Steen van het zuiden’ maar op een lager niveau. Zover bekend is het de grootste uitgehakte steen op aarde.

grootste megaliet ter wereld in groeve van Baalbek

Fig. 5.3 Links de ‘Steen van het zuiden’, met daarnaast de grootste megaliet ter wereld. (hiddenincatours.com)

Er zijn geen sporen van een weg vanuit de groeve en geen sporen van een helling. Er zijn ook geen schriftelijke verslagen over hoe de megalithische muur werd gebouwd. Volgens de lokale Arabische legende werd de eerste citadel van Baalbek vóór de zondvloed gebouwd, en daarna door een ras van reuzen herbouwd. De Fenicische historicus Sanchoniathon verklaarde dat Byblos – de eerste stad van Libanon – werd gesticht door de god Ouranus, die cyclopische bouwwerken ontwierp en stenen kon laten bewegen alsof ze een eigen leven hadden.

Onder de Tibetanen

Aanwijzingen dat wereldwijde legendes van akoestische levitatie op feiten zouden kunnen zijn gebaseerd, werden geleverd door de Zweedse ingenieur Henry Kjellson, die in de jaren 50 van de vorige eeuw de ervaringen vastlegde van twee afzonderlijke westerse reizigers die getuige zouden zijn geweest van demonstraties van sonische technologie in Tibet.1 Omdat de volgende verslagen niet kunnen worden geverifieerd, gaan sceptici ervan uit dat Kjellson ze waarschijnlijk zelf heeft verzonnen.

Tijdens een bezoek aan een Tibetaans klooster ten zuidwesten van de hoofdstad Lhasa, werd de Zweedse dr. Jarl meegenomen naar een weide waar zich in het noordwesten een steile rots bevond. In de rotswand was op ongeveer 250 meter hoogte een ingang van een grot, met daarvoor een brede richel waar monniken een stenen muur aan het bouwen waren. Ingebed in de grond, 250 meter van de voet van de rots, lag een grote stenen plaat met een komvormige uitholling erin. Een blok steen, 1,5 m lang, 1 m breed en 1 m hoog, werd met mankracht in de uitholling geplaatst. Monniken met 19 muziekinstrumenten, bestaande uit 13 trommels en 6 zeer lange trompetten, werden opgesteld in een boog van ongeveer 90 graden, 63 meter van de komsteen. De trommels, aan een uiteinde open, waren gericht op het stenen blok. Achter elk instrument zat een rij monniken van acht tot tien man diep. Een monnik in het midden van de boog begon te zingen en in een bepaald ritme op een kleine trommel te slaan, en toen sloten de andere instrumenten zich erbij aan. Na vier minuten begon het grote stenen blok te wiebelen en zweefde het de lucht in waarbij het heen en weer schommelde. Alle instrumenten werden constant op de steen gericht terwijl deze steeds sneller omhoogging en uiteindelijk op de richel neerplofte. De monniken bleven deze bijzondere prestatie uitvoeren met een snelheid van 5 à 6 stenen per uur. De rol van de ongeveer 200 monniken achter de instrumenten was onduidelijk: een mogelijke verklaring is dat ze een vorm van gecoördineerde psychokinese gebruikten om de vlucht van de steen te ondersteunen.

Fig. 5.4 Schets van dr. Jarl die laat zien hoe Tibetaanse monniken stenen blokken de lucht in konden heffen met behulp van de kracht van geluid.

Het tweede geval betrof een Oostenrijker genaamd Linauer, die verklaarde dat hij in een afgelegen klooster in Noord-Tibet in de jaren 30 van de vorige eeuw getuige was geweest van de demonstratie van twee bijzondere muziekinstrumenten die gewichtloosheid van steenblokken konden veroorzaken. Het eerste was een heel grote gong met een diameter van 3,5 meter, bestaande uit een centraal cirkelvormig gebied van heel zacht goud, gevolgd door een ring van puur ijzer, en ten slotte een ring van heel hard messing. Als erop werd geslagen bracht het een extreem lage dumph voort die vrijwel onmiddellijk ophield. Het tweede instrument bestond ook uit drie verschillende metalen; het had een halfovale vorm zoals een mosselschelp, en was 2 meter lang en 1 meter breed, met snaren die in de lengterichting over zijn holle oppervlak gespannen waren. Linauer werd verteld dat het een onhoorbare resonantiegolf uitzond als er op de gong werd geslagen. De twee instrumenten werden samen met twee grote schermen gebruikt, waarbij ze een driehoekige opstelling vormden. Toen er met een grote knots op de gong werd geslagen om een reeks korte geluiden met een lage frequentie voort te brengen, was een monnik in staat om een ​​zwaar steenblok met slechts één hand op te tillen. Linauer werd verteld dat hun voorouders op deze manier beschermende muren rond Tibet hadden gebouwd, en dat zulke instrumenten ook fysieke materie konden laten uiteenvallen.

Keely en Leedskalnin

Een man die blijkbaar ver was gevorderd in het ontsluiten van de geheimen van geluid was John Ernst Worrell Keely uit Philadelphia (1827-1898). Hij besteedde 50 jaar aan het ontwikkelen en verfijnen van een breed scala aan apparaten die ‘sympathische vibratiekracht’ of ‘etherische kracht’ gebruikten om objecten te laten zweven, grote wielen te laten draaien, motoren aan te drijven en rotsen te laten uiteenvallen. Hij voerde in zijn laboratorium vele overtuigende demonstraties uit voor wetenschappers en andere geïnteresseerde waarnemers. Hij probeerde zijn apparatuur commercieel te produceren, maar dit werd belemmerd door het feit dat het moest worden afgestemd op de lichaamstrillingen van degene die het apparaat bedient en ook op de omgeving.1

John Ernst Worrell Keely

Fig. 5.5 John Keely.

