Het Theosofisch Genootschap

Religie in het Aquarius-tijdperk

I.M. Oderberg

Het zou dwaas zijn om te proberen ons een voorstelling te maken van de geloofsvormen die in de komende twee of drie eeuwen kunnen ontstaan, maar misschien kunnen we ons wel een beeld vormen van nieuwe manieren waarop de religieuze geest zich kan uiten. We kunnen terugzien op de ontwikkeling van religieuze en aanverwante stelsels van denken die zijn ontstaan en zich hebben ontwikkeld in de periode van 2155 jaar1 die samenhangt met het teken Pisces (Latijn voor vis, in het Grieks ichthys, een term die door de allereerste christenen werd overgenomen als symbool voor hun Heiland).

1. Dit is een twaalfde van een grotere cyclus van ongeveer 26.000 jaar, ook bekend als een Platonisch jaar (vergelijk Timaeus §39d), door H.P. Blavatsky een messiaanse cyclus genoemd. In oude tijden werd elk van de twaalf bogen naar één van de zodiakale sterrenbeelden genoemd. We gaan het Aquarius-tijdperk binnen, de Waterman.

Tot de belangrijke ontwikkelingen bij de overgang naar de Aquarische zodiakale cyclus behoort het op uitgebreide schaal beschikbaar komen van tevoren verborgen of esoterische overleveringen uit vele delen van de wereld, waaronder Tibetaanse en andere oosterse bronnen, waarvan het boek van Pabongka een voorbeeld is: Liberation in the Palm of Your Hand.1 Dit omvangrijke werk is een Engelse vertaling van een serie lezingen die in 1921 werden gehouden. Pabongka (1878-1941) was een Tibetaanse Rinpoche die door zijn collega’s zo hoog werd geacht dat uit vele delen van Tibet toehoorders toestroomden om naar hem te luisteren. Zijn onderwerp was Tsongkhapa’s meesterwerk Lam-rim Chen-mo: ‘Stadia op het pad naar verlichting’. Deze lezingen vormden een diepgaande studie en omvatten uitvoerige dagelijkse verhandelingen, gedurende een periode van 24 dagen, die voornamelijk bestonden uit commentaren op tantrische teksten en beoefeningen, die werden gebruikt in de vajrayana, het pad dat door sommigen ‘het hoogste niveau van praktisch mahayana’ wordt genoemd. Het einddoel of de bekroning – de verlichting – is echter alleen het resultaat van eenwording met en de belichaming van de ‘zes volmaaktheden’ .

1. Geredigeerd door Trijang Rinpoche, vertaling van Michael Richards, Wisdom Publications, Boston, 1991; 5 aanhangsels, aantekeningen; biblio., woordenlijst, index, geïllus.; 979 blz.

H.P. Blavatsky gaf op haar eigen manier de boodschap van de Boeddha weer in De stem van de stilte, haar vertaling van een gedeelte van een oude tekst die ze kende als het ‘Boek van de Gulden Voorschriften’. Dit werk wijst het pad naar verlichting via de poorten van de boeddhistische paramita’s, deugden of volmaaktheden. In haar tekst raadt ze aan het gebruik van paranormale krachten of siddhi’s1 (Sanskriet) na te laten en ook het onvruchtbare gebied van het intellectualisme te vermijden, waar het zoeken naar het spirituele geen toegang heeft zonder te worden gesmoord. De Stem zegt hierover: ‘Te leven voor het welzijn van de mensheid is de eerste stap. De zes glorierijke deugden toepassen is de tweede.’

1. In een brief aan een Amerikaanse Conventie van theosofen in 1891 waarschuwde HPB tegen de ontwikkeling van paranormale vermogens in onze eeuw indien dit niet gepaard gaat met ethische, mentale en spirituele groei, om excessen tegen te gaan.

Het Sanskrietwoord paramita betekent, naast andere vertalingen, ‘dat wat boven iets is uitgegaan’. Blavatsky noemt er zeven: 1) dana, barmhartigheid of liefde; 2) sila, harmonie in woord en daad; 3) kshanti, geduld; 4) viraga, onbewogenheid in vreugde en smart, de paren van tegenstelling;1 5) virya, onverschrokken daadkracht; 6) dhyana, overpeinzing, beschouwing of concentratie die twee aspecten heeft: het verdrijven van nutteloze gedachten en het zodanig richten van het denken dat dit zich verre zal houden van het geboeid zijn door uiterlijkheden; en 7) prajña, intuïtieve wijsheid.2

1. Viraga wordt in de meeste opsommingen van de paramita’s weggelaten, waaronder die van Pabongka.
2. Vgl. G. de Purucker, Bron van het occultisme, blz. 49-57.

In al deze essentiële eigenschappen werkt de krachtgevende aanwezigheid van het ‘Zelf van alaya’, de ‘Ziel van het Heelal’, die het mededogen zelf is. Naarmate we dit belichamen – meedogend zijn in al onze betrekkingen – stellen we het in staat zich in onze kosmos te openbaren. Als we ons afvragen wat het beste kan leiden naar het doel van de verbetering van de mens, dan is een suggestief antwoord te vinden in de boeddhistische term bodhicitta, of verlichting bereikt door ‘altruïstische vastbeslotenheid’ – onze toewijding om het doel te bereiken terwille van alle wezens en niet louter voor onszelf alleen. Dat is de grondslag van het mahayana- of noordelijk boeddhisme.

De ‘verborgen’ leringen van een andere traditie komen in toenemende mate beschikbaar door de inspanningen van enkele kabbalisten. Zij zijn van mening dat deze, onze eeuw, geschikt is om vroeger geheimgehouden en goed bewaard materiaal te delen met hen die bereid zijn om de betekenis van het joodse erfdeel te bestuderen en hierover na te denken. Ondanks de aanprijzingen van kortere wegen tot het verwerven van speciale kennis, is studie nog altijd noodzakelijk, naast het zich betrokken voelen bij het welzijn van de mensheid. De weg werd toegankelijk gemaakt door wijlen dr. Gershom Scholem, professor aan de Hebrew University in Jeruzalem, die in zijn boeken de Zohar- of theosofische traditie naar voren brengt. Andere geleerden, zoals dr. Moshe Idel, zijn vertegenwoordigers van de Merkabah of ‘Strijdwagen’ traditie, gesymboliseerd door de vurige strijdwagen1 die de profeet Elia hemelwaarts voerde. Beide tradities betreffen het in oude tijden bekende mondelinge onderricht, dat de sleutels verschaft tot begrip van het Oude Testament.

1. 2 Koningen 2:11; de strijdwagen komt ook voor in de commentaren op het Boek Ezechiël, waarin aan joodse jongeren wordt verboden het eerste hoofdstuk (de merkabah genoemd) en de slotartikelen (40 en 48) te lezen vóór zij de leeftijd van 30 jaar hebben bereikt, wat duidelijk de nadruk legt op het esoterische karakter van het wagen-symbool.

Dr. Philip Berg, huidig hoofd van het ‘Kabbalistisch Onderzoekscentrum’, dat werkt vanuit New York en Jeruzalem, heeft goede Engelse vertalingen uitgegeven van originele werken die teruggaan tot de middeleeuwen en zelfs nog verder, toen ze door geleerden werden bestudeerd en beschermd. Ze bevatten teksten afkomstig van Rabbi Isaac Luria, die eerst onderricht gaf vanuit Spanje en daarna vanuit Safed in Palestina (het tegenwoordige Israël) en ook via zijn opvolgers, waaronder zijn briljante volgeling Rabbi Hayim Vital, auteur van de Tree of Life – de sefiroth-boom, waarin de onderlinge verbondenheid van de elohim, de architecten en bouwers van het heelal met de mensheid wordt uiteengezet. Dr. Berg deelde onlangs mee dat, omdat onze eeuw het begin van een nieuwe cyclus inluidt, het zijn verantwoordelijkheid is geworden de teksten beschikbaar te stellen waartoe hij toegang heeft.

Een andere geleerde op dit gebied is Z’ev ben Shimon Halevi, wiens Kabbalah: Tradition of Hidden Knowledge meer is dan alleen een introductie. Hij opent zijn verhandeling met een aanhaling uit Pirke Hekalot, Babylonië, 6e eeuw n.Chr.

