Het Theosofisch Genootschap

De wijsheid van Gaia

John Van Mater, jr.

Er is dringend behoefte aan een wijsheid die ons kan helpen onze vroegere harmonische verstandhouding met de natuur te herstellen. Die wijsheid heeft altijd deel uitgemaakt van het spirituele leven van de mensheid en gaat uit van een levende aarde in een levend zonnestelsel en heelal. Dit hogere ‘weten’, vervat in de mythologieën van de wereld, geeft ons toegang tot de innerlijke aarde en kosmos. Er bestaan voor de algemeen heersende wereldcrisissen oplossingen, die in de eerste plaats afhangen van onze instelling en ons besef van wat de natuur is. We zijn ons bewust van de vernietiging en de vergiftiging van het wereldecosysteem op het land, in de lucht en in de oceanen en dat heeft geleid tot een dynamische kijk op de aarde als een levend organisme, Gaia, zoals James Lovelock haar ons voorstelt in zijn boek Gaia: A New Look at Life on Earth.

Gaia werkelijk leren kennen betekent een uitdaging van de conventionele materialistische opvattingen. Dankzij een groeiende wereldomvattende belangstelling, wordt de werkelijkheid van Gaia opnieuw ontdekt. Dit feit naast nieuw ontstane twistpunten waren voor Lovelock een aansporing een tweede boek te schrijven, The Ages of Gaia: A Biography of Our Living Earth, dat meer in bijzonderheden de vroege evolutie van Gaia verklaart en de deugdelijkheid van het Gaia-begrip.1 Maar belangrijker dan het wetenschappelijke betoog of zijn speculaties is zijn mystieke filosofie die is gebaseerd op de causale beginselen van de natuur. Deze nieuwe wetenschap van de aarde vereist een samengaan van kunst, filosofie en wetenschap met religie, om een allesomvattend beeld te verkrijgen. Lovelock schrijft: ‘Kunst en wetenschap schijnen onderling met elkaar en met religie te zijn verbonden en elkaar wederzijds te verruimen.’ Zijn persoonlijke filosofie verraadt een religieus respect. Hij zegt: ‘Dat Gaia zowel spiritueel als wetenschappelijk kan zijn schenkt mij persoonlijk diepe voldoening.’2 Als rebel en visionair brengt hij enkele cruciale denkbeelden naar voren, die verband houden met het herkennen van de wijsheid van Gaia.

1. Een oud leerstuk van de meeste wereldtradities. Gaia (Gaea) is Grieks voor moeder aarde.
2. The Ages of Gaia, blz. 217.

De wetenschap heeft vooruitgang geboekt, nieuwe feiten ontdekt en meer geavanceerde theorieën ontwikkeld omtrent de aarde, zoals die van de platentektoniek. Hoewel Lovelock in zijn tweede boek veel informatie verschaft omtrent de vroege ontwikkeling van Gaia, blijven er nog veel raadsels over. Net als andere wetenschappers veronderstelt hij dat de chemische elementen altijd op dezelfde manier hebben gewerkt zoals ze nu doen, terwijl we toch weten dat de omstandigheden zijn veranderd. Waarom dan niet de kenmerken van de elementen? De jeugdige Gaia was in stoffelijk opzicht anders dan nu en is door het aardse leven veranderd. Maar wat is dit leven? Het verschil tussen levend (organisch) en dood (anorganisch) wordt zelden in twijfel getrokken; en de geheimzinnige oorsprong van het leven wordt als onbelangrijk afgedaan. Lovelock erkent enkele van deze beperkingen maar, net als vele van zijn tijdgenoten, schuift hij deze onbekende factoren, waar juist alles bij Gaia als een levend wezen om draait, naar de achtergrond.

Dit omvangrijke gebied begint men nu pas te onderzoeken, wat wijst op de noodzaak van een spiritueler benadering in de wetenschap. Lovelock en anderen voelen intuïtief dat het leven zijn oorsprong heeft op hogere gebieden met bewustzijn als gemeenschappelijke noemer, de directe schakel met het mysterie van Gaia. Het is juist dat de waarnemer zijn onderwerp beïnvloedt; we hebben innerlijke vermogens om de geest van het leven te leren kennen omdat we daarmee in wezen één zijn. De wijsheid van Gaia kan alleen worden verworven door er één mee te zijn – door harmonisch en verstandig met alle wezens te leven.

Men kan de wijsheid van Gaia vanuit twee standpunten bezien: het eerste, waarop de wetenschap zich concentreert, is haar lichaam, haar fysische, biologische en chemische werkingen, waarbij organismen de elementen in de biosfeer recyclen; het tweede is het geheimzinnige spirituele leven van Gaia, haar bewustzijn dat in al haar aspecten is verspreid. Haar wijsheid vooronderstelt als essentieel om te handelen als een levend wezen met een denkvermogen en een inherent doel.

