Het Theosofisch Genootschap

Rechtvaardigheid: de grondtoon van het leven

Sarah Belle Dougherty

Wat is rechtvaardigheid? Over deze kwestie is al eeuwenlang een strijd gaande. In Plato’s Dialogen, die bijna 2400 jaar geleden werden geschreven, komen veel vertrouwde opvattingen voor: rechtvaardigheid als de wil van de sterkste (macht is recht); de heerschappij van de wet ingesteld door de Staat; conventionele vroomheid; geopenbaarde goddelijke wil en nuchtere opvattingen over wat behoorlijk is (al verschillen die van de ene samenleving en tijd tot de andere). Volgens die opvattingen wordt rechtvaardigheid aan mensen opgelegd door een autoriteit van buitenaf. Plato zegt in zijn De Staat dat rechtvaardigheid harmonie is tussen de verschillende delen van een geheel, alle ondergeschikt aan het meest spirituele, waarbij elk zijn eigen opdracht vervult in relatie tot het geheel. Hier is rechtvaardigheid een gemoedstoestand.

Als we naar binnen zien komen we, net als Plato, tot het inzicht dat elk mens uit een aantal verschillende elementen bestaat. We kunnen lichamelijke, vitale, begeerte-opwekkende, emotionele, mentale en spirituele facetten onderscheiden en, aan de grens van ons waarnemingsvermogen, ons punt van vereniging met het goddelijke. We zijn allemaal net als de aarde, een organisch stelsel van verschillende groepen die samenwerken om één geheel te vormen. Net als het geval is met de relatie tussen de aarde en haar rijken, verandert en groeit elk deel van onze samenstelling naar gelang het zich langs zijn eigen lijnen ontwikkelt; toch blijft elk een onmisbaar deel van het menselijk wezen dat helpt het te vormen en is nauw verbonden met alle andere menselijke elementen. Als één aspect van ons te overheersend of terughoudend wordt, of zich de rol van een ander toe-eigent, dan raakt de hele persoon uit evenwicht. Als elk aspect van de menselijke natuur zijn juiste rol speelt onder leiding van de innerlijke godheid, dan is harmonie het gevolg en dat is wat Plato rechtvaardigheid noemde.

We kunnen ons afvragen, wat is de natuurlijke grondslag voor een dergelijke harmonie? Eén manier om ze ons voor te stellen is een grondtoon die door het goddelijke deel van ons wordt aangeslagen, een trilling die zowel de uitdrukking is en de basis vormt van onze persoonlijkheid. Zo is er ook een planetaire grondtoon die wordt aangeslagen door de goddelijke aspecten van de aarde bij haar begin. Deze goddelijke toon weerklinkt door haar hele wezen en elke aardse eenheid brengt een boventoon van de oorspronkelijke toon tot uitdrukking. Om deze reden bestaat er een natuurlijke harmonie tussen de levens op aarde, of dat atomen, mineralen, planten, dieren, mensen of godheden zijn, zolang elk met de goddelijke verenigende trilling resoneert.

Als we dieper kijken, is er ook een grondtoon die het zonnestelsel doordringt en die wordt aangeslagen door de godheid die de zon als stoffelijke vorm heeft. Ook het melkwegstelsel, traditioneel vertegenwoordigd door de tekens van de dierenriem, heeft zijn karakteristieke toon die de grondslag vormt voor de toon van het zonnestelsel. De verschillende entiteiten die tot het zonnestelsel of tot de aarde behoren brengen één bepaalde galactische of solaire boventoon het sterkst tot uitdrukking en samen vormen ze een volledige harmonie. Deze trillingen zijn niet louter mechanische gevolgen, maar uitdrukkingen van bewustzijn en van goddelijke vitaliteit en individualiteit. In vroeger tijden werd over deze kosmische vibraties soms gesproken als de Logos, Verbum, het Woord of Vach, of, ook wel, als licht.

Als individuen zijn we miniatuur-melkwegstelsels en onze innerlijke godheid slaat de grondtoon aan voor de vele ondergeschikte centra en eenheden die ons samenstellen. Deze verenigen zich met onze trillingsaard, net als het geval is met de gedachten en gevoelens die we koesteren. Het zijn werkelijke energieën en entiteiten die het stempel ontvangen van onze individuele toon en ook de inhoud en richting die wij eraan geven. Als al onze elementen in overeenstemming zijn met het goddelijke, dan voelen, denken en handelen we in harmonie. Als een of meer van onze bewustzijnscentra ontstemd raken ten opzichte van ons essentiële zelf, dan zullen onze gedachten, gevoelens en daden neigen naar disharmonie. Onze taak als evoluerende wezens is ons hele zelf open te stellen voor deze goddelijke grondtoon, waardoor niet alleen ons hele wezen wordt gestemd, maar we ook in harmonie komen met alle andere medemensen, onze planeet, zonnestelsel en zelfs het melkwegstelsel. Doen we dat, dan beginnen we in onszelf diepten te ontdekken die uitgaan boven onze stoutste verbeelding.

