Het Theosofisch Genootschap

Het innerlijk pad heeft vele zijwegen*

Rita Houthuijzen

*Lezing, Laren, 10 maart 2012.

Nog vóór de jaartelling was er in Griekenland een groot man, aan velen van ons bekend als Plato. Hij leefde in een tijd van godenverering en was zijn tijd in denken dan ook ver vooruit. Plato sprak toen al over de innerlijke eenheid van het leven, dat alles in ons eigen wezen besloten ligt; hij sprak van inwijdingen in de innerlijke, esoterische kennis op velerlei manieren.

Misschien heeft u wel eens het verhaal gelezen over de grot van Plato. Wij mensen zitten nog steeds in die grot en verbeelden ons dat de schaduwen de werkelijkheid zijn, dat de materie om ons heen ‘hét leven’ is en dat er na dit leven óf een soort van hemel óf gewoonweg niets meer is.

Toen al zei hij dat door de geboorte op aarde de herinnering aan ons ware zijn verloren en vergeten is geraakt en dat het gaan van deze innerlijke weg zal leiden tot de wederherinnering, die ons zal verlossen uit het net van gehechtheid en smart. Eigenlijk zijn we al verlost, zei hij, indien we dit maar zouden weten.

Wat hij toen al inzag is wat in de theosofie als volgt wordt uitgelegd: ‘De essentie van bevrijding is eigenlijk dat er in werkelijkheid geen doel is.’ Er valt dus helemaal niets te bereiken! Ik weet dat deze opmerking vreemd kan overkomen, maar als we in essentie altijd al één zijn geweest met het universele zelf, dan is het enige wat ons te doen staat, ons dit feit weer te her-inneren, ons dus weer bewust te worden van onze eigen innerlijke werkelijkheid.

Als een wezen denkt dat hij iets zou moeten bereiken zoals bevrijding of dat hij of zij denkt dat er een verlichting of realisatie gaat plaatsvinden in een later stadium of leven, blijft hij of zij gebonden aan de stoffelijke realiteit en de persoonlijkheid.

In het Tibetaans boeddhisme is er een richting die de leer van het rechtstreeks ervaren van het zelf onderwijst. Deze leer heet Dzogchen en vraagt van de leerling of hij zichzelf elke dag wil herkennen als het universele zelf of, zo u wilt, God. Daarom dient de leerling elk moment van de dag tegen zichzelf te zeggen, ‘Ik ben het zelf en dat is wat ik ben en niets anders dan dat’.

Het kan echter moeilijk zijn om zich voor te stellen hoe een wezen al het zelf zou kunnen zijn. Stel u een cirkel voor met vele punten daarin. Elk punt is een bewustzijn dat op dat moment aanwezig is in een vorm of lichaam. Al die punten tezamen vormen echter die cirkel en zijn daarom met z’n allen die cirkel. Als men in zee zwemt en zich afvraagt waar toch het ding is dat men oceaan noemt, is het besef dat men er al middenin zwemt toch ook vanzelfsprekend! Alle druppels vormen tezamen die grote zee of oceaan; zo ook vormen alle bewustzijnen tezamen het Zijn, oftewel het grote kosmische bewustzijn.

Laten we niet vergeten dat echt alles er deel van uitmaakt, dus ook de atomen, tot in de kleinste deeltjes, die weer tezamen de lichamen vormen waarin wij ons bewegen. Elk atoom is weer een bewustzijn op zich, waarvoor bijvoorbeeld ons lichaam in dit geval weer als een universum beschouwd zou kunnen worden.

Socrates, de leraar van Plato, verdiepte zich in de diepzinnige en gecompliceerde ‘aard’ van de mens, in zijn ‘psyche’, en vroeg zich af waarom mensen zich gedroegen als slaven van de materie. Plato wilde een zuiver voorbeeld zijn van de leer van Socrates en die van hemzelf en trachtte zo goed als het ging dit na te leven en een schoon en zuiver mens te zijn.