De studie van het lichaam van Gaia wordt door Lovelock terecht geofysiologie genoemd. Ze beschrijft de processen van een dynamisch organisme, een gigantische symbiose van ingewikkelde wisselwerkingen tussen al haar levensvormen die de juiste omstandigheden handhaven. Ze zijn even nauw verbonden met de minerale aardkorst als de slak met haar huisje. Lovelock ziet de verschillende rijken als cellen in een lichaam, die de elementen doen circuleren en veranderen. De planten werken als longen die energie omzetten, terwijl de dieren, het vee of micro-organismen voor verdere stofwisseling zorgen. Ze bouwen nieuwe producten op en breken andere af. Bij al deze activiteiten is er sprake van een voortdurende uitwisseling van enorme hoeveelheden chemische verbindingen in uiteenlopende vormen. Het evenwicht wordt steeds bewaard door gassen te vormen die voor het leven onontbeerlijk zijn, zoals zuurstof. Deze stabiliteit of homeostase handhaaft de meest geschikte omstandigheden die door dat leven op de een of andere manier worden beheerst.1

1. ‘De mysteries van Gaia’, Sunrise, mei/juni 1988.

Men zou zich moeten afvragen wat dit zichzelf regulerende en organiserende leven van Gaia beheerst? Kan het toeval of de stof alleen dit reusachtige systeem van organismen verklaren, Gaia van de aanvang af richting geven en tegelijk omstandigheden stabiliseren die als even toevallig worden beschouwd? Gaia heeft zich, ondanks ingrijpende wereld omspannende veranderingen, inderdaad staande gehouden, tegen een bijna onhoudbare overmacht, met behulp van hogere intelligenties of goden.1 Wie zijn deze goden en wat is hun betekenis voor onze huidige crisis? De geheime leer van H.P. Blavatsky geeft ons vele namen die aan oude bronnen zijn ontleend: dhyani-chohans, elohim, kabiren of de wachters van de vier richtingen, de vier maharaja’s. Hun betekenis voor de evolutie van natuur en mensheid is bijzonder groot, want ze handhaven het evenwicht in de stofwisseling van Gaia. Deze goden, die we ons beslist niet als menselijk van vorm moeten voorstellen, zijn intelligente solaire en kosmische krachten, die in rechtstreekse verbinding staan met de zeven heilige planeten die als bestuurders de energieën van het kosmisch denken via het wezen van de zon doorgeven. Ze vormen in feite de geest in Gaia en onszelf, en werken als een innerlijk leidinggevend systeem.

1. Veel grote wetenschappers – onder andere Kepler, Newton, A.R. Wallace, Einstein – hebben het bestaan van hogere wezens of godheden erkend. Al was het een belangrijk onderdeel van hun filosofie, het stond hun bekwaamheden als wetenschappers niet in de weg.

Deze wezens spelen een bijzondere rol in het karma van de aarde als scheppers, onderhouders en vernietigers van haar leven. Hun harmonie vertegenwoordigt automatisch de werkingen van de natuur. Door de esoterische wijsheid worden alle dingen – atomen, planeten, heelallen – gezien als levende wezens, die wat goddelijke essentie betreft, gelijk zijn en slechts verschillen in graad van ontwikkeling. De theosofie omvat een pantheïsme van levende godsvonken in verschillende stadia van evolutie, die in het menselijk stadium zelfbewust worden en zich oneindig ver daarboven uitbreiden tot het bovenmenselijke. Ze vormen een goddelijke ecologie – op alle gebieden onderling verbonden – die de hele geofysiologie van Gaia doordringt. Er is aan de keten van het zijn begin noch einde, vanaf het atomaire tot de stellaire en galactische heelallen. Zo’n hiërarchie omvat boeddha’s, mahatma’s, wijzen en de mensheid als deel van Gaia’s bewustzijn.

De theorie dat hogere intelligenties werelden en heelallen organiseren en daarin functioneren als deel van een goddelijk plan is een sleutel tot Gaia, al wordt ze in het algemeen door wetenschappers niet gewaardeerd. Ze werpen tegen dat de biota (organismen) van Gaia niet bewust samenwerken, of van tevoren doelgericht plannen maken voor het handhaven van de evenwichtstoestand. Dat is ten dele waar, maar ze bezitten stellig bewustzijn! Dat Gaia een hoger plan volgt en tegelijk haar miljarden organismen coördineert lijkt onafwijsbaar.
De bioloog Rupert Sheldrake oppert het bestaan van onstoffelijke morfische velden die een brug vormen tussen het stoffelijke en het spirituele . Deze intelligente velden worden waarschijnlijk gevormd uit het bewustzijn van subtielere energieën en substanties, zoals de elektromagnetische velden, die de aarde omringen en doordringen. Beide typen van velden zijn analoog, onzichtbaar voor onze zintuigen, maar hebben toch registrerende en organiserende vermogens.1 We weten dat er elektromagnetisme bestaat, al wordt het niet ten volle begrepen. Waarom geen werkingen van mentale velden?