Keely bouwde verschillende apparaten om de zwaartekracht te manipuleren.2 Een ervan was de ‘sympathische zender’, een koperen bol met een diameter van ongeveer 30 cm, die een Chladni-plaat en verschillende metalen buizen bevatte, waarvan de positie door middel van een knop kon worden aangepast. De bol werd vastgehouden door een metalen standaard, met rondom de voet ervan kleine metalen staven die uitstaken – enkele centimeters lang en met verschillende afmetingen; deze staven trilden als stemvorken wanneer ze door de vingers werden aangeraakt. In één experiment was de zender via een draad van goud, platina en zilver verbonden met de bovenkant van een met water gevulde glazen pot. Toen het juiste akkoord op de snaren van een citer klonk, stegen metalen ballen, met een gewicht van 0,9 kg, vanaf de bodem van de pot op tot ze het metalen deksel raakten, en bleven daar totdat een andere noot werd gespeeld, die ze weer liet zinken. Getuigen vertellen hoe Keely na verdere experimentatie zware stalen ballen door de lucht kon laten bewegen door eenvoudig op een soort mondorgel te spelen. Met dezelfde combinatie van zender, verbindingskabel en muziekinstrument kon hij een modelluchtschip van 3,6 kg in de lucht laten stijgen, dalen of zweven met een beweging ‘zo zacht als die van distelpluis’. Hij kon ook bijzonder zware gewichten opheffen door ze aan te sluiten op trillende apparaten die op zijn lijf werden gedragen; verschillende mensen zagen dat hij op deze manier een gietijzeren bol van 3 ton liet zweven en zich verplaatsen, en ook dat hij deze zwaarder maakte zodat de bol in de grond wegzonk alsof het modder was.

Keely kon de trilkracht katalyseren die nodig is om objecten te laten bewegen met behulp van een verscheidenheid aan muziekinstrumenten, waaronder trompetten, hoorns, harmonica’s, violen en citers, en kon de apparatuur zelfs bedienen door alleen maar te fluiten. Eén scepticus beweerde echter dat Keely niet op een instrument speelde om sympathische trillingen te laten ontstaan, maar om aan een medeplichtige in een ander deel van het gebouw een teken te geven wanneer hij de perslucht moest in- of uitschakelen die zijn ‘frauduleuze’ apparaten zou hebben aangedreven!

Een man die recenter beweerde het geheim te kennen van hoe de piramiden en andere megalithische bouwwerken werden gebouwd, was Edward Leedskalnin.3 Hij woonde in een verblijf genaamd Coral Castle, in de buurt van Miami, Florida, dat hij zelf had gebouwd uit gigantische koraalblokken die tot wel 30 ton wogen. Hij werkte alleen, zonder gebruik te maken van moderne bouwmachines, en hakte in 28 jaar 1100 ton stenen uit waarmee hij zijn verblijf bouwde. Hij deed erg geheimzinnig en werkte meestal ’s nachts, en stierf in 1952 zonder zijn bouwtechnieken bekend te maken, ondanks bezoeken van ingenieurs en overheidsfunctionarissen. Sommige tieners die hem op een avond bespioneerden, beweerden dat ze zagen dat hij ‘koraalblokken door de lucht liet zweven als waterstofballonnen’. Sommige mensen denken dat hij een manier had ontdekt om plaatselijk de gevolgen van zwaartekracht om te keren. Op basis van de in Leedskalnins werkplaats achtergelaten voorwerpen en van fotografisch bewijs, dacht ingenieur Chris Dunn dat hij een radiosignaal genereerde dat het koraal deed trillen met zijn eigen resonantiefrequentie, en vervolgens een elektromagnetisch veld gebruikte om de magnetische polen van de atomen om te wisselen zodat ze door het magnetische veld van de aarde werden afgestoten.

poort van Coral Castle

Fig. 5.6 De 9 ton wegende poort van Coral Castle. De 2,4 m hoge poort, die oorspronkelijk als draaideur werd gebruikt, is perfect gemonteerd en uitgebalanceerd zodat een kind haar door aanraking met een vinger kan openen.4

Schauberger en de lichtheid van de natuur

Volgens luchtvaartexperts is de vlucht van een eenvoudige hommel een mysterie dat de conventionele natuurwetten tart, omdat zijn vleugels niet snel genoeg fladderen om voldoende lift te creëren. De neushoornkever zou ook niet in staat moeten zijn om te vliegen, omdat zijn lichaamsmassa niet in verhouding staat tot zijn vleugeloppervlak. Sommige schrijvers denken dat levitatiekrachten kunnen helpen verklaren hoe vogels en insecten vliegen, en vissen zwemmen.

De Oostenrijkse wetenschapper en uitvinder Viktor Schauberger (1885-1958) geloofde dat er, naast de zwaartekracht, in de natuur een beginsel van lichtheid bestond, dat alle opwaartse beweging van energie, alle opwaartse kracht en opwaartse groei regelde. In zijn jonge jaren als boswachter in de alpenwildernis merkte hij op hoe grote bergforellen bewegingloos in de sterkste stromingen konden liggen, afgezien van een enkele lichte beweging van hun staartvinnen. Als ze opgeschrikt werden, schoten ze razendsnel stroomopwaarts in plaats van zich door de stroom stroomafwaarts te laten meevoeren. De forel en de zalm kunnen met weinig zichtbare inspanning tegen hoge watervallen (zelfs wel 60 meter hoog) opspringen. Schauberger zag vaak dat een forel in een wilde draaiende beweging onderaan een waterval danste, en dan uit deze draaiende beweging kwam en bewegingloos omhoog zweefde. Hij ontwikkelde het idee dat er naast de door zwaartekracht geleide beweging van water vanaf de bron tot aan de zee, een stroom van ‘levitatie-energie’ in tegenovergestelde richting bestaat.

