Het Theosofisch Genootschap

Fundamentele spirituele vragen

Grace F. Knoche

Ons themanummer van dit jaar vestigt de aandacht op enkele fundamentele spirituele vragen die ten grondslag liggen aan de problemen waarmee de mensheid in deze tijd te kampen heeft. Onze medewerkers behandelen deze onderwerpen vanuit een theosofisch perspectief en laten, voorzover mogelijk, hun licht schijnen op bepaalde principiële vragen die mensen van alle leeftijden zich stellen: Wie zijn wij en waarom zijn we eigenlijk geboren? Hoe staat het met ouderdom en het stervensproces en de dood zelf waarvoor veel mensen zo bang zijn? Wat is het doel van pijn en langdurig lijden, waardoor mensen worden getroffen, ogenschijnlijk zonder te letten op karakter of omstandigheden? Waar is de rechtvaardigheid? Het is duidelijk dat er geen gemakkelijke of pasklare antwoorden zijn, maar het nadenken over deze onderwerpen helpt ons om het leven met een zekere mate van gelijkmoedigheid tegemoet te treden. Als we konden leren in harmonie met onszelf te leven, zouden we in harmonie leven met onze buren, en ook met de aarde.

Bij het overdenken van deze onderwerpen moeten we rekening houden met wat een mens werkelijk is. Volgens de oude wijsheid veroorzaakte de buitengewoon belangrijke gebeurtenis van het ontsteken van het licht van het denkvermogen in de vroege mensheid dat we van de dieren verschillen. Maar het verstandelijk vermogen is tweesnijdend: het kunnen denken en kiezen gaf ons kennis maar geen wijsheid – die moet worden verworven. Het denkvermogen is inderdaad een mysterie, nu eens bijna goddelijk, opstijgend tot bovenaardse hoogte, dan weer dierlijker dan de dieren. We moeten ons wel de vraag stellen of rechtvaardigheid de grondslag van de kosmos is en zo ja, hoe deze zich weerspiegelt in het menselijk gedrag. Als we horen dat wij mensen, zoals vele religies beweren, in ons diepste wezen het mystieke zegel van het goddelijke bezitten, is het wel heel moeilijk dit te verzoenen met de gewetenloze onrechtvaardigheden die tegen miljoenen onschuldigen worden bedreven. Het is duidelijk dat we als individuen en gezamenlijk als mensheid een achterstand hebben aan onvoltooide werken en we nog een lange periode van rijping vóór ons hebben.

We zijn als een netwerk met elkaar verbonden en hoe iemand denkt en voelt beïnvloedt anderen, misschien honderden mensen, die we niet kennen maar niettemin met onze denk-ritmes synchroniseren – wat allemaal bijdraagt aan de vrede of disharmonie in onze wereld. Onze innerlijke verbondenheid is een thema dat past in het opkomende Aquarius-tijdperk; we zijn nu al ogenblikkelijk op de hoogte van iedere haard van onrust op onze aardbol. Dat brengt natuurlijk problemen met zich mee; maar het wijst als niets anders op onze eenheid als soort: als één deel van de ziel van de mensheid uit de pas loopt, wordt de afwijking door het geheel gevoeld, totdat het gebrek aan evenwicht is hersteld. Het plaatsen van struikelblokken op het pad van een ander is een ernstige zaak – steeds meer beseffen we de verreikende invloed van de gedachtekracht ten goede of ten kwade.

Het is begrijpelijk dat een van de meest dringende vraagstukken te maken heeft met de relatie van de mensheid met de aarde en al haar rijken beneden en boven het menselijke. Als het goddelijke, hoe men het ook aanduidt, ieder atoom van zijn schepping bezielt, dan is onze aarde – Gaia – evenzeer een vitaal, dynamisch wezen als wij, goddelijk van oorsprong, met haar eigen wijsheid en een toekomst van weergaloze schoonheid. We zijn in feite niet alleen bewoners van de aarde maar ook van de kosmos en hebben als zodanig een bestemming die wat bereik en mogelijkheid betreft kosmisch is. De Kogi-ouderen van een weinig bekende stam van Zuid-Amerikaanse indianen zijn – uiterst schoorvoetend, en op gevaar af de zuiverheid en integriteit van hun oude cultuur te verliezen, die door standvastige trouw meer dan vierhonderd jaar bewaard bleef – naar buiten getreden om hun ‘veel Jongere Broeders’, wijzelf, dringend te verzoeken een volledige ommekeer in onze levenswijze te maken als we onze planeet en onszelf willen redden. Hun ‘boodschap’, zoals die door Alan Ereira op film en in boekvorm is vastgelegd, is in verkorte vorm te lezen op blz. 137-45. Vrijheid van denken, van kiezen, goed van kwaad onderscheiden, brengen verantwoordelijkheid met zich. Wij waren niet bedoeld om plunderaars te zijn, maar broeders van onze planeet en van onze medemensen, net als van de dieren, planten en mineralen.

Eén teken dat wijst op de wijdverbreide problemen waarmee de mensheid te kampen heeft is het Parlement van Wereldreligies dat in Chicago wordt gehouden van 28 augustus tot 4 september, ter herdenking van het 100 jaar geleden gehouden baanbrekende Wereld Parlement van Religies in 1893. De visie en de moed van hen die de stoot gaven tot het Parlement in 1893 werkten als een katalysator, die ertoe bijdroeg een kettingreactie in beweging te brengen waarvan de positieve gevolgen zich in de komende eeuwen zullen voortzetten. Als eenmaal de deur naar onafhankelijk onderzoek is geopend en de hand van broederschap is uitgestoken, kan niets de voortgang van een interreligieuze en broederlijke uitwisseling stuiten. Al wordt de bijeenkomst van 1893 in ere gehouden als een belangrijke religieuze mijlpaal, de bijna 150 co-sponsors van het Parlement van dit jaar, dat een breed spectrum van religieuze en filosofische gemeenschappen vertegenwoordigt, zullen hun aandacht richten op de cruciale problemen waarmee naties en hun regeringen over de hele wereld worstelen om tot een oplossing te komen. De laatste van vier fundamentele vragen die aan de co-sponsors werd gesteld luidt: ‘Welke alternatieve inzichten kan uw geloof bieden om in blijvende vrede met anderen en met de aarde te leven?’

Waarom zou men de leidinggevende figuren van de religieuze hoofdstromingen en alternatieve bewegingen uitnodigen om verscheidene dagen lang te beraadslagen over de schrikbarende toestand van de mensheid, als de Raad die deze gebeurtenis sponsorde niet bezield was door de vurige hoop dat de samenwerking, met hoofd en hart, van ernstige mensen een verschil zou kunnen maken. Maar zouden enkele mensen, hoe bekwaam en oprecht gemotiveerd ook, tot stand kunnen brengen wat de naties en volkeren van de aarde het meest nodig hebben? Het staat buiten kijf dat als mensen elkaar voor een belangrijk doel van hart tot hart ontmoeten, met respect en waardering voor elkaars integriteit, het mogelijk is dat een magisch samenwerken plaatsvindt, een spontaan opleven van de geest – ontastbaar, maar sterk aanwezig. We zijn vol vertrouwen dat het Parlement in 1993 zal eindigen met oprechte, broederlijke gevoelens onder alle aanwezigen, die zich niet alleen uitstrekken tot de hele mensheid, maar ook onze planeet aarde en al haar rijken zullen omvatten. Dat is de betekenis van universele broederschap.

Als we de vele problemen waarvoor de mensheid staat met ons spirituele oog bezien, dan moeten we ons afvragen: hebben we de vereiste moed om die stappen te doen, die geleidelijk de oorzaken zullen wijzigen van de afschuwelijke omstandigheden die miljoenen van onze hulpeloze broeders teisteren? Zullen onze innerlijke aspiraties zich omzetten in een bewuste hervorming van onze denkpatronen, zodat deze dringende problemen in ons bewustzijn blijven voortleven? Op die manier zouden we misschien kracht en mogelijk enige wijsheid overdragen op hen die direct betrokken zijn bij de pogingen aan de huidige omstandigheden met wijsheid en mededogen een einde te maken, en waar mogelijk met duurzame oplossingen. Zo niet, dan kunnen we als mensheid niet verwachten de volledige omwenteling in ons denken en onze houding tot stand te brengen, die we zo bijzonder hard nodig hebben. Dit doemt misschien voor ons op als een onmogelijke taak, maar hebben we een keus? De tijd dringt en de marges van verdraagzaamheid worden smaller. We moeten het echter proberen: het is veel beter als wij die met hoofd en hart heelallen van sterren en atomen kunnen omvatten een verandering wagen, dan in berusting wegzinken, ‘de verlamming van de ziel’.

Omdat al ons handelen ontspruit aan ons denken en de emoties is het zonneklaar dat als we vrede, rechtvaardigheid en harmonische betrekkingen op wereldschaal willen bereiken, we eerst in onszelf het dodelijke onkruid van trots, zelfrechtvaardiging en hebzucht moeten uitroeien, de broedplaats van blinde haat en onverdraagzaamheid die leiden tot de gewelddadigheden van deze tijd en het exploiteren en plunderen van onze planeet. Er is geen reden tot wanhoop want deze laatste jaren van dit decennium gebeurt er veel op innerlijk gebied, en de gevolgen ervan worden over de hele wereld gevoeld. Miljoenen mensen bevrijden zich van de dwangbuis van geloofsvormen en vertrouwen op hun innerlijk licht, de goddelijke vonk binnenin. Ieder mens wordt door hetzelfde licht bestraald, voorzover we ons ervoor openstellen. Dat is onze uitdaging en onze kans, want niets verdrijft de duisternis van onwetendheid, zelfzucht en egoïsme sneller dan het licht van onze goddelijke natuur die onze menselijke natuur verlicht. Met onze innerlijke god als metgezel en vriend weten we dat iedere dappere poging om de overweldigende problemen van deze tijd te verlichten en ten slotte op te lossen, kracht en leven schenken aan de totaliteit van de scheppende en licht-dragende energieën, die de mensheid en moeder aarde beschermen op hun weg in en door het gedachten-continent dat onze planeet omringt.


Uit het tijdschrift Sunrise sep/okt 1993

© 2017 Theosophical University Press Agency