1. ‘Morfische velden en het geheugen van de natuur’, David Pratt, Sunrise, nov/dec 1992.

Gaia houdt als een echte entiteit alle levens tot het laatste atoom bijeen en verenigt velden van bewustzijn die nauw verbonden zijn met haar geestdenken. Deze innerlijke morfische velden van etherische substantie zijn niet aan dezelfde destructieve veranderingen onderhevig als die van het stoffelijk gebied. Ze dirigeren en organiseren en handhaven een continuïteit van bewustzijn. Werkend vanuit dit ruimte-tijd gebied registreren deze velden alles onmiddellijk, en bewaren een herinnering aan alle vroegere patronen van activiteit, terwijl ze toekomstige mogelijkheden voor de evolutie van het leven voortbrengen. Vandaar dat een individueel wezen alle andere wezens beïnvloedt en omgekeerd.

Kunnen we daarom alle werkingen van de natuur niet zien als een resultaat van innerlijke intelligenties, goddelijke wezens, als het superbewustzijn van Gaia – elkaar doordringende velden waartussen voortdurend wisselwerkingen plaatsvinden, als wezens op verschillende niveaus met uiteenlopende graden van bewustheid en individualiteit? Planten hebben hun eigen intelligentie en begeerten, die in de mineralen rudimentair aanwezig zijn; dieren gaan door met het ontwikkelen van verdere innerlijke eigenschappen – op het mentale en emotionele vlak, die uiteindelijk moeten uitgroeien tot menselijk zelfbewustzijn. In alle rijken weerspiegelen zich goddelijke eigenschappen, terwijl het mensenrijk ook die van de lagere rijken bezit. Oude en bestaande culturen hebben alle reden om de godheden te aanbidden, die op mystieke wijze worden voorgesteld door de zon, de maan en de planeten, omdat die een feitelijke invloed uitoefenen op de veranderende cyclussen van geboorte, groei, dood, vernietiging en vernieuwing van de natuur. De zonnegod is in traditionele zin de bron van alle energieën in zijn planetenstelsel, die zowel leven gevend als dodend zijn.

Het gedrag van Gaia – de aswenteling, het kantelen en de natuurlijke processen – zijn het gevolg van haar wisselwerking met de krachten van solaire en kosmische wezens. Haar cyclische activiteit, die esoterisch aan de wijzen bekend is, beslaat immense solaire tijdsperioden. Bepaalde belangrijke cyclussen, zoals de zich herhalende wereldcatastrofes, wijzen op veranderingen in de evolutie van Gaia en de mensheid. Innerlijk vermengen de velden van bewustzijn van alle natuurrijken zich met elkaar; uiterlijk ontwikkelen alle levende dingen zich binnen de elektromagnetische velden van de aarde. De polen vormen een uitlaat voor overtollige energie, want Gaia is een elektromagnetische dynamo met haar grote omringende velden, die als een tol draait terwijl zij haar baan om de zon volgt. De elektromagnetische vitaliteit brengt het verschuiven van de polen op gang, met perioden van vertraging en schommelingen van de draaiingsas.Terwijl de aswenteling vertraagt volgen er grotere bewegingen van de geografische en magnetische polen, waardoor deze verder uiteen komen te liggen.1 Gaia kantelt en schommelt nog meer, gaat mogelijk op haar zij liggen en keert zelfs de polen om – ze buitelt ondersteboven! De Stanza’s van Dzyan in De geheime leer wijzen erop dat deze feiten in vroegere era’s bekend waren:

Wanneer het wiel met de gebruikelijke snelheid draait, zijn de uiteinden ervan (de polen) met de middencirkel (de evenaar) in evenwicht; wanneer het langzamer draait en naar alle kanten wankelt, zijn er grote verstoringen aan het aardoppervlak. De wateren stromen naar de beide uiteinden en nieuwe landen verrijzen in de middengordel (landen op de evenaar), terwijl die aan de uiteinden onderworpen zijn aan pralaya’s door verzinking. – 2:366

1. De wetenschap heeft bewijzen van verscheidene plaatsen van vroegere noordelijke magnetische polen, die zelfs ten zuiden van de equator zijn aangetroffen.