In één experiment liet Schauberger 100 liter heet water in een beek gieten. Hoewel het water niet merkbaar warmer werd, werd een forel die ongeveer 150 meter stroomafwaarts rustte, onmiddellijk heel opgewonden: ze begon te zwaaien met haar staart, en bewoog de hele tijd achteruit terwijl ze worstelde om haar positie te handhaven. Uiteindelijk werd ze stroomafwaarts meegesleept, en kwam pas veel later terug. Schauberger concludeerde dat het hete water de opwaartse stroom levitatie-energie had vernietigd. Op een maanverlichte winternacht zag hij eivormige stenen ter grootte van een hoofd naar het oppervlak van een diepe poel stijgen, en concludeerde dat het gecombineerde effect van de kou en de metaalhoudende samenstelling van de stenen (vooral hun kiezelgehalte) verantwoordelijk was voor het versterken van de levitatie-energieën.

Schauberger was verrast om te zien dat de spruiten van mossen op rotsen in een schaduwrijke bergbeek stroomopwaarts wijzen, waarbij ze op een of andere manier de druk van de snelle stroom weerstaan. Hij beschouwde dit als een betrouwbare indicator voor de gezondheidstoestand van een beek, omdat het liet zien dat de stroomafwaarts gerichte zwaartekrachtstroom van materie en de stroomopwaarts gerichte levitatiestroom van energie in evenwicht zijn. Als een beek echter door ontbossing aan direct zonlicht wordt blootgesteld, wordt het water warmer en minder dicht, en wijzen de mos-spruiten stroomafwaarts. Ongerepte wildernis is tegenwoordig moeilijk te vinden door de roofbouw die de mens pleegt.

Schauberger probeerde energie genererende machines te ontwikkelen die alleen door de kracht van hun vorm en beweging natuurprocessen konden nabootsen. Terwijl de belangrijkste energietechnologieën van tegenwoordig een naar buiten gerichte explosie gebruiken, zoals het verbranden van brandstof en het splitsen van atomen, werkten zijn machines op basis van spiraalsgewijze bewegingen naar binnen, of implosie. Hij schreef: ‘Als water of lucht wordt geroteerd in een draaiende vorm van oscillatie die bekendstaat als ‘colloïdaal’, ontstaat een opeenhoping van energie, die met enorme kracht levitatie kan veroorzaken.’ Wervelende beweging, met rotatiesnelheden van 15-20.000 toeren per minuut, gepaard gaand met snelle afkoeling, veroorzaakte sterke vacuümeffecten in zijn machines. Sommige onderzoekers denken dat er ook transmutatie van materie tot meer etherische toestanden en productie van echte levitatiekrachten optraden.

Gedetailleerde rapporten van zijn experimenten met een verscheidenheid aan ontwerpen ontbreken meestal, maar zijn inspanningen lijken op zijn minst gedeeltelijk succes te hebben gehad. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij gedwongen voor de nazi’s te werken, en ontwikkelde hij kleine ‘vliegende schotels’. Een van de betrokken wetenschappers zou hebben gezegd dat bij de eerste poging om een van de modellen te laten draaien, dit onverwachts omhoogschoot, terwijl het een blauwgroene en daarna zilverkleurige gloed achter zich liet, en tegen het plafond van de hangar te pletter vloog. Aan het einde van de oorlog werd het onderzoek van Schauberger onderzocht door de Amerikanen en Russen, maar, voor zover openbaar bekend, werd geen van zijn modellen verder ontwikkeld. De laatste tijd bestaat er weer meer belangstelling voor zijn revolutionaire ideeën.1

vliegende schotel van Schauberger

Fig. 5.7 Twee prototypen van de vliegende schotel van Schauberger, ongeveer 65 cm in diameter.

Verwijzingen

Mythen en megalieten

  1. Paul LaViolette, Genesis of the Cosmos: The ancient science of continuous creation, Rochester, VE: Bear and Company, 2004, blz. 343; Ian Lawton en Chris Ogilvie-Herald, Giza: The truth, Londen: Virgin, 1999, blz. 201; Lost civilizations of the Andes, davidpratt.info.
  2. Andrew Collins, Gods of Eden: Egypt’s lost legacy and the genesis of civilisation, Londen: Headline, 1998, blz. 58-62.
  3. Graham Hancock en Santha Faiia, Spiegel van de hemel: De mysterieuze vondsten van oer-astronomen of het onderzoek naar verloren beschavingen, Baarn: Tirion, 1998, blz. 251-2.
  4. Easter Island: land of mystery, hoofdstuk 5, davidpratt.info.
  5. Gods of Eden, blz. 35-7, 62-3.
  6. Giza: The truth, blz. 198-210.
  7. Robert Bauval en Graham Hancock, Keeper of Genesis, Londen: Heinemann, 1996, blz. 28-9.
  8. Andrew Collins, ‘Baalbek, Lebanon’s sacred fortress’, andrewcollins.com/page/articles/baalbek.htm; Gods of Eden, blz. 63-4; David Hatcher Childress, Lost Cities of Atlantis, Ancient Europe & the Mediterranean, Stelle, IL: Adventures Unlimited Press, 1996, blz. 31-6, 48-50; Christian en Barbara Joy O’Brien, The Shining Ones, Kemble, Cirencester: Dianthus Publishing, 2001, blz. 265-82; Graham Hancock, Magicians of the Gods: The forgotten wisdom of earth’s lost civilisation, Londen: Coronet, 2015, blz. 249-87.
  9. The Shining Ones, blz. 269.
  10. en.wikipedia.org/wiki/Stone_of_the_Pregnant_Woman.

Onder de Tibetanen

  1. Collins, Gods of Eden, blz. 66-72.

Keely en Leedskalnin

  1. H.P. Blavatsky, De geheime leer, TUPA, 2019, 1:611-25.
  2. Theo Paijmans, Free Energy Pioneer: John Worrell Keely, Lilburn, GA: IllumiNet Press, 1998, blz. 58, 144, 200, 207-12; Clara Bloomfield Moore, Keely and his Discoveries: Aerial navigation, Londen: Kegan Paul, Trench, Trübner & Co., 1893, Mokelumne Hill, CA: Health Research, 1971, blz. 106, 122-3; Dale Pond, Universal Laws Never Before Revealed: Keely’s secrets, Santa Fe, NM: Message Company, 1996, blz. 54-60, 214-17, 232-4, 257 (svpvril.com); Dan A. Davidson, Energy: Breakthroughs to new free energy devices, Greenville, TE: RIVAS, 1990, blz. 12-13.
  3. Christopher Dunn, The Giza Power Plant: Technologies of ancient Egypt, Santa Fe, NM: Bear & Co, 1988, blz. 109-19; Frank Joseph, ‘Mysteries of Coral Castle’, Fate, 1998, parascope.com/en/articles/coralCastle.htm; Kathy Doore, ‘The enigma of Coral Castle: a geomantic wonder’, rense.com.
  4. coralcastle.com.

Schauberger en de lichtheid van de natuur

  1. Callum Coats, Living Energies: An exposition of concepts related to the theories of Viktor Schauberger, Bath: Gateway Books, 1996; Olaf Alexandersson, Living Water: Viktor Schauberger and the secrets of natural energy, Bath: Gateway Books, 1996; John Davidson, The Secret of the Creative Vacuum, Saffron Walden, Essex: Daniel Company, 1989, blz. 246-62; Nick Cook, The Hunt for Zero Point, Londen: Arrow, 2002, blz. 296-328; schauberger.co.uk.

6. Levitatie van de mens

Er zijn berichten over meer dan 200 christelijke heiligen die – meestal onvrijwillig – zweven tijdens religieuze vervoering, en sommige gevallen worden gesteund door een indrukwekkend aantal ooggetuigen.1 Er werd bijvoorbeeld vele keren waargenomen dat de 16de-eeuwse mystica St. Teresa van Avila, meestal in diep gebed, leviteerde, van een paar tientallen centimeters tot zo hoog als het plafond van de kamer. Als ze een ‘aanval’ voelde aankomen, smeekte ze de zusters in haar klooster haar op de grond te houden, hoewel ze niet altijd succes hadden. Op een keer, toen ze de heilige communie van de bisschop van Avila ontving, voelde ze dat haar knieën de vloer begonnen te verlaten en greep ze zich vast aan het hek. Maar nadat ze het sacrament had ontvangen, liet ze los en steeg de lucht in.

De 17de-eeuwse franciscaner monnik St. Jozef van Copertino begon tijdens diensten te leviteren en werd vaak door alle aanwezige kerkgangers waargenomen. Toen hij eens op het kloosterterrein liep, steeg hij op naar de takken van een olijfboom en bleef een half uur knielen op een tak; de dunne stengel bewoog nauwelijks onder zijn gewicht. Omdat hij, toen zijn extase was afgelopen, niet in staat was om naar beneden te zweven, moest hij wachten tot er een ladder werd gebracht. Hij werd 35 jaar verbannen uit alle openbare diensten, maar hij leviteerde niet alleen voor de paus en zijn medemonniken, maar ook voor de adel van Europa en de filosoof Leibniz. De Spaanse ambassadeur bij het pauselijk hof zag hem over de hoofden van een menigte naar een standbeeld van de Maagd Maria vliegen, waar hij kort bleef zweven. Na zijn gebruikelijke gil te hebben gegeven, vloog hij terug; de flauwgevallen vrouw van de ambassadeur moest weer worden bijgebracht met aromatische zouten. De hertog van Brunswijk verborg zich onder een trap om een van Jozefs levitaties te observeren. Na een tweede levitatie te hebben waargenomen, zag de hertog af van zijn Lutherse geloof en werd katholiek. Bij Osimo vloog Jozef 2,5 meter de lucht in om een standbeeld van Jezus te kussen, droeg het vervolgens naar zijn cel en zweefde ermee rond. Er wordt ook beweerd dat hij een andere broeder oppakte en hem door de lucht rond de kamer heeft gedragen.

De annalen van het 19de-eeuwse spiritisme bevatten veel verwijzingen naar levitaties van mensen, en ook naar tafels, stoelen en andere objecten die zwaarder of lichter worden, zweven, en bewegen zonder menselijk contact.2 De beroemdste levitator was het medium Daniel Dunglas Home (uitgesproken: Hume). Zijn eerste vastgelegde levitatie vond tijdens een seance in augustus 1852 plaats. Hij werd plotseling ‘in de lucht opgetild . . . Hij beefde van top tot teen met de tegenstrijdige emoties van vreugde en angst . . . Keer op keer werd hij van de vloer opgetild, en de derde keer werd hij naar het plafond van het appartement gevoerd, waarmee zijn handen en voeten zachtjes in contact kwamen.’

Hij kon later leviteren wanneer hij dat wilde, en dacht dat hij door ‘geesten’ werd opgetild. Tijdens de 30 jaar dat hij in het openbaar optrad waren honderden mensen getuige van zijn levitaties. Het beroemdste voorval was toen hij in gezelschap van Lord Adare, Master of Lindsay, en een vriend van hen, uit het raam van een huis in Londen zweefde en weer naar binnen door een ander raam. De eminente Engelse wetenschapper Sir William Crookes zag hem verschillende keren leviteren en stelde vast dat er geen sprake was van bedrog. Bij één gelegenheid werd de vrouw van Crookes, die naast Home zat, met haar stoel van de grond opgeheven.3

De goochelaar Harry Kellar, die het publiek graag liet zien hoe mediums hun trucs uitvoerden, beschreef hoe hij tijdens een wereldtournee in de jaren 70 van de 19de eeuw een Zulu-medicijnman in trance zag gaan toen plotseling ‘tot mijn intense verbazing, het liggende lichaam langzaam van de grond omhoogkwam en de lucht in zweefde tot een hoogte van ongeveer een meter, waar het een tijdje bleef zweven, op en neer bewegend’. In 1882 daagde hij het medium William Eglinton uit om een prestatie te leveren die geen goochelaar kon herhalen. Eglinton ging toen leviteren en voerde Kellar, terwijl hij zijn voet vasthield, mee de lucht in; Kellar moest toegeven dat hij deze prestatie niet kon verklaren.4

Het Italiaanse medium Eusapia Palladino leviteerde soms en kon ook objecten zwaarder of lichter maken. Haar paranormale vermogens werden geverifieerd in onderzoeken uitgevoerd door Europese wetenschappers rond het begin van de 20ste eeuw. Na getuige te zijn van haar demonstraties verklaarde de Franse astronoom Camille Flammarion dat er aan levitatie nu niet meer getwijfeld kan worden, net zo min als aan de aantrekking van ijzer door een magneet.5

In de jaren 20 van de vorige eeuw bracht het Braziliaanse medium Carlos Mirabelli verbluffende verschijnselen teweeg onder testomstandigheden. Er verschenen materialisaties van de volledige vorm van overleden, bij de getuigen bekende, personen, die met de onderzoekers konden praten, hen konden aanraken en door hen konden worden aangeraakt. Hij kon ook leviteren en bleef minutenlang zweven. In één geval ging een stoel met Mirabelli erop de lucht in, tot twee meter boven de vloer, waar deze twee minuten bleef hangen.6 Sindsdien zijn in spiritistische tijdschriften vaak levitaties van mediums gerapporteerd, maar voor zover bekend heeft geen enkel medium ze kunnen voortbrengen onder fraudebestendige omstandigheden.

Levitatie is een van de criteria van de katholieke kerk voor demonische bezetenheid. In 1906 leviteerde een 16-jarig schoolmeisje uit Zuid-Afrika, Clara Germana Cele, die bezeten zou zijn, tot 1,5 meter van de grond, soms rechtop en soms liggend. Ze viel als ze met wijwater werd besprenkeld.7

In het midden van de 19de eeuw reisde Louis Jacolliot, opperrechter van Chandernagore, door heel India om meer te leren over wonderen verrichtende fakirs. Hij was getuige van veel uitzonderlijke verschijnselen, die hij op een objectieve en onbevooroordeelde manier probeerde te bekijken. In Varanasi (Benares) ontmoette hij een fakir genaamd Covindasamy, die verschillende paranormale verschijnselen voor hem teweegbracht. Bij één gelegenheid legde hij zijn armen kruislings op zijn borst en leviteerde langzaam tot een hoogte van 25 tot 30 centimeter, waarbij hij ruim acht minuten in de lucht bleef.8 Een andere levitatie wordt door Jacolliot als volgt beschreven:

Terwijl de fakir met één hand op [zijn] wandelstok leunde, steeg hij geleidelijk op tot ongeveer 60 cm boven de grond. Zijn benen waren onder hem gekruist, en hij veranderde niet van positie . . .

Ruim 20 minuten lang probeerde ik te zien hoe Covindasamy zo in strijd met alle bekende wetten van de zwaartekracht kon vliegen; het ging mijn begrip volledig te boven; de stok gaf hem geen zichtbare ondersteuning, en er was geen duidelijk contact tussen deze en zijn lichaam, behalve via zijn rechterhand.9

Een vergelijkbaar geval werd gemeld door de Amerikaanse journalist John Keel. Toen hij in de jaren 50 van de vorige eeuw in Sikkim reisde, ontmoette hij een oude lama die zijn vermogen om te kunnen leviteren demonstreerde.

Hij . . . drukte een hand op zijn stok, een zware tak van ongeveer 1,2 m lang, fronste een beetje door inspanning, en tilde toen langzaam zijn benen van de vloer totdat hij met gekruiste benen in de lucht zat! Er was niets achter hem of onder hem. Zijn enige steun was zijn stok, die hij leek te gebruiken om zijn evenwicht te bewaren. Ik was verbluft.

De lama voerde vervolgens de rest van het gesprek ‘terwijl hij daar in lege ruimte zat’.10

In juli 1916 woonde P. Muller, een Duitse dierenarts gestationeerd in Turkije, een bijeenkomst van de derwisjen van Rufai bij. Hij beschreef een grote hal waar in witte gewaden gehulde derwisjen die lange zwarte mutsen droegen ‘zich met zijwaartse stappen en vreemde krampachtige bewegingen in een cirkel bewogen’. Toen de ceremonie ongeveer een uur aan de gang was, werden de muziek, het dansen en het geschreeuw van de dansers intenser, en plotseling rende een van hen naar het midden van de cirkel. Hij stond stil, met opgeheven armen, de handpalmen naar de hemel gericht:

En nu gebeurde het onbegrijpelijke . . . het hele gespannen lichaam van deze man verhief zich langzaam ongeveer 45 cm van de vloer en bleef daar, zwevend in de lucht met de tenen naar beneden wijzend.

De extatische man bleef ongeveer een minuut in de lucht hangen.11

Tibetanen spreken over een vermogen tot snelwandelen bekend als lung-gom. Een ooggetuigenverslag werd verschaft door Alexandra David-Neel, een ontdekkingsreiziger, journalist en boeddhist uit de 20ste eeuw. In Noord-Tibet zag ze een man naderen met een ‘ongewone manier van lopen’ en ‘buitengewone snelheid’.

Ik kon duidelijk zijn volkomen kalme, onbewogen gezicht zien en zijn wijd geopende ogen met hun blik gericht op een onzichtbaar voorwerp op grote afstand, ergens hoog in de ruimte. De man rende niet. Hij leek zichzelf van de grond te tillen, en ging met grote sprongen vooruit. Het leek alsof hij de elasticiteit van een bal had gekregen en telkens terugveerde als zijn voeten de grond raakten. Zijn stappen hadden de regelmaat van een slinger.12

De Amerikaanse indianen kenden blijkbaar een soortgelijke methode van magisch rennen. In de jaren 20 van de vorige eeuw deed de antropoloog Carobeth Laird verslag over een van de laatste mensen die ‘op de oude manier’ reisden: de afdrukken die door zijn voeten werden achtergelaten, waren erg vaag en lagen ver uit elkaar, alsof zijn voeten de grond nauwelijks hadden aangeraakt.13

