Een verkenning van de theosofie

Online editie

Vertaling van: Exploring Theosophy

Omslag naar het schilderij ‘Prairie Path’ van Patrice Hughes

Uit deze uitgave mag alleen met toestemming van de uitgever iets worden overgenomen.

© 2007  Theosophical University Press Agency,
Den Haag

  Inhoudsopgave  

 

 

Innerlijk en uiterlijk karma

 

Wanneer we zeggen dat alles karma is, het resultaat van oorzaken die eerder in beweging zijn gezet, moeten we ons perspectief van het menselijk karma tot ver in het verleden uitstrekken; in feite miljoenen jaren, tot die zeer vroege periode toen de mens voor het eerst proefde van de vrucht van kennis, en daarna het verschil tussen goed en kwaad leerde kennen. Het is duidelijk dat we vanaf die verre tijd in het verleden ten volle verantwoordelijk moeten worden gesteld niet alleen voor wat we dachten en deden, maar ook voor de invloed die ons denken en handelen door de eeuwen heen op anderen heeft gehad.

We kunnen dan inzien dat elk van de miljarden menselijke zielen die gedurende deze duizenden en duizenden eeuwen op aarde zijn geboren en gestorven, ontelbare gevoelens van aantrekking en afstoting moeten hebben ontwikkeld en talloze oorzaken in beweging hebben gezet – oorzaken die op een bepaald moment ergens en onder de juiste omstandigheden zich onvermijdelijk als gevolgen zullen manifesteren. Maar karma is beslist geen meedogenloze kringloop van oogsten en zaaien, zonder een kans om ooit aan de tredmolen te ontkomen. Helemaal niet. Het leven, alles, beweegt zich spiraalsgewijs, niet in een gesloten cirkel. Dat is de grootste fout die we maken als we voor het eerst kennismaken met de begrippen wedergeboorte en karma.

Als we aannemen dat alles wordt beheerst door universele wetmatigheid, dat de kosmos is gebaseerd op rechtvaardigheid, dan kan niets bij toeval gebeuren; alles moet een uitdrukking zijn van de werking van de wet van evenwicht, van de wet van aantrekking en afstoting, actie en reactie. De logische consequentie hiervan is dat ieder van ons die nu op aarde is vele honderden levensepisoden moet hebben doorgemaakt sinds dat zeer vroege punt in de geschiedenis van de mens waarop we voor het eerst het verschil tussen goed en kwaad bewust inzagen. Er moet ongetwijfeld een keten van reacties bestaan, anders zouden we in een dwaas en zinloos heelal leven; en is er voor de blijvende ziel in ons een betere manier om te groeien en te evolueren, en voordeel te ondervinden dan door de gevolgen van haar vroegere daden te ondergaan?

Als we dit ruime beeld voor ogen houden is het niet moeilijk ons bewust te worden van de grote kracht die de beschaving langs het evolutiepad voortstuwt naar haar bestemming. Er zullen ongetwijfeld tijden zijn van afschuwelijk lijden, omdat we ergens door verkeerd denken en verkeerd handelen het evenwicht hebben verstoord. We kunnen ons nauwelijks voorstellen hoe omvangrijk het karma is dat iedere ziel, om niet te spreken over landen en volkeren, in een lang verleden heeft voortgebracht – een voorraad karma die eens moet uitwerken.

Er zijn veel meer soorten karma dan alleen het fysieke dat maakt dat vuur brandt en dat we nat worden als we in de regen lopen. Als karma een universele wet is, moet het universeel werken – dat wil zeggen op de goddelijke, spirituele, mentale, emotionele en fysieke gebieden. Dat betekent dat we een goddelijk karma, een spiritueel karma, een mentaal en een emotioneel karma hebben en ook een fysiek karma. Zoals we vaak spreken over het hogere zelf van de mens en over zijn gewone persoonlijkheid, evenzo kunnen we zeggen dat er een innerlijk karma bestaat dat bij zijn hogere zelf hoort, zijn beschermengel, dat zijn oorsprong heeft in de innerlijke god, en een uiterlijk karma dat tot de dagelijkse persoonlijkheid behoort.

Nu en dan lijkt het of iets in ons moeilijkheden op ons pad brengt. In zekere zin is dat precies wat er gebeurt: het innerlijke karma, het karma dat aan ons hogere zelf ontspringt, doet zich op bepaalde momenten voelen, en dan hebben we bijna het gevoel dat we in een bepaalde richting worden gevoerd, misschien zelfs langs een moeilijke en omslachtige weg; maar het karma dat tot onze persoonlijkheid behoort, lijkt ons in de tegenovergestelde richting te trekken. Zo ontstaat er een conflict tussen het gevoel diep vanbinnen dat een bepaalde weg moet worden gevolgd, en de tegengestelde impulsen van de uiterlijke natuur. Hoe kunnen we aan dit conflict een einde maken, zodat het innerlijke en uiterlijke karma in harmonie kunnen samenwerken?

We moeten onze blik hoger richten, daar waar hij thuishoort, weg van het lagere. Als we dat doen, zullen we beseffen dat onze Vader of beschermengel onafgebroken zijn impulsen naar ons menselijk zelf zendt en als we zo willen leven dat het hogere in al onze gedachten en daden overheerst, zullen overmatige spanningen uitblijven. Maar als we onder deze inspirerende invloeden intuïtief weten dat een bepaald pad het juiste is, en we voor een groot deel in ons dagelijks bewustzijn zijn geconcentreerd, kan dat ons ernstig in verwarring brengen. Er ontstaat dan een wezenlijk conflict tussen het innerlijke en uiterlijke karma, een conflict dat niet vermindert tot we definitief besluiten de leiding van onze beschermengel te volgen, die als doel heeft om licht tevoorschijn te brengen uit de duisternis en ons te laten evolueren van het kleinere naar het grotere.

In het begin denken velen dat karma goed of slecht is. Het is geen van