Een verkenning van de theosofie

Online editie

Vertaling van: Exploring Theosophy

Omslag naar het schilderij ‘Prairie Path’ van Patrice Hughes

Uit deze uitgave mag alleen met toestemming van de uitgever iets worden overgenomen.

© 2007  Theosophical University Press Agency,
Den Haag

  Inhoudsopgave  

 

 

Het pad naar het hart van het heelal

 

Er is in het hart van ieder mens een honger die door niets kan worden gestild – een honger naar een grotere waarheid dan waarvan de meeste mensen weet hebben, naar het ware, naar het verhevene. De oorsprong van dit verlangen is het heimwee veroorzaakt door de herinnering van de ziel aan ons spirituele thuis, waaruit wij voortkwamen en waarheen wij nu terugkeren. Ieder menselijk hart voelt dit; het is de reddende kracht in de mens, dat wat hem hoop en aspiratie geeft, wat zijn ziel verheft bij de herinnering aan de luister die eens de zijne was. Licht voor het gemoed, liefde voor het hart, begrip voor het verstand: alle drie moeten in ieder mens aanwezig zijn vóór hij werkelijke vrede vindt.

Er is een verheven pad van wijsheid en verlichting dat voor ieder mens in het huidige leven begint en daarna binnenwaarts leidt; want het is de weg van bewustzijn en spirituele verwerkelijking. Ieder vermogen, iedere energie, alles, is aanwezig in de diepste kern van uw wezen, die als het ware uw weg is, de weg van groei vanuit het hart van het Zijn, dat uw spirituele zelf is.

Het pad naar het hart van het heelal is één en toch voor ieder mens verschillend. Dat komt omdat ieder mens zelf dat pad is – het pad dat bestaat uit gedachten en bewustzijn en uit het weefsel van uw eigen wezen. Het is gevormd uit de substantie van het hart van de natuur.

Er is een lange en ook brede weg, waarop u de energiestroom van de natuur mee heeft, en als u deze weg volgt zult u na verloop van tijd de volmaaktheid bereiken; maar dit is de weg van langzame ontwikkeling die u in elk leven, ontelbare eeuwen lang, stapje voor stapje verder brengt.

Er is een andere weg, steil en doornig, moeilijk te begaan, maar die de Groten van de mensheid hebben gevolgd. Het is de snelle, maar ook moeilijke weg. Het is de weg van zelfoverwinning, de weg waarop men het zelf opgeeft voor het Al, waarop de persoonlijke mens de onpersoonlijke boeddha, de onpersoonlijke christus wordt; de weg waarop de liefde voor wat alleen uzelf toekomt wordt opgegeven en uw hele wezen wordt vervuld van liefde voor alle wezens, grote en kleine. Het is het steile en doornige pad naar de goden; want wanneer u de hoogten van de Olympus beklimt, moet u de weg gaan zoals die voor u ligt.

Schoon zijn de paden, verheven het doel en snel de voeten van hen die de weg van de zachte, innerlijke stem volgen, de weg die naar het hart van het heelal voert. Dit is de kern van de boodschap van de grote mysteriën uit de oudheid – het verenigen van de gewone mens met zijn goddelijke bron, met de wortel van zijn eigen wezen die verbonden is met het Al, want die kern is een vonk van het centrale vuur, een vonk van het goddelijke; en die vonk is in iedereen.

In uw diepste innerlijk woont het goddelijke. Het is uw oorsprong, de kern van uw wezen; en u kunt langs de weg van het spirituele zelf opklimmen, en sluier na sluier van verduisterend zelfgevoel achter u laten, tot u de eenwording met die innerlijke god bereikt. Dat is het meest verheven avontuur dat de mens kent – de studie van ons innerlijke wezen. Door deze innerlijke weg van zelfkennis te volgen, zult u tenslotte zo groeien in begrip en innerlijke visie dat uw ogen sferen en gebieden van innerlijk licht zullen waarnemen, die de meest ontzagwekkende, want de heiligste en schoonste, mysteriën van het grenzeloze heelal voor u zullen onthullen.

De eerste stap op het pad naar het hart van het heelal is de waarheid te erkennen dat alles van binnenuit komt. Alle geniale ingevingen, alle grootse gedachten die beschavingen deden ontstaan en verdwijnen, alle verheven denkbeelden die de Groten der aarde hun medemensen hebben gebracht – deze komen alle van binnenuit. De strijd, gericht op de eenwording met uw eigen innerlijke god, is meer dan half gewonnen als u deze waarheid erkent.

Het binnenste van het binnenste van u is een god, een levende godheid; en uit deze goddelijke bron stromen in uw menselijk bewustzijn alle dingen die de mens verheffen, alle dingen die liefde en hoge verwachtingen, inspiratie en aspiratie, en het edelste van alles, zelfopoffering, in hem wakker roepen.

In uzelf liggen alle mysteries van het heelal. In uw innerlijke zelf ligt de weg die leidt naar het hart van het heelal. Als u die weg volgt die steeds verder naar binnen leidt, voorbij sluier na sluier van individualiteit, dieper en dieper in uzelf, dan dringt u ook meer en meer door tot de wonderbaarlijke mysteries van de universele natuur. Men spreekt over dit pad als een weg, maar het is het ontsluiten van het hart van de mens – niet het fysieke hart, maar het hart van ons wezen, onze essentie; het ontsluiten en ontwikkelen van onze spirituele, verstandelijke en psychische krachten en vermogens. Dit is de leer van het hart, de geheime leer. De leer van het oog is wat men kan zien en min of meer openbaar is.