In 1936 leviteerde de Indiase yogi Subbayah Pullavar vier minuten lang in bijzijn van 150 getuigen (fig. 6.1).14 Hij was in een diepe trance, en eenmaal terug op de grond waren zijn ledematen zo stijf dat niemand ze eerst kon buigen. Pas nadat hij ongeveer vijf minuten lang was gemasseerd, en koud water over zijn hoofd en in zijn keel was gegoten, werd zijn toestand weer normaal. Wat deze levitatie verdacht maakt, is de met stof bedekte stok die in contact staat met de grond, de overvloedige kleding en het feit dat niemand de yogi zag opstijgen in de lucht. Het verliep als volgt: een kleine tent werd opgericht, de yogi ging naar binnen, en na een paar minuten werd de tent verwijderd om de horizontaal zwevende yogi te onthullen, met één hand op de stok. Na een paar minuten werd de tent weer om hem heen opgericht, en toen deze werd verwijderd lag de yogi op de grond.

Subbayah Pullavar 1

Fig. 6.1 De Indiase yogi Subbayah Pullavar. (gdurl.com/wa9R)

Subbayah Pullavar 2

Subbayah Pullavar 3

Talloze straatkunstenaars kunnen hetzelfde levitatie-effect teweegbrengen met behulp van een metalen frame dat onder hun kleding verstopt is, en dat via een ‘staf’ verbonden is met een stabiele basis verborgen onder een mat op de grond (fig. 6.2).15 Een interessant gegeven is echter dat de Engelsman die Pullavars levitatie fotografeerde, meldde dat hij en zijn vriend na afloop door de dunne wand van de tent heen konden kijken en observeerden hoe, na ongeveer een minuut, de yogi, die nog steeds in de lucht zweefde, heen en weer leek te bewegen en toen langzaam naar de grond daalde; het duurde ongeveer vijf minuten om de afstand van één meter af te leggen. Bovendien laten de verschillende foto’s zien dat de stok niet aan een basis was bevestigd en niet lang genoeg was om diep in de grond te worden begraven; het is dus onduidelijk hoe de stok het gewicht van de man had kunnen dragen. Een degelijke inspectie had natuurlijk snel kunnen vaststellen of er sprake was van bedrog.

levitatie straatkunstenaar

Fig. 6.2 Een hedendaagse straatkunstenaar. (farm6.staticflickr.com)

In 1984 filmde een Duitse filmploeg de levitatie van een Afrikaanse medicijnman, Nana Owaka, in Togo. Na een hele dag mediteren, plaatste hij droge bladeren en twijgen in een cirkel en ging in het midden ervan zitten.

Net toen de zon onderging, begon Owaka zich te verroeren. Een dorpsbewoner stak de cirkel van twijgen in brand en vlammen schoten omhoog. Men begon wild op trommels te slaan – daarna konden we onze ogen nauwelijks geloven toen Owaka rechtop ging staan en recht omhoog ging! Het was alsof hij op een kussen van lucht werd opgetild. Hij zweefde eenvoudig alsof hij ergens aan hing, maar met niets boven of onder hem.

Na ongeveer een minuut viel Owaka terug op de aarde. Hij werd vanuit twee invalshoeken gefilmd en niemand die de film heeft onderzocht, heeft tekenen van bedrog kunnen ontdekken.16

Paranormale verschijnselen, waaronder levitatie, worden soms gerapporteerd in verband met UFO-contacten. Bijvoorbeeld in 1954 moest een man die met zijn paard uit het veld terugkwam de teugels loslaten omdat het dier een paar meter de lucht in werd getild toen een donker, cirkelvormig object snel over het pad vloog dat ze volgden. In 1968 zag een Franse arts twee gloeiende schijven in de lucht samenvloeien tot één object, en tijdens de waarneming werd hij geraakt door een lichtstraal. Een paar dagen later ontwikkelden hij en zijn zoontje ieder een vreemd, roodachtig, driehoekig teken op de onderbuik, en dit teken keerde in de jaren erna steeds terug. Er begonnen vreemde paranormale verschijnselen plaats te vinden, waaronder poltergeist-activiteit, onverklaarbare storingen in elektrische circuits, ontmoetingen met een mysterieuze, naamloze man, en bij minstens één gelegenheid een onvrijwillige levitatie.17

Verwijzingen

  1. Rodney Charles en Anna Jordan, Lighter than Air: Miracles of human flight from Christian saints to native American spirits, Fairfield, IO: Sunstar Publishing, 1995, blz. 155-80; Stuart Gordon, The Paranormal: An illustrated encyclopedia, Londen: Headline, 1992, blz. 395; Brian Inglis, The Paranormal: An encyclopedia of psychic phenomena, Londen: Paladin, 1985, blz. 159-60; Richard S. Broughton, Parapsychology: The controversial science, New York: Ballantine Books, 1991, blz. 52-3.
  2. William Crookes, Researches in the Phenomena of Spiritualism, Londen: J. Burns, 1874, Pomeroy, WA: Health Research, g.d., blz. 9-19, 21-43, 88-91; H.P. Blavatsky, Isis ontsluierd, TUPA, 2010, 1:277-80, 458-60.
  3. Researches in the Phenomena of Spiritualism, blz. 89-90; Gordon, The Paranormal, blz. 395-6; Inglis, The Paranormal, blz. 161.
  4. Inglis, The Paranormal, blz. 161-2.
  5. Brian Inglis, Natural and Supernatural: A history of the paranormal, Bridport, Dorset: Prism Press, Lindfield, NSW: Unity Press, 1992, blz. 425.
  6. Brian Inglis, Science and Parascience: A history of the paranormal, 1914-1939, Londen: Hodder and Stoughton, 1984, blz. 224; Stephen E. Braude, ‘Survival or super-psi?’, plus reply by Ian Stevenson, Journal of Scientific Exploration, 6:2, 1992, blz. 127-44, www.scientificexploration.org.
  7. Rosemary Ellen Guiley, The Encyclopedia of Ghosts and Spirits, New York: Checkmark Books, 2de ed., 2000, blz. 221.
  8. Louis Jacolliot, Occult Science in India and Among the Ancients, NY: University Books, 1971, blz. 257.
  9. Occult Science in India and Among the Ancients, blz. 237-8.
  10. Lighter than Air, blz. 64-5.
  11. Lighter than Air, blz. 132.
  12. Alexandra David-Neel, With Mystics and Magicians in Tibet, Londen: Penguin Books, 1937, blz. 186.
  13. Lighter than Air, blz. 98-9.
  14. Can the laws of gravity be overcome?’, The Illustrated London News, 6 juni 1936.
  15. ‘This street performer has mastered one of the greatest illusions’, 2014, io9.gizmodo.com; ‘Levitating man trick revealed’, 2015, youtube.com.
  16. D. Hatcher Childress (red.), The Anti-Gravity Handbook, Kempton, IL: Adventures Unlimited Press, 1993, blz. 171.
  17. UFOs: the psychic dimension, hoofdstuk 6, davidpratt.info.