In de menselijke samenleving is rechtvaardigheid deze goddelijke harmonie tussen enkelingen en tussen groepen. Wat in discussies over sociale rechtvaardigheid in onze tijd te vaak ontbreekt is de spirituele eenheid van de mensheid in oorsprong, essentie en bestemming, waardoor ieder mens in zeer werkelijke zin innerlijk deel uitmaakt van ieder ander. Tenslotte zijn mensen geen bezielde lichamen die hoofdzakelijk zijn ontwikkeld door stoffelijke processen, maar zijn de uitdrukking van goddelijke wezens van wie het bestaan teruggaat tot vóór het ontstaan van het melkwegstelsel. In de loop van de evolutie hebben we in onszelf een reusachtige hoeveelheid karma opgebouwd – als soort, groep en individu – vooral ‘collectief’ karma waaraan de hele menselijke soort heeft bijgedragen en waardoor ze heeft geleden. We zien het bewijs van deze achterstand aan karmische gevolgen in de ongelijkheden op het gebied van maatschappelijke klasse, ras en geslacht die de mensheid nu net zo plagen als in het verleden. Zo’n algemeen voorkomende en schreeuwende onrechtvaardigheid is een uiting van innerlijke disharmonie, die het gevolg is van een wijdverbreide geesteshouding in het verleden, van egoïstische daden en uitbuiting. Ze zijn de uitwerking van een langdurige onevenwichtigheid in menselijkheid, collectief en individueel, die op elk gebied van activiteit krachtige patronen of gewoonten heeft opgebouwd.

Als sociale onrechtvaardigheid zo diep in het verleden van de mens is geworteld, wat kunnen we dan doen om de toestand te verbeteren? Het Nieuwe Testament zegt: ‘ken de waarheid en de waarheid zal u vrijmaken’. Het voorschrift dat Boeddha gaf om een eind te maken aan het menselijk lijden was het bestaan ervan te erkennen, in te zien dat het een menselijke oorzaak heeft en dat er een geneesmiddel is dat iedereen kan begrijpen en toepassen. Wat was dat geneesmiddel? Individueel de innerlijke harmonie te herstellen door gedachten, woorden, daden, levenswijze en mentale en spirituele oefening in harmonie met de spirituele werkelijkheid. Boeddha probeerde niet een stelsel op te leggen tot hervorming van de maatschappij als zodanig, maar moedigde ieder mens aan zichzelf te hervormen door zich bewust te worden van zijn relatie met het hart van het heelal, dat identiek is met de spirituele essentie van het individu. Op deze manier zou dharma of rechtvaardigheid op natuurlijke wijze vervuld en bewezen worden.

In de Evangeliën benadert Jezus dit anders door te eisen dat wij onszelf, onze naasten en elkaar moeten liefhebben. Het in praktijk brengen van een dergelijke liefde – voor rechtvaardigen en onrechtvaardigen, goeden en slechten – wekt het spirituele in het menselijk leven. Het vereist het in harmonie brengen van het gewone zelf met het goddelijke, of we dit zien als iets in ons of buiten ons. Evenals Boeddha’s voorschrift heeft dit tot gevolg dat de goddelijke harmonie in het individu, en tenslotte in de mensheid als geheel, tot uitdrukking wordt gebracht. Dit nadrukkelijke voorschrift herinnert aan het bodhisattva-ideanl in het mahayana-boeddhisme, waarin mededogen de stuwende kracht is achter het innerlijk leven.

Het naast elkaar bestaan van eenheid en individualiteit is een belangrijke paradox die het menselijk denkvermogen te boven gaat. We ervaren dit mysterie in onszelf: we weten dat we zowel een eenheid zijn als een verzameling afzonderlijke maar onderling afhankelijke delen. Door onze ervaringen leren en groeien we en beseffen we uiteindelijk dat disharmonieën wijzen op onvolmaakt ontwikkelde wezens, in en buiten ons, die door hun onvolmaaktheid bij tijden.in disharmonie zijn met de innerlijke en uiterlijke grondtoon van het goddelijke.

Het beginsel dat in de meeste verhandelingen over de natuur en de mens ontbreekt, is de innerlijke, oorzakelijke factor achter de stoffelijke vormen – factoren als bewustzijn en geest. Als mens moeten we tot de erkenning komen dat ons bewustzijn is ontleend aan en afhankelijk is van de aarde en haar natuurrijken, omdat we als deel van het planetaire geheel een weerspiegeling zijn van onze kosmische ouder. Er is tussen de rollen innerlijke en uiterlijke, die we als planetaire bewoners spelen, een nauwe relatie. Om uiterlijke harmonie te scheppen, moet er eerst innerlijke harmonie zijn. Hoe we ons als individu, als gemeenschap en als soort van Onze taak kwijten hangt af van ons vermogen de innerlijke aspecten van het leven: te zien en bewust en meedogend deel te nemen aan.de spirituele , mentale en psychologische symfonie, gevormd door de aarde, de mensheid en onszelf. Door deze harmonie tot stand te brengen, bereiken we innerlijke vrede, liefde voor anderen en ware rechtvaardigheid voor iedereen.


Uit het tijdschrift Sunrise sep/okt 1993

© 2017 Theosophical University Press Agency