Zij die intuïtief weten dat er in hen iets is dat groots en verheven is, iets dat in het hart en het denken groeit als een ontluikende bloem, zijn degenen die tenslotte meer zullen zien.

Er is in de natuur geen bevoorrechting. De mens is een onafscheidelijk deel van het heelal waarin hij leeft, zich beweegt en zijn bestaan heeft. Er is geen enkele scheiding tussen zijn oorsprong en de oorsprong van het heelal. Hetzelfde universele leven stroomt door alle dingen. Dezelfde stroom van bewustzijn die in en door het machtige heelal vloeit, stroomt daarom ook door de mens, een onafscheidelijk deel van dat heelal. Dit betekent dat er een weg is waarop men in innig contact kan komen met het hart van het heelal zelf; en die weg bent u, uw spirituele zelf. Niet het zelf van de gewone fysieke mens, dat maar een armzalige weerspiegeling is van het spirituele licht in u, maar dat innerlijke zelf van zuiver bewustzijn, zuivere liefde voor al wat bestaat, onbezoedeld door aardse smetten.

Hoe moet men leven om op deze weg vorderingen te maken? Een rein hart, zuivere gedachten, een leergierig verstand, streven naar een ongesluierde, spirituele visie: dat zijn de eerste treden van de gouden trap die u omhoogvoert naar de tempel van wijsheid van de natuur. Deze leefwijze heeft niets te maken met dwaas ascetisme, zoals pijniging van het lichaam en al zulke zinloze en zelfvernietigende methoden. Volstrekt niet. Het zijn uw wil en denkvermogen die u moet oefenen; dan oefent u uzelf en wordt u waarlijk mens en bent u op weg naar het menselijk-goddelijke.

Dood of vernietig niet uw persoonlijkheid in die zin dat u haar uitschakelt. U heeft haar zelf in het leven geroepen; ze is uw emotionele en psychische deel, uw lagere mentale en hartstochtelijke deel, het werk van eonen en eonen van evolutie. Verhef de persoonlijkheid. Zuiver haar, oefen haar, vorm haar en breng haar in overeenstemming met uw wil en uw denken, train haar, maak haar tot de tempel van een levende god, zodat ze een geschikt voertuig wordt, een rein en zuiver kanaal waardoor de glorierijke stralen die van de innerlijke god uitgaan naar het menselijk bewustzijn kunnen stromen – deze glorierijke stralen zijn stralen van spiritueel of goddelijk bewustzijn.

Het is niet het neerhalen van het persoonlijke dat de spirituele mens bevrijdt; het is het verheffen van het persoonlijke tot het spirituele, dat door evolutie tot stand wordt gebracht. Dat is hetzelfde wat de natuurlijke evolutie in haar langzame, eeuwenlange proces probeert te bereiken – het lagere te verheffen tot het hogere – niet het te doden, niet het te onderdrukken.

Wees het heiligste en edelste en zuiverste dat u kunt bedenken. Dan kunt u uw lichaam vergeten. Dan kunt u uw persoonlijkheid vergeten, waaraan het lichaam uitdrukking geeft, het lagere mentale en emotionele deel van u.

Hoe meer u zich met uw eigen innerlijke god verbindt, met de bron van het goddelijke dat voortdurend door uw eigen innerlijke wezen stroomt, des te meer zal uw bewustzijn groeien en in kracht en omvang toenemen, zodat enerzijds die innerlijke groei gepaard gaat met een zich uitbreidende visie, en anderzijds met een zich uitbreidend bewustzijn dat die visie kan interpreteren.

Hoe schitterend, heilig, verheven, inspirerend is deze waarheid: dat er in iedereen een onbeschrijflijke bron van kracht is, van wijsheid, van liefde, mededogen, vergiffenis, zuiverheid! Verbind u met deze bron; ze is in u, niemand kan u die ooit ontnemen. De waarde ervan gaat ver uit boven alle schatten van het heelal, want als u die kent, als u die bent, bent u het Al.

Want één schitterende intelligentie doordringt alle dingen; wat in een ster is, is in de bloem aan onze voeten; en het is de instinctieve erkenning van dit verheven feit die de dichter ertoe bracht om over de bloem te spreken als een ster van schoonheid. Dezelfde levenskracht stroomt zowel door haar als door een ster; dezelfde intelligentie geeft haar die prachtige vorm, lijn en kleur en dit is dezelfde intelligentie die de baan van de sterren langs hun kosmische wegen beheerst. Deze innerlijke godheid is de bron, de oorsprong van alles wat de mens groot, nobel en edelmoedig maakt; wat de mens begrip, kennis, mededogen, liefde en vrede geeft.

Spreek in de stilte met uw innerlijke god – die levende tempel en binnenkamer waarin u, als u aandachtig luistert, de fluisteringen van het goddelijke kunt horen, waarvan die kamer geheel is vervuld. Daar bevinden zich waarheid en wijsheid, begrip en onuitsprekelijke vrede. Open de poorten van uw persoonlijke zelf voor de stralen van de innerlijke, goddelijke zon; betreed deze kamer in het hart van uw hart; word één met uw goddelijke zelf, de god in u; wees de god die u in de kern van uw wezen bent!

 


Een verkenning van de theosofie, blz. 69-73

© 2007  Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag