Het ontwikkelen van onze verborgen vermogens
Sarah Belle Dougherty

 

Het psychisme, met al zijn verlokkingen en al zijn gevaren, begint zich noodzakelijk bij u te ontwikkelen en u moet oppassen dat de psychische ontwikkeling niet de manasische [mentale] en geestelijke ontwikkeling achter zich laat. Psychische vermogens die door het manasische beginsel volkomen worden beheerst, beteugeld en gestuurd, zijn voor de ontwikkeling waardevolle hulpmiddelen. Maar als die psychische vermogens de vrije teugel worden gelaten, iemand gebruiken in plaats van te worden gebruikt, dan voeren ze de leerling tot de gevaarlijkste waanvoorstellingen en zeer zeker naar morele ondergang. Let daarom nauwkeurig op deze ontwikkeling, die in uw ras en ontwikkelingsperiode onvermijdelijk is, zodat ze uiteindelijk ten goede en niet ten kwade zal uitwerken.      – H.P. Blavatsky

Er is tegenwoordig een snelle groei van technieken voor het bestuderen en ontwikkelen van de in iedereen latente vermogens, afkomstig uit traditionele bronnen of uit modern wetenschappelijk onderzoek. Boeken, geluidsbanden, onderzoekers en leraren bieden de belofte om persoonlijke groei, gezondheid, geluk, succes, vermogens en verlichting te bereiken via een grote verscheidenheid van middelen. Veel ruimdenkende personen erkennen dat we onszelf vooral in het westen nodeloos hebben beperkt en dat gewone mensen in staat zijn tot wat tot nu toe als vreemd of onmogelijk werd beschouwd. Tegelijkertijd beginnen we steeds sterker te beseffen dat eenheid de fundamentele werkelijkheid is, op zowel menselijk, planetair als kosmisch niveau.

Onze gewone waarneming, gericht op de fysieke wereld, is ongetwijfeld maar één aspect van ons bewustzijn. Als ze wordt gezien als onze enige manier van bestaan, draagt ze ertoe bij ons te beperken tot een erg begrensd gebied van het geheel dat we zijn. Als we ieder individu als een geestelijk bewustzijnscentrum beschouwen dat zich openbaart door een stoffelijke vorm, dan betekent ontwikkeling van de mens de zuivering en training van onze tussenliggende natuur zodat ze het bewustzijn van het goddelijke zelf onvervormd kan overbrengen en zich zodoende tot goddelijkheid kan ontwikkelen. Onze geestelijke en goddelijke aspecten zijn relatief onsterfelijk, terwijl minder geëvolueerde elementen zoals emoties en het lagere denkvermogen zich na de dood verspreiden. Deze situatie heeft belangrijke gevolgen voor onze keuze welke eigenschappen en vaardigheden we willen aankweken. Omdat psychomentale en astrale vermogens niet intact van het ene leven naar het andere blijven bestaan en slechts als invloeden en neigingen overblijven, is besteding van ons leven aan het vervolmaken van zulke vermogens uiteindelijk zinloos. Geestelijke eigenschappen zoals liefde, intuïtieve waarneming, universaliteit en mededogen zijn daarentegen niet alleen wezenlijk de krachtigste, maar ook de belangrijkste voor de evolutie van de mens, want ze betekenen blijvende groei.

Door alle eeuwen heen hebben mensen ernaar gestreefd meer van hun innerlijke mogelijkheden naar buiten te brengen, en hebben in deze zoektocht veel soorten meditatie, en ook yoga, mystiek, ascese en andere praktijken gebruikt. Concentratie van het denken, psychisch loskomen van zintuiglijke dingen, doordringen onder de oppervlakkige, stoffelijke kanten van zichzelf en van de wereld, en ook speciale technieken die behoren bij verschillende scholen of tradities, hebben vaak verschijnselen tot gevolg zoals visioenen, stemmen of geluiden, stimulering van de chakra’s, uittreden buiten het lichaam, spreken in andere talen, trances, extase, contact met of opgaan in andere ‘wezens’ en een gevoel van eenheid met de geestelijke werkelijkheid. Dit kunnen onvermijdelijke en natuurlijke nevenverschijnselen zijn van een bepaald evolutiestadium van de mens, maar vaker worden ze teweeggebracht door opwekking van psychische prikkels. Bijzondere manieren van ademhalen, chemische producten, onderdrukking of prikkeling van zintuiglijke waarneming, bijvoorbeeld, kunnen tijdelijke veranderingen in het bewustzijn of de inhoud daarvan teweegbrengen, maar deze zijn geen afspiegeling van de geestelijke conditie van ons alledaagse zelf. Er is een opvallend contrast tussen zulke voorbijgaande verschijnselen en een langdurige innerlijke ontwikkeling.

Deze ervaringen aan de buitenkant worden echter vaak als onmisbaar beschouwd voor persoonlijke evolutie. Hoe de neveneffecten van groei ten onrechte voor groei worden aangezien treffen we aan in een uitspraak van R. Gordon Wasson:

Het voordeel van de paddenstoel is dat ze deze toestand voor velen, zoal niet voor iedereen bereikbaar maakt zonder de zelfkastijding van Blake en Johannes [van de Openbaring] te moeten ondergaan. Ze maakt het mogelijk helderder dan ons vergankelijk sterfelijk oog kan zien, vergezichten te zien tot voorbij de horizonnen van dit leven, terug en vooruit te reizen in de tijd, andere gebieden van het bestaan in te gaan, zelfs (zoals de Indiërs zeggen) God te kennen.      – The Road to Eleusis, blz. 19

Toch is het juist die ‘ascese of zelfkastijding’, verstandig gekozen en toegepast, die leidt naar blijvende transformatie van het zelf, het werkelijke groeiproces vanaf het beginpunt van het individu tot het universele, niet de visioenen en bovenzintuiglijke ervaringen die veel zoekers ondervinden op de weg naar hun geestelijke doel. Het edele achtvoudige pad van de Boeddha, bijvoorbeeld, dat zijn belangrijkste aanbeveling belichaamt voor geestelijke groei en verlichting, legt nadruk op een manier van leven, nadenken en overpeinzing die moet worden beoefend met zelfbeheersing, het in gedachte houden van het innerlijke doel en mededogen. Kunstmatig opgewekte bewustzijnstoestanden zijn misschien niet te onderscheiden van toestanden die zich op natuurlijke wijze voordoen, maar innerlijke groei betekent een levenswijze, niet op zichzelf staande ervaringen.

Veel mystici en geestelijke leraren beschouwden uitzonderlijke verschijnselen en vermogens als feitelijk de grootste struikelblokken op het pad van geestelijke ontwikkeling. Johannes van het Kruis, bijvoorbeeld, was van mening dat deze verschijnselen, of die nu werken op de fysieke, mentale of geestelijke waarnemingsorganen, de aspirant afleiden van zijn zoektocht naar God en vaak geestelijke trots en gehechtheid met zich meebrengen. Zulke ervaringen kunnen verslavend werken, de zoeker wegvoeren van het geestelijke en hem terugbrengen tot de verschijnselenwereld en zelfzucht. Ze kunnen ook de aspirant, die zijn ervaringen kritiekloos aanneemt of de inhoud ervan als gids gebruikt, uit zijn evenwicht brengen en misleiden. Verschijnselen kunnen van God of van de duivel komen, om de christelijke zegswijze te gebruiken, en zelfs voor de meest oprechte ontvanger is het soms niet mogelijk de ene soort van de andere te onderscheiden. Ze kunnen zelfs helemaal denkbeeldig zijn of door zichzelf teweeggebracht, zoals Johannes van het Kruis zegt over innerlijke stemmen:

Ik ben ontsteld over wat zich tegenwoordig voordoet – namelijk wanneer iemand met de geringste kennis van meditatie, als hij in de een of andere meditatieve toestand bepaalde uitdrukkingen van deze soort gewaarwordt, ze onmiddellijk allemaal als afkomstig van God bestempelt, aanneemt dat dit het geval is en zegt: ‘God zei mij . . .’; ‘God antwoordde mij . . .’; terwijl dat helemaal niet zo is, maar zoals we zeiden, in de meeste gevallen zijn zij het die deze dingen tegen zichzelf zeggen.

En bovendien brengt het verlangen dat de mensen hebben naar uitdrukkingen en het genoegen dat daardoor in hun geest komt, hen ertoe antwoord aan zichzelf te geven en dan te denken dat het God is die hun antwoord geeft en tegen hen spreekt.
     – Beklimming van de Berg Karmel, bk. 2, hfst. 29, afd. 4-5

In het algemeen ontstaan zulke ervaringen in iemands eigen wezen; slechts weinigen kunnen met zekerheid onderscheiden of deze uit het geestelijke of uit het beperkte mentaal/emotionele en psychische deel van henzelf komen.

Bovendien zijn er in de natuur op ieder bestaansgebied positieve en negatieve krachten. Wie boven de fysieke wereld uitstijgt gaat gewoonlijk het astrale of psychische gebied binnen – een enigszins etherischer vorm van materie – dat invloeden en wezens bevat die zich van de meest ontaarde tot de meest hoogstaande uitstrekken. Dit zogenaamde astrale licht, het astrale lichaam van de aarde, is de middenstof voor het overbrengen van krachten tussen de etherischer gebieden en de fysieke wereld; het is tevens in zijn lagere regionen het terrein waar de compact geworden lagere psychische energieën (kamarupa’s, ‘schaduwen’ of ‘geesten’) van de mensen blijven om na de dood uiteen te vallen. Het bevat de afdruk van alle gedachten, gevoelens en daden van de mensheid vanaf het eerste begin van de tijd. Deze akasische ‘optekeningen’ bestaan in de ijlere astrale atmosfeer die ieder deel van de aarde doordringt, en ook de afzonderlijke levende wezens die haar samenstellen. Indrukken worden door verwante en overeenkomstige trilling tot personen aangetrokken: al onze gedachten en gevoelens komen door die middenstof naar ons toe en worden nadat ze zijn gebruikt weer erin teruggeworpen.

De meeste mensen die niet gewend zijn zelfbewust in de astrale sfeer te functioneren, maken zelfs nog meer kans om daar misleid te worden door verschijnselen en in verwarring te raken dan in de fysieke wereld, waar verwardheid en gemis aan zelfbeheersing maar al te vaak voorkomen. Als deuren naar de innerlijke gebieden eenmaal zijn geopend kunnen ze moeilijk worden gesloten als ongewenste krachten en wezens de onderzoeker beïnvloeden. Alleen zij die soortgelijke kanten van zichzelf volledig de baas zijn geworden kunnen deze niet-stoffelijke krachten en wezens goed beheersen en beoordelen.

Eeuwen van ontkenning van occulte krachten en bestaansgebieden hebben de westerlingen onwetend gelaten van de innerlijke kanten van de natuur en de mens, en zij zijn in veel gevallen niet in staat de gevolgen van hun handelingen in die gebieden precies in te schatten. Er schuilt gevaar in om op experimentele gronden zeer krachtige technieken kritiekloos toe te passen, waarvan sommige zelfs in hun natuurlijke omlijsting vernietigende elementen kunnen bevatten. In de woorden van een oosters spreekwoord worden witte en zwarte magie slechts door een spinnenweb gescheiden: dezelfde training, technieken en vermogens worden in beide gevallen gebruikt, en de enige verschillen zijn het motief, de toepassing en ontwikkelingsresultaten. Op dit punt waarschuwde H.P. Blavatsky haar leerlingen voor onkundige toepassing van meditatietechnieken:

Echte concentratie en meditatie, bewust en behoedzaam, op zijn lagere zelf in het licht van de innerlijke goddelijke mens en de paramita’s is uitstekend. Maar ‘zitten voor yoga’, met slechts oppervlakkige en vaak verwrongen kennis van de werkelijke oefening is bijna altijd noodlottig: want tien tegen één zal de leerling mediamieke krachten in zich ontwikkelen of tijd verspillen en afkeer krijgen van zowel de oefening als de theorie. Voordat men overhaast tot zo’n gevaarlijk experiment overgaat . . . zou men goed eraan doen tenminste het verschil te leren kennen tussen de twee kanten van ‘magie’, de witte of goddelijke en de zwarte of duivelse, en zich ervan te verzekeren dat hij niet door ‘zitten voor yoga’ zonder ervaring en zonder gids om hem de gevaren te tonen, iedere dag en uur de grenzen overschrijdt van het goddelijke om tot het satanische te vervallen.      – Collected Writings, 12:603-4

De geestelijke literatuur en tradities benadrukken het belang van bevoegde leiding bij zelfontwikkeling. Gedurende duizenden jaren zijn er overal op de wereld centra geweest voor verheven geestelijke scholing. Van deze mysteriescholen zegt men dat ze enkele miljoenen jaren geleden zijn gesticht door goddelijke wezens samen met de geestelijk meest gevorderden van de mensheid en dat ze verschillende functies hebben vervuld: in steeds materiëler tijdperken de wijsheid van de goddelijke leermeesters van de jonge mensheid levend houden; de mensheid als geheel bijstaan door een bron van geestelijk en intellectueel licht te verschaffen en een schakel te zijn met de geestelijke krachten van de planeet en de kosmos; en degenen te helpen bij wie de innerlijke inspanning, aspiraties en zelftransformatie het mogelijk maken hun persoonlijke ontwikkeling te versnellen door training volgens systematische methoden.