Rabbi Ishmael zei: alle metgezellen [de ingewijden] vergelijken het met een mens, die een ladder midden in zijn huis heeft, waarlangs hij kan opklimmen en afdalen zonder dat iemand hem dit belet. Gezegend zijt Gij Heer God, die alle geheimen kent en de Heer zijt van verborgen zaken.

Halevi zegt als toelichting in zijn voorwoord dat: ‘de kabbala het innerlijke en mystieke aspect is van de joodse leer. Het is, in joodse termen, de eeuwigdurende leer over de kenmerken van het goddelijke, de aard van het heelal en de bestemming van de mens.’1 In dit boek geeft hij het gebruikelijke diagram van de levensboom, en toont daarbij de varianten die de verschillende betekenissen laten zien die van toepassing zijn op een mens, een planeet, enz.

1. Londen, Herfst, 1978/5738.

Het wonder van onze eeuw is de publicatie van dergelijke werken, die iedereen kan zien, lezen en proberen te begrijpen – de onthulling van het feit dat veel religieuze tradities een verborgen heilig hart bezitten. De Islam heeft zijn soefi-takken, maar niet vele daarvan zijn ontkomen aan het Moslim fundamentalisme. Sommige scholen zijn echter doorgegaan zoals bijvoorbeeld die welke door Hazrat Inayat Khan werd gesticht als Sufi for the West, voortgezet onder leiding van zijn oudste zoon Pir Vilayat Khan. Omar Khayyam, een vroegere astronoom van de koning van Perzië, herinnert men zich het best om zijn kwatrijnen, de Rubaiyat. Hij was een soefi en verwerkte de soefi-filosofie in codetaal in zijn gedichten. Andere Perzische dichters, zoals Rumi, brachten in hun gedichten ook de mystieke interpretaties over van de Koran en van Hadith, werken die aan Mohammed worden toegeschreven. Er zijn nog andere stromingen, zoals die van Idries Shah en zijn volgelingen1, terwijl weer andere, die meestal uit het oude Perzië stammen, nu in het moderne Iran veroordeeld worden.

1. Zie ‘The sufis of today’ van Jean Van Mater, Sunrise (Engelse editie) juli 1964, voor een verhelderend overzicht.

De esoterische wortels van het christendom komen ook aan het licht doordat men kennis heeft kunnen nemen van zijn vroegste materiaal, van vóór de tijd dat het Pausschap werd gevestigd en de verstarring haar intrede deed. Dit materiaal is nieuw leven ingeblazen door de publicatie van de gnostische boeken die bij Nag Hammadi in Egypte in 1945 werden gevonden, twee jaar vóór de ontdekking van de Dode Zee-rollen.

Tegen de aanvallen van de orthodoxen met hun godsdienst die op blind geloof berustte, heeft een gnostische christelijke sekte de belangrijkste teksten van haar bibliotheek, waaronder het Evangelie van Thomas, verborgen gehouden. Het is duidelijk een inwijdingstekst die de kandidaat naar de diepere christelijke mysteries voert en passages bevat die geleerden als Johannes Leopoldt hebben verbijsterd, die toegaf dat hem de sleutel ‘tot de allegorie’ ontbrak. De cryptische uitspraken worden Jezus in de mond gelegd en de vertaler en commentator Howard M. Jackson zegt dat ‘Jezus de ‘lezer van deze woorden’ vraagt naar de innerlijke betekenis te zoeken’.

De teksten van de gnostische christenen zijn voor het merendeel niet tegengesteld aan het Nieuwe Testament, behalve als het om bepaalde dogmatische interpretaties gaat. Ze verdiepen in veel opzichten ons begrip van de essentie van de oorspronkelijke leer. De betekenis van het Nieuwe Testament ligt niet in zijn historiciteit, maar in het feit dat het het verhaal is van ieder menselijk wezen, dat tracht de ware menselijke eigenschappen tevoorschijn te roepen die in iedereen verborgen liggen. Jezus zou hebben gezegd: pas mijn leer toe, dan zult u grotere dingen kunnen doen dan ik.