Beiden kwamen aan hun kennis door de toen al bestaande mysteriescholen, die nog in het geheim spraken over eenheid, kosmos en broederschap. Vandaag de dag worden een aantal van hun leringen openlijker naar buiten gebracht en zij die serieus zoeken, zullen erdoor worden geraakt en zich openstellen voor de zich openbarende innerlijke kennis en haar diepe betekenis. Maar de innerlijke weg bewandelen is niet niets; hij is lang en heeft vele bochten, valkuilen en zijwegen. Alleen hij of zij die volhardt en zich door niets van de wijs laat brengen zal hem blijven volgen, zonder zich te laten afleiden. Want de verleiding van de materie lonkt; onze lichamelijke zwakheid en dierlijke begeerteneigingen zullen ons trachten af te leiden van het pad.

Bewustzijn groeit langzaam door inzicht, wilskracht en moed en we zijn allemaal pelgrims op dit innerlijke pad, geen enkel wezen uitgezonderd. Allemaal struikelen we, diverse keren, en allemaal staan we op een gegeven moment weer op en vervolgen onze weg. Soms vergeten we een poosje te gaan en willen we rusten of zijn we tegendraads. Van leven naar leven echter zetten we toch onze stappen; soms gaan we snel en soms uiterst traag, maar we gaan altijd, hoe dan ook.

De levenscyclus van onze planeet aarde is 4.320.000.000 jaar. Deze levenscyclus kan worden onderverdeeld in zeven grote perioden van evolutie oftewel zeven ronden. Elk van die zeven ronden wordt onderverdeeld in zeven kleinere cyclussen, de wortelrassen, en elk wortelras is weer onderverdeeld in onderrassen.

De mens evolueert gedurende deze zeven ronden, d.w.z. tijdens dit planeetmanvantara. Echter, het is geen eenmalig gebeuren. Na een lange rustperiode begint alles weer vrolijk van voren af aan met het verschil dat al het leven zich op een verder gevorderd bewustzijnsniveau bevindt.

Op dit moment zijn we in de vierde ronde van deze levenscyclus van onze planeet en we verkeren in het vijfde wortelras. Bedenk dat met ‘ras’ niet de rassen bedoeld worden zoals die zich voordoen in huidskleur of anders.

Mahatma’s, oftewel grote zielen, zijn in bewustzijn zodanig gegroeid dat zij qua levensvorm en geest al in de vijfde ronde verkeren. Zij gingen ons vóór en zullen altijd ons voorbeeld zijn. Indien we ons opheffen naar hun voorbeeld, zullen we ons steeds meer kunnen openstellen voor het pad dat zij eens zijn gegaan, en zullen we steeds bewuster worden van hun aanwezigheid in ons leven, zij het in het begin nog enigszins vaag. Deze gewaarwording zal echter steeds helderder worden naarmate het bewustzijn en de innerlijke kennis groeien. Zij zullen zich ook meer openlijk aan u bekend gaan maken en u qua onderricht gaan begeleiden.

Hun enige motivatie hiervoor is de enorme liefde die zij voor het leven voelen en het oneindige mededogen dat zij opbrengen voor de wezens die lijden aan de gehechtheid aan lichaam, persoonlijkheid en materie in het algemeen. Zij kunnen dit omdat ook zij onze weg zijn gegaan en weten wat de wezens die nog door eerdere ronden gaan, meemaken.

De mahatma’s, Jezus, Boeddha, Krishna, Mohammed en vele anderen hebben geprobeerd ons een weg naar binnen te wijzen. Zij kwamen in verschillende tijden en binnen diverse culturen. Hun woorden waren in essentie eender, vaak verpakt in verhaalvorm, en toch werden deze woorden geïnterpreteerd naar het bewustzijn van mensen uit hun tijd. Toen de wijze woorden werden opgeschreven, werden ze vervormd en verkeerd begrepen tot op de dag van vandaag. De mens met zijn nog onbewuste staat ging de andere mens bevechten omdat men ervan overtuigd was ‘de grote waarheid des levens’ in handen te hebben. Men verkeert nog steeds in de waan dat elke religie op zichzelf staat en men eigent zich het recht toe anderen te veroordelen en, erger nog, te vermoorden en uit te roeien, indien men niet tot dit of dat geloof hoort. Het is echter allemaal ‘vaira’, vijandigheid, en ‘dvesha’, haat. Indien men onwetend is over de ware aard der dingen, verliest men zich in dualiteit, in wij en zij, in dit en dat, in goed en kwaad, in haat en liefde, zonder te beseffen dat dit tot innerlijk en uiterlijk lijden leidt van de ander en van zichzelf.