We weten erg weinig over de leringen en methoden van de oude mysteriën. De oudste optekeningen – gewoonlijk in gesluierde taal – gaan maar een paar duizend jaar terug en de meeste instellingen waarover we iets weten waren toen verwereldlijkt en in uiteenlopende mate gedegenereerd. Het hoofddoel in deze scholen was de tweede geboorte, het tevoorschijn brengen van de innerlijke geestelijke mens, bevrijd van het onderworpen zijn aan het fysieke lichaam en de lagere psychische natuur. Ongetwijfeld werd gebruikgemaakt van verschillende middelen om geestelijke ontvouwing te stimuleren en te versnellen, waaronder vele die tegenwoordig steeds meer in de mode komen. Tegelijkertijd waren deze openbare mysteriën, hoewel verborgen door geheimhouding, niet noodzakelijk de esoterische mysteriën die al dan niet aan een exoterische locatie konden zijn verbonden.

De innerlijke mysteriën waren het oefenterrein voor de enkelingen die hun leven wilden wijden aan geestelijke ontwikkeling en de toewijding en bekwaamheid bezaten dit te doen. Hier lag de nadruk meer op het worden dan op bijzondere ervaring met visioenen, veranderde bewustzijnstoestanden, psychische vermogens of overbrenging van intellectuele kennis, hoewel deze ongetwijfeld een rol speelden. De beslissende factor was de kwaliteit van de persoon en zijn vermogen om boven de beperkte kanten van hem- of haarzelf uit te stijgen. Deze innerlijke mysteriën zijn nooit verdwenen en men zegt dat ze nog overal op aarde, hoewel verborgen, actief functioneren. Ze worden ontdekt door mensen van wie de evolutionaire ontwikkeling, hun hoge morele karakter en onzelfzuchtige streven hen in harmonisch innerlijk, en misschien ook uiterlijk, contact brengt met hen die dit aloude geestelijke netwerk vormen.

Evenals in de oude mysteriën blijft de tweede geboorte de essentie van de evolutie van de mens: de groei van het alledaagse zelf totdat het volkomen is uitgestegen boven zijn beperkingen en zelfbewust wordt herboren. Iedereen moet zelf beslissen wat voor hem of haar in deze ontwikkeling de juiste rol van verschillende soorten technieken is. We moeten ons echter wel afvragen wat we werkelijk willen en hoe dit het beste kan worden bereikt. Voor velen gaat het erom ‘werkt het?’, en niet of hun motief of de uitkomst uiteindelijk universeel en opbouwend is. Vaak zijn mensen op zoek naar krachtiger middelen om dezelfde beperkte en soms verwoestende resultaten te bereiken. Op jezelf gerichte methoden, hoe nuttig ook, vormen een uitbreiding van egocentrische, wereldse zaken naar andere gebieden van het bestaan, en zijn als zodanig geen middelen voor innerlijke groei. Zelfs het zoeken naar geestelijke ontwikkeling om te ontsnappen aan ‘het wiel van het bestaan’ of voor onze eigen bevrediging is tenslotte een uitdrukking van zelfzucht en egoïsme, al is het op een meer geestelijk gebied.

We kunnen gemakkelijk verstrikt raken in het aantrekkelijke van paranormale vermogens en van bewustzijnstoestanden als doel op zichzelf en als middel voor persoonlijke vermogens of materieel of geestelijk succes. Maar de ontwikkeling van de mens is een zaak van innerlijke discipline en groei, wat in de beginstadia al of niet uiterlijke symptomen, psychische vermogens, persoonlijk succes of ingrijpende veranderingen in onze bewustzijnstoestand tot gevolg kan hebben. Het hangt uiteindelijk af van de vervulling van de uiterlijk onopvallende taken van het dagelijks leven, van onze karaktervorming en van de mate waarin we altruïsme tot grondslag van het bestaan maken. In dit kader zullen de diverse vermogens en bewustzijnstoestanden te zijner tijd zich op natuurlijke wijze ontwikkelen.

Het opnemen van een ruime verscheidenheid van kennis uit oosterse en overgeleverde bronnen begint tegenwoordig in het westen veel takken van wetenschap te beïnvloeden; tegelijkertijd komen psychische vermogens meer algemeen voor nu tal van mensen zulke talenten spontaan of betrekkelijk gemakkelijk bij zich zien ontwikkelen. Als we kunnen inzien dat het verkrijgen van onalledaagse bewustzijnstoestanden en vermogens op zichzelf geen kenmerk van innerlijke groei en vooruitgang is – dat het pad om echt menselijk en tenslotte goddelijk te worden bestaat uit mededogen en het richten van het bewustzijn op onze universelere kanten, terwijl we van het alledaagse ego onze dienaar in plaats van onze meester maken – dan kan de komst in het moderne leven van nieuw-oude methoden een terugkeer inluiden naar de geestelijker sfeer van de innerlijke mysteriën die bepaalde beschavingen in de oudheid zo weldadig heeft beïnvloed.

 
Andere artikelen over de mens (ontstaan en samenstelling van)
 

Uit het tijdschrift Sunrise sept/okt 2001

© 2001 Theosophical University Press Agency