Verhalen over grote vloeden zijn over de hele wereld verspreid. Volgens leringen van de Hopi-indianen verlaten de pool-‘tweeling’ periodiek hun post en helt de aarde naar alle kanten over.1 De geheime leer en de Hopi-indianen vermelden verscheidene eerdere wereldcatastrofes; de eerstgenoemde voorspelt de komst van een vijfde; en de laatste een vierde. Beide zijn het eens dat deze wereldverwoestingen beurtelings worden veroorzaakt door vuur en water. Lang voordat deze grote gebeurtenissen plaatsvinden, zullen ook kleinere rampen delen van de aardbol treffen.

1. Frank Waters, Book of the Hopi, Viking Press, New York, 1963, blz. 16.

Als we miljoenen jaren van het leven van Gaia in een paar uur zouden kunnen terugzien, zoals in een ‘time-lapse’ film, zou ze als een levend organisme schommelen en kantelen. Het zijn in de eerste plaats de polaire verschuivingen die betrokken zijn bij een versneld vernieuwingsproces. Oude landstreken verdwijnen door te verzinken en uiteen te vallen, terwijl nieuwe verrijzen. Grote rassen en beschavingen met hun dieren en planten die op oudere continenten evolueerden, verdwijnen in een betrekkelijk korte geologische tijd. Gaia is inderdaad een dynamisch wezen met wegzakkende, schuivende en botsende platen, die oprijzen en verzinken, terwijl vulkanische ketens haar oppervlakten hervormen en het klimaat beïnvloeden. Niet alleen vinden er veranderingen plaats in klimaat, windpatronen, oceaanstromingen of verschuivingen, maar ook in de stof zelf. De theosofie, die zelfs verder gaat dan Lovelock’s opvatting, ziet het minerale lichaam van de aarde als levend, niet als dood, en de fysiek-geologische en biologische processen als die van een levend wezen. Dat is geofysiologie!

We hoeven geen angst te hebben voor deze grootschalige werkingen maar moeten de legenden van de Atlantiërs, die niet in harmonie met Gaia leefden en zo hun eigen vernietiging verhaastten, ernstiger nemen. Er zullen in de toekomst stellig veranderingen op wereldschaal plaatsvinden, die nieuwe aanpassingen veroorzaken. Andere karmische werkingen, zoals dood, ziekte, hongersnood en oorlogen zullen ook in de verre toekomst bestaan. Al deze dingen zijn de uitwerkingen van de natuur die karmische oorzaken in evenwicht brengt om de harmonie te herstellen. Gaia moet zich periodiek reinigen door zich te ontdoen van de giftige psychische voortbrengselen van het leven en de stoot geven tot nieuwe groei en een fris begin.

Lovelock heeft gelijk als hij beweert dat de mensheid verantwoordelijk is voor alle van Gaia afkomstige gevolgen. Karmische reacties zijn niet te vermijden, maar we kunnen wel een groter verantwoordelijkheidsgevoel wekken voor onze gedachten en daden. Dat is van wezenlijk belang in onze relatie met al wat leeft. Onze ingeboren spirituele vermogens, zoals de intuïtie, zijn van de grootste betekenis als we de diepten van de natuur willen zien en onze eenheid willen waarnemen. Dat besef helpt ons in te zien dat elke gedachte en daad inwerken op Gaia en het geheel. Onze wil, ons gevoel en ons denken veroorzaken reacties, net als, of zelfs meer dan stoffelijke vervuiling in de innerlijke morfische velden van bewustzijn, die in gelijke mate op ons terugwerken. Of deze gevolgen rampzalig, dan wel weldadig zijn is geheel en al afhankelijk van de kwaliteit van onze gedachten en motieven.

Ondanks destructieve neigingen is de mensheid een klasse van jonge goden, een deel van het spirituele hart van Gaia, de Hiërarchie van Mededogen. Er bestaan geen eenvoudige, snelwerkende geneesmiddelen tegen blindheid en egoïsme, want we hebben tijd nodig om spiritueel te rijpen. Onze ethiek kan een weerspiegeling van universele broederschap zijn – door alle wezens als godheden te beschouwen en ze dus als heilig lief te hebben. Creatieve oplossingen voor de huidige mondiale uitdagingen kunnen toekomstige wetenschappen doen samengaan met kunst en religie, ter ondersteuning van een tijdloze wijsheid. Ons vermogen om op barmhartige wijze met andere wezens te leven moet op een natuurlijke manier volgen.

Misschien zal Gaia op zekere dag worden beschouwd als de heilige moeder van al wat leeft, die Lovelock ziet in het symbool van de Maagd Maria. Zij vertegenwoordigt een aloud begrip van de hoogste kosmische substantie. Door te resoneren met het goddelijke in alle dingen kunnen wij heelmeesters van Gaia zijn. We zijn het kroost van het levende heelal, maar hebben een ontwaakte individuele keus nodig om waardige deelgenoten van Gaia te zijn.


Uit het tijdschrift Sunrise sep/okt 1993

© 2017 Theosophical University Press Agency