De Boeddha zocht de weg en kwam tot de conclusie dat het stoffelijk leven ‘du²kha’, oftewel lijden, is en dat indien men het innerlijk oog leert openen, men gaat inzien dat lijden kan worden geëlimineerd door kennis over het innerlijk en uiterlijk, binnen en buiten. Hij formuleerde ‘vier edele waarheden’:

  1. Er is lijden in het stoffelijke leven.
  2. De oorzaak van dit lijden ligt in de hartstochten, de begeerten, de onzuiverheden en in verkeerd spreken en handelen.
  3. Het is mogelijk hiervan verlost te worden door zelfinzicht te verkrijgen.
  4. Deze inspanning zal verlossing geven van het lijden en inzicht in het ware wezen van jezelf en van alle dingen. Niet alleen het kennen van het pad zal dit bewerkstelligen, maar ook het volgen ervan en de kracht om eraan vast te houden.

Als men het innerlijk pad betreedt, kan men zich op een gegeven moment gaan afvragen waarom men zich al die moeite zou getroosten om zich te onthechten van het materieleven. Vooral als men een goed leven heeft, met een goed dak boven het hoofd, voldoende te eten, vakanties, etc.

Wat bezielde grootse mensen als Jezus, Boeddha, Krishna, Mohammed en anderen zoals Mahatma Gandhi, Plato, de meesters of de grote schare onbekende moedigen om dit pad te gaan? Waarom offeren zij zich op in plaats van een lekker rustig leven te leiden en de rest van de wereld te laten voor wat ze is?

Zij hebben maar één hartstocht, als je het tenminste zo mag noemen, en dat is ons hun eigen pad te tonen en ons te laten zien dat wij allemaal, geen enkel leven uitgesloten, dit pad kunnen en mogen betreden. En al wijzen zij ons het innerlijk pad, elk individu gaat ook weer zijn eigen pad.

De mensen die ons vóór zijn weten wat we doormaken, want ook zij hebben ons bewustzijnsstadium doorlopen. Zij weigerden om voor zichzelf verder te gaan, uit liefde en mededogen met het gehele leven; dát is hun drijfveer, pure goddelijke liefde en begrip voor het lijden van alle wezens die nog binnen een kleiner bewustzijnsbereik leven. Zij zijn de ware boeddha’s van mededogen en dit mededogen komt voort uit onvoorwaardelijke liefde voor alle wezens, die in de duisternis van de onwetendheid leven; het is goddelijke, universele liefde en die liefde is waarlijk ‘het cement van het heelal’, omdat het alles met elkaar verbindt. Dat is de ware betekenis van broederschap, de broederschap waar de theosofie zo vaak over spreekt.

In alle grote religies wordt gewezen op dit ‘grote offer’ om niet voor zichzelf verder te gaan. Want de leden van de Loge van Wijsheid en Mededogen zullen de evolutie van de mensheid altijd blijven stimuleren, zelfs als dit hun eigen ontwikkeling vertraagt. Dit is onvoorwaardelijke liefde en enigszins te vergelijken met de liefde van de moeder voor haar kind, die van het kind blijft houden, zelfs als het kind zich ernstig zou misdragen.

Als men vandaag de dag nuchter kijkt naar de wereld om zich heen, zou men haast zeker kunnen concluderen dat dit wel heel mooie en verheven woorden zijn, maar dat de mensheid er waarschijnlijk nog heel ver vanaf zit. Al die haat van het ene volk tegenover het andere, al die schijnbare verschillen in religies en mensen die elkaar hierom bevechten en dan nog niet te spreken over de huidige economische malaise, de hebzucht, de onwil en vooral de onmacht die velen voelen!

Het hoort er allemaal bij; het lijkt op chaos, maar er is niets wat zonder reden gebeurt. Vanuit de grootste crisis zal verandering ontstaan, zowel op persoonlijk als maatschappelijk vlak.

In de Bhagavad Gita, oftewel ‘Het goddelijk lied’, wordt gesproken over de strijd op de vlakte van Kurukshetra. Het is eigenlijk een gevecht tussen goed en kwaad en verwoordt de strijd die de mens voert tijdens zijn ontwikkeling naar het zich weer her-inneren van zijn ware staat van zijn. Ook de ‘jihad’ uit de Koran beschrijft deze innerlijke strijd en heeft daarom totaal niets te maken met het uitroeien van ‘ongelovigen’ en andersdenkenden.

Het gaan van de innerlijke weg is niet gemakkelijk; het is een pad vol doorns, valkuilen en stenen, zoals in het boekje De stem van de stilte zo prachtig staat beschreven. Het brengt lijden, wanhoop en twijfel mee en kan zelfs ontmoedigend werken. Je kunt je afvragen of de mensheid ertoe in staat zal zijn eruit te komen. De tijd zal het leren.

In het vierde wortelras hebben de Atlantiërs voor dezelfde problemen gestaan en zij faalden. De continenten overstroomden en verzonken en werden vergeten. Er doen vele verhalen de ronde, maar in de mysteriescholen werd de esoterische leer hierover onderwezen en de betekenis en het belang van innerlijke groei geleerd.

Het is een mooie leer, want er is elke keer weer een nieuwe kans om opnieuw te beginnen, van leven tot leven, van volk tot volk, van wortelras tot wortelras, van ronde tot ronde, zonder begin, zonder einde, een altijd, universeel aanwezige kans om zich te verbeteren. Het is een leer van hoop, van liefde, van geduld en vooral van mededogen.

De leden van de Loge van Mededogen, zoals de bewustere wezens en helpers van de mensheid wel worden genoemd, zitten echter niet te wachten op ‘volgelingen’ of mensen die zich passief opstellen, noch zullen zij problemen van leerlingen op het pad opruimen. Wel zullen zij helpen door erop te wijzen wat de gevaren en struikelblokken zijn. Echter, het is aan de leerling zelf om zich hiervoor open te stellen of niet. De mens heeft een vrije wil en zou ervoor kunnen kiezen zich af te sluiten voor alles wat maar te maken heeft met ‘zelf denken’.

De keuze om zich innerlijk te gaan ontwikkelen ligt altijd bij het individu zelf en kan door geen enkel ander wezen gestuurd worden, ook niet door de mahatma’s of andere verder gevorderde wezens. Dat is de reden dat er nooit zal worden ingegrepen in het karma van een persoon. Een mens met een breder bewustzijn weet dat dit een strikte natuurwet is en alleen als het volgens deze wet noodzakelijk is, zal er geholpen worden.

Ik keek altijd graag naar de serie ‘Touched by an angel’. Het was een echte christelijke serie, uitgezonden door de EO. Er zat inhoudelijk gezien echter zoveel wijsheid in de uitspraken van de ‘Angels’ bij moeilijke situaties. Zij adviseerden en wezen de juiste weg, maar grepen nooit in – dat mochten ze niet. Zij treurden mee en voelden mededogen als het misliep, maar zagen dan met lede ogen aan dat een persoon soms toch een onjuiste beslissing nam, met alle gevolgen vandien. Deze serie was een goed voorbeeld van hoe grote mensen van mededogen zich houden aan de kosmische wetten van oorzaak en gevolg, of karma.

Want als zij ons voortdurend zouden behoeden voor gevaren en misstappen, zouden we totaal niets leren en voortdobberen op de onbewuste zee van het bewustzijn. We zouden altijd onwetend blijven van wat we in essentie zijn, namelijk één met de universele oerbron.

Zij vormen echter wel een beschermingsmuur om de hele mensheid heen en leiden de leerlingen op het innerlijk pad tot zelfstandigheid in denken en handelen.