7. Theosofische geschriften

Zoals vermeld in hoofdstuk 1, dacht Kepler dat de rotatie van de zon zijn zwaartekracht opwekte. Hij was een leerling van Pythagoras en Plato, en geloofde in een ether van subtiele materie en dat sterren en planeten zielen hadden. Hij was van mening dat het zonnemagnetisme de planeten in hun banen hield, en hij stelde zich magnetisme voor als een soort wervelbeweging. Meer recente theosofische schrijvers zoals H.P. Blavatsky, W.Q. Judge en G. de Purucker hebben ook nadrukkelijk gewezen op het verband tussen zwaartekracht en elektromagnetisme, de bipolaire aard van zwaartekracht, en de etherische oorsprong van kracht, zoals de volgende citaten laten zien.

H.P. Blavatsky:

[A]ether is de bron en oorzaak . . . van samenbindende, scheikundige, thermische, elektrische, en magnetische krachten . . .1

[D]e occultisten . . . beschouwen alle krachten van de natuur als werkelijke, hoewel bovenzinnelijke toestanden van de stof, en als mogelijke objecten van waarneming voor wezens die over de daarvoor vereiste zintuigen beschikken.2

[E]r is geen zwaartekracht in de betekenis die Newton daaraan geeft, maar slechts magnetische aantrekking en afstoting; . . . en de beweging van de planeten van het zonnestelsel in hun respectieve banen wordt door hun magnetisme bepaald, op basis van het nog krachtiger magnetisme van de zon, en niet door hun gewicht of door zwaartekracht.3

[D]e occultisten . . . zien in de zwaartekracht alleen maar sympathie en antipathie, of aantrekking en afstoting, die op ons aardse gebied worden veroorzaakt door fysieke polariteit, en door spirituele oorzaken buiten haar invloedssfeer . . .4

[De theosofische adepten] verwerpen de zwaartekracht zoals deze nu wordt verklaard. Ze ontkennen dat de zogenaamde ‘impact-theorie’* de enig houdbare is in de hypothese over de zwaartekracht. Ze zeggen dat wanneer tot dusver alle door de natuurkundigen ondernomen pogingen om haar met de ether in verband te brengen, om de elektrische en magnetische werking op afstand te verklaren, volledig mislukt zijn, dit opnieuw komt omdat de mensheid niets weet over de primaire toestanden van de stof in de natuur en vooral niet over de werkelijke aard van de zonnestof. Omdat ze slechts geloven in de wet van de onderlinge elektromagnetische aantrekking en afstoting, zijn ze het eens met hen die tot de conclusie zijn gekomen dat ‘universele zwaartekracht een zwakke kracht is’ en niet eens een klein deel van de bewegingsverschijnselen kan verklaren.5

*De theorie dat de zwaartekracht wordt veroorzaakt door het bombardement van materiële objecten met kleine deeltjes (zie hoofdstuk 3).

De aarde is een magnetisch lichaam . . . Ze is geladen met één soort elektriciteit – laten we die positief noemen – die ze voortdurend spontaan in haar binnenste, het zwaartepunt van haar beweging, opwekt. Menselijke lichamen, evenals alle andere stoffelijke vormen, zijn geladen met de tegenovergestelde soort, dus met negatieve elektriciteit. Dat wil zeggen dat organische of anorganische lichamen, als ze aan zichzelf worden overgelaten, voortdurend en onwillekeurig de vorm van elektriciteit zullen ontwikkelen die tegengesteld is aan die van de aarde zelf. . . . [E]r bestaat een aantrekking tussen onze planeet en de organismen daarop, die deze op het aardoppervlak houdt. Maar de zwaartekracht wordt in veel gevallen opgeheven, onder andere door levitatie van personen en levenloze voorwerpen . . . [D]e werking van onze wil . . . [kan] een verandering van deze elektrische polariteit van negatief naar positief veroorzaken; de relaties van de mens met de aardmagneet zouden dan afstotend worden, en ‘zwaartekracht’ zou voor hem niet meer bestaan. Het zou voor hem dan even natuurlijk zijn om de lucht in te vliegen tot de afstotende kracht zich heeft uitgeput, als het tevoren was om op de grond te blijven. De hoogte van zijn levitatie zou worden bepaald door zijn grotere of kleinere vermogen om zijn lichaam met positieve elektriciteit te laden. Wanneer hij deze beheersing van de natuurkrachten eenmaal zou hebben verkregen, zou verandering van zijn lichtheid of zwaarte even gemakkelijk zijn als ademen.6

Totdat men begrijpt dat zwaartekracht eenvoudig magnetische aantrekking en afstoting is, en welke rol het magnetisme zelf speelt bij de eindeloze wisselwerking van krachten in de ether van de ruimte . . . , is het noch rechtvaardig noch verstandig om de levitatie van een fakir of een tafel te ontkennen. Lichamen met een tegengestelde elektrische lading trekken elkaar aan, terwijl lichamen met een gelijksoortige elektrische lading elkaar afstoten. Als men erkent dat elk lichaam dat gewicht heeft, hetzij een mens of een levenloos voorwerp, door een of andere oorzaak, uitwendig of inwendig, dezelfde polariteit kan worden gegeven als de plaats waarop het staat, wat verhindert dan de levitatie?7