De verhalen in het Nieuwe Testament krijgen een nieuwe betekenis als we ze in verband brengen met gebeurtenissen die in onszelf plaatsvinden, terwijl de personages kunnen worden gezien als facetten van ons wezen. Wat de centrale figuur van het Nieuwe Testament betreft, begrijpen we dat onverklaarbare gebeurtenissen betrekking hebben op de inwijding tot een stadium van zelfexpressie, d.w.z. van de ingeboren spirituele/goddelijke eigenschappen die in het innerlijk opgesloten zijn. Toen Jezus op zijn volgelingen een beroep deed om van zijn aanwezigheid gebruik te maken door te beginnen naar zijn leringen te leven vóór het beëindigen van de Aion (een Grieks woord dat eeuw of tijdsperiode betekent), doelde hij op het einde van zijn Aion – niet op de ‘Dag des Oordeels’ van de hele planeet, maar op het eindigen van het Vissen-tijdperk, waarna ‘een Nieuw Verbond’, een nieuwe weergave van de altijd levende oude wijsheid zou komen.

Wat zal er nog tevoorschijn komen in het nog niet ten volle ontwaakte Aquarius-tijdperk – uit een verleden, overspoeld door godsdienstige en andere dogma’s? Er zouden mogelijk nieuwe uitdrukkingsvormen kunnen volgen op het ontkiemen van het zaad van ideeën en begrippen in H.P. Blavatsky’s De geheime leer. De twee delen hiervan, die de geboorte, groei en evolutie van het heelal en de mensheid behandelen, waren bedoeld om voor onze eeuw als leidraad te dienen voor bepaalde onderwerpen, die vanuit de grijze oudheid naar onze tijd zijn gevloeid; oorspronkelijke ideeën die in de komende eeuwen beter zullen worden begrepen.

De tendens van haar boodschap is dat het heelal bezield en de mensheid in wezen spiritueel is. In brieven, door twee van haar leraren geschreven in de laatste decennia van de vorige eeuw, werd erop gezinspeeld dat het doel van haar werk was opnieuw een poging te wagen de geest en het denken van de mensheid te verheffen. Het zou een nieuwe weergave worden van een oude wijsheid die in komende jaren vollediger naar buiten zou komen, in de taal van de nieuwe periode, die nu nog in haar wordingsstadium is. Deze versie van de periodieke weergaven zou geschikt zijn voor dat toekomstige tijdperk, omdat ze is aangepast aan de psychologie van de generaties die na ons komen.

De nieuw op gang komende stroom die verband houdt met Aquarius vermengt zich met de oude wateren van de Vissen-cyclus. Wat in vorm uitdrukkelijk ‘Aquarisch’ zal zijn, zal als zodanig pas in de komende eeuwen herkenbaar worden; pas dan zullen de zaden die in onze tijd en de jaren daarvoor zijn gezaaid, ontkiemen en uitlopen en hun eigen kenmerken vertonen. Wat plaatsvond tijdens de eerste decennia van deze eeuw lijkt op wat volgt na het ploegen van een oud uitgeput stuk land, om het nieuwe zaad de gelegenheid te geven wortel te schieten en naar de zon te groeien. De groei zal beïnvloed worden door de eigenschappen van de betreffende cyclus: in het huidige geval komen die van Aquarius langzaam uit hun cocon. In plaats van het oude tijdperk van wedijver dat in onze eeuw het leven van de mens in verwarring heeft gebracht, gaan we misschien een tijd in van samenwerking, wat zal afhangen van de vraag of wij tot het inzicht komen dat we allemaal tot één familie behoren.

De volgende woorden van Blavatsky slaan een grondtoon aan voor de komende eeuw:

Niemand heeft het zo druk of is zo arm dat hij zich niet een nobel ideaal kan vormen en navolgen. Waarom dan aarzelen met het schoonmaken van een pad naar dit ideaal, over alle obstakels heen, over ieder struikelblok, door iedere kleine hindernis van het maatschappelijk leven, om recht vooruit te marcheren tot het doel is bereikt?1

1. ‘The new cycle’, La revue theosophique, Parijs, 21 maart 1889; herdrukt in H.P. Blavatsky Collected Writings, 11:135.


Uit het tijdschrift Sunrise sep/okt 1993

© 2017 Theosophical University Press Agency