Waarom is het toch zo moeilijk voor de mens in zijn huidige bewustzijnsstadium om kennis te verkrijgen over zijn eigen innerlijke wezen? Waarom zijn er zoveel religies en waarom wordt niet begrepen dat er een grote rode draad door al die geloofsrichtingen en oude kennis loopt? Omdat het allemaal gebaseerd is op onwetendheid, avidya in het Sanskriet. Er wordt wel eens gezegd dat avidya het grootste kwaad van de mensheid is.

Het kindje Jezus lag in doeken gewikkeld. Deze doeken verbeeldden de maya, of grote illusie, de betovering, de sluiers van de materie waarin de mens zich hult. Indien de mens in staat is deze doeken één voor één af te wikkelen, zal hij tevoorschijn komen als een groot en zuiver bewustzijn, het kosmisch bewustzijn zelf.

Nelson Mandela zei eens, ‘De mens is niet bang voor zijn kleine ik en zijn gebrek aan zelfvertrouwen, maar hij heeft angst voor dat wat hij in feite is, namelijk een glorierijk en groot wezen’. Jezus zei in de Bijbel, ‘Weet u dat u waarlijk goden bent!’ In het boeddhisme zegt de Boeddha: ‘Iemand die niet lichtgelovig is, die het ‘ongeschapene’ kent, die alle banden heeft doorgesneden, die een einde heeft gemaakt aan het dilemma van goed en slecht, die alle begeerten heeft verworpen, waarlijk hij is de hoogste onder de mensen.’

Ondanks al deze kennis uit de diverse geloven, blijft het grootste deel van de mensheid zijn persoonlijke vaste levenspatronen halsstarrig aanhouden.

Zoals ik al zei duurt de levenscyclus van onze aarde 4.320.000.000 jaar. Binnen de bestaansperiode, waarvan iets meer dan de helft voorbij is, resteren nog ruim twee miljard jaren voordat de voltooiing van de evolutie van deze stroom wezens een feit is. Maar al veel eerder zal er een definitieve keuze moeten worden gemaakt tussen de gerichtheid op de uiterlijke of innerlijke werelden van bewustzijn.

En zoals de innerlijke kennis onderwijst: deze keuze zal bepalend zijn voor de vraag of men op het evolutiepad nog tijdens deze levenscyclus van de planeet kan voortgaan, of dat men voor de verdere voltooiing zal moeten wachten op een volgende belichaming van de aarde in een nieuw manvantara.

De mensen die deze bewustzijnsniveaus niet weten te bereiken, kunnen echter niet worden beschouwd als ‘verloren zielen’, want bij een nieuwe belichaming van de planeet zal er weer alle gelegenheid zijn tot spirituele groei en innerlijke ontwikkeling.

De hele weg zal door de pelgrim moeten worden afgelegd. Het is de zelfgekozen weg, bepaald door eigen daden en gedachten in het verleden. Bij versnelde evolutie worden gevaren opgeroepen doordat men zich ten doel heeft gesteld het eindpunt eerder te bereiken dan in het algemeen wordt gedaan.

Belangrijk vind ik dat hier gewezen wordt op de bezwaren tegen quasi-occulte methoden, die processen in werking stellen waarvan men de gevolgen niet kan overzien.

Cursussen die vooruitgang beloven door o.a. aan chakra’s te werken en die ook nog veel geld kosten, zijn alleen maar goed om de zakken van de cursusleiders of de instantie die het organiseert te vullen. Een chakra is een energiepunt in ons lichaam en van deze chakra’s hebben we zeven hoofdcentra en vele kleinere centra. Zij passen zich qua energetische trilling aan aan ons bewustzijn en alleen verandering in bewustzijn kan verhoging of verfijning van deze chakra en de energetische waarde bewerkstelligen. Met andere woorden, indien de geest verfijnt door oefening en training door de scholing van het dagelijks leven, zal het lichaam zowel fysiek als energetisch veranderen. Dan is het zonder gevaar voor de psyche. Indien men het forceert, zal men zich onvoorbereid en ongewild kunnen gaan openstellen voor gevaarlijke invloeden vanuit het astrale gebied. Deze invloeden kunnen mensen o.a. in psychiatrische inrichtingen doen belanden.

Het innerlijk pad heeft vele zijwegen en velen volgen ongemerkt een van deze zijwegen. Zij denken dat ze het juiste pad bewandelen en verkeren vaak in de illusie dat ze reeds door diverse inwijdingen zijn gegaan en daardoor in staat zijn mensen op het astraal-psychische gebied te helpen. Tevens zijn er mensen die zich goeroe of leraar in de esoterische wijsheid voelen en zich als zodanig gaan gedragen; men noemt dit ook wel ‘de verborgen priesterheerschappij’. Zij vormen uiteindelijk hun eigen stellingen, theorieën en ideeën en brengen deze over aan groepen mensen die vervolgens tegen hen op gaan zien.

Maar de sluiers van illusie of maya zijn zeer moeilijk te doorgronden en alleen een bijzonder scherp onderscheidingsvermogen, een heldere waarneming en zelfobservatie leren een mens het zelf te gaan zien.

Gottfried de Purucker zei eens dat het verschil tussen ‘gewone’ mensen en de aangenomen leerlingen van de meesters slechts een verschil in levensbeschouwing is. Zelfkennis verkrijgen is een vereiste indien men wil voortgaan op het pad van de chela, de leerling, en een van de eerste stappen is het werken aan een mentaliteitsverandering, een verandering van spreken, van handelen, ja zelfs van denken. Zoals er boven de ingang van de tempel van Delphi stond opgeschreven: ‘Mens ken uzelf.’

De grootste gevaren op het innerlijk pad zijn niet maatschappelijke omstandigheden, honger, oorlogen, systemen of andere mensen. Nee, de grootste belemmeringen en redenen van onwetendheid bevinden zich in het eigen karakter, en kunnen slechts overwonnen en erkend worden, indien men naar binnen kijkt en de eigen persoonlijkheid onder de loep durft te nemen.

Indien men hier geen zin in heeft, of er geen energie in wilt steken, blijft men wie men is en heeft men schijnbare rust. Men dobbert dan voort op het wiel van de tijd, maar is zonder het te beseffen slaaf van het leven en van zichzelf. De keuze is aan de mens en zijn vrije wil.

Eigenlijk is het onmogelijk om de juiste woorden te vinden om deze mystieke innerlijke weg uit te leggen, vooral omdat hij voor iedereen weer anders is en anders wordt ervaren. Zij die ons voorgingen weten dit, maar zij weten ook dat deze weg is geplaveid met stenen van geduld, moed, doorzettingsvermogen, wilskracht, compassie en liefde. Ze hebben niet alleen geduld ten opzichte van de beproevingen op het pad en de verborgen tests die de leerling ondergaat, maar ook een liefde voor de hele mensheid en alle rijken en scharen van wezens die er op deze planeetketen zijn en voor de leerling zelf.

Het hele universum, dat vol van leven is, is vervuld van liefde voor alles wat er is en liefde werkt verbindend, geeft vertrouwen, koestert, is beschermend, warm, is onvoorwaardelijk, neemt alles in zich op en ontroert.

Uiteindelijk is men in staat één te worden met deze levende essentie, die men in de vele religies namen geeft als God, Allah, Parabrahman, Overziel, Tat, Oerbron, Kosmisch Bewustzijn, en ga zo maar door. Er is in het hindoeïsme een uitdrukking die zegt: ‘Aham asmi Parabrahma’, ‘Ik ben één met de god in mij, één met het Al’. Alles wat ik de ander aandoe, doe ik dus mijzelf aan.

Ik eindig met de wens uit te spreken dat dit laatste besef in de komende tijd zal groeien in een ieders bewustzijn en dat hierdoor de broederschap onder de vele volkeren zal toenemen. Want niets anders kan het lijden op deze planeet doorbreken dan kennis van het zelf.

Aarzel niet meer, probeer nu dit schitterende pad te betreden en oefen erin om elke dag tegen jezelf te zeggen: ‘Ik ben Dat en Dat ben ik. Wij zijn Dat en Dat zijn wij.’

Het spirituele pad


Uit Impuls (Nieuwsbrief voor leden van het Theosofisch Genootschap), juni 2012, nr. 59.

© 2012 Theosophical University Press Agency