Blavatsky zegt dat het vliegen van vogels en het zwemmen van vissen, en ook het snelle afdalen van walvissen, plaatsvinden door veranderingen in de polariteit en de zwaartekracht die door de wetenschap nog niet worden erkend. Dieren kunnen dit instinctief, terwijl mensen dit kunnen leren door hun wil te oefenen.8

W.Q. Judge:

De zwaartekracht wordt volgens het occultisme geheel door de wetten van de electriciteit beheerst, en niet door gewicht of dichtheid.9

Levitatie van het lichaam, schijnbaar tegen de zwaartekracht in, kan heel gemakkelijk worden gedaan wanneer men dit proces volledig beheerst. Het gaat tegen geen enkele wet in. De zwaartekracht is slechts de helft van een wet. De oosterse wijze geeft toe dat de zwaartekracht bestaat, als men die zo wil noemen, maar de juiste term is aantrekking, terwijl de andere helft van de wet wordt uitgedrukt door het woord afstoting, en beide worden beheerst door de grote wetten van de elektrische kracht. Gewicht en stabiliteit hangen af van de polariteit, en wanneer de polariteit van een voorwerp wordt veranderd ten opzichte van de aarde vlak onder dat voorwerp, is het mogelijk dat het voorwerp opstijgt. . . . Het menselijk lichaam zal . . . zonder enige steun van buitenaf als een vogel in de lucht opstijgen wanneer de polariteit ervan wordt veranderd.10

G. de Purucker:

Newton en de wetenschappers die hem opvolgden, hebben volkomen gelijk als ze vaststellen dat [zwaartekracht] een kracht is die overal in het heelal werkzaam is, en invloed heeft op alle stof; en dat de zwaartekracht kan worden uitgedrukt als het product van de massa’s van twee of meer lichamen en omgekeerd evenredig is aan het kwadraat van de afstand tussen die lichamen. Maar deze vaststelling van de zogenaamde wet van de zwaartekracht is alleen een beschrijving van haar werking en is op geen enkele manier een verklaring van wat ze op zichzelf is.11

[Z]waartekracht is . . . een van de manifestaties van de inherente activiteit van bewust kosmisch elektromagnetisme dat werkt door middel van spirituele machten, spirituele wezens . . .12

[Z]waartekracht . . . is levend kosmisch magnetisme: het uitvloeien van kosmische levenskracht uit het hart van de hemellichamen. . . . Deze levenselektriciteit of dit levensmagnetisme in de kosmische structuur trekt naar alle richtingen aan, en verenigt aldus alle dingen in het uitgestrekte lichaam van de kosmos. Verder zal eens worden ontdekt dat deze kosmische magnetische levenskracht evenzeer een sterk element van afstoting bevat als een van aantrekking; en dat achter al haar uiterlijke werkingen, de onvergelijkelijk veel krachtiger beginselen van het innerlijke heelal liggen die dus overal onfeilbaar leiding geven aan zijn activiteiten.13

[Einsteins] ideeën met betrekking tot de aard van de zwaartekracht als een kromming of vervorming van de ruimte in de nabijheid van stoffelijke lichamen lijken een wiskundige hersenschim te zijn. Bovendien is het onlogisch om te veronderstellen dat ruimte – een abstractie – kan worden ‘gekromd’ of ‘vervormd’, want we moeten voortdurend in gedachten houden dat alleen stoffelijke entiteiten of dingen zelf aan kromming of vervorming onderworpen zijn.14

Theosofie beweert dat aantrekkende krachten tijdens de levensduur van een planeet of ster niet constant blijven. De eerste helft van het leven van een planeet (de ‘neergaande boog’) wordt gekenmerkt door de verdichting van materie vanuit een oorspronkelijke, etherische toestand, wat een versterking van aantrekkende en cohesiekrachten inhoudt. Dit wordt gevolgd door het omgekeerde proces waarin alles etherischer en spiritueler wordt (de ‘opgaande boog’), wanneer aantrekkende en cohesiekrachten verzwakken en materie steeds radioactiever wordt.15

Verwijzingen

  1. H.P. Blavatsky, De geheime leer, TUPA, 2019, 1:559.
  2. De geheime leer, 1:173vn.
  3. H.P. Blavatsky, Isis ontsluierd, TUPA, 2010, 1:356-7.
  4. De geheime leer, 1:565.
  5. H.P. Blavatsky:Geselecteerde artikelen, TUPA, 2016, 2:223-4.
  6. Isis ontsluierd, 1:23-4; zie ook 1:621-3.
  7. H.P. Blavatsky: Geselecteerde artikelen, TUPA, 2015, 1:53.
  8. H.P. Blavatsky Collected Writings, Wheaton, IL: Theosophical Publishing House, 1950-91, 4:167-9.
  9. William Q. Judge, Theosofische inzichten, TUPA, 2012, blz. 284.
  10. W.Q. Judge, Oceaan van theosofie, TUPA, 2013, blz. 159.
  11. G. de Purucker, De esoterische traditie, TUPA, 2001, blz. 493.
  12. G. de Purucker, The Esoteric Tradition, TUP, 2de ed., 1940, blz. 445.
  13. De esoterische traditie, blz. 493-4.
  14. The Esoteric Tradition, TUP, 3de ed., 2011, blz. 465.
  15. De geheime leer, 1:189, 2:74vn, 282, 347-8vn; De esoterische traditie, blz. 167-9, 235-6, 424-5; G. de Purucker, Aspecten van de esoterische filosofie, TUPA, 1999, blz. 455-6; A.T. Barker (samenst.), De mahatma brieven aan A.P. Sinnett, TUPA, 1979, blz. 107-8.

Zwaartekracht en antizwaartekracht: Inhoud


© 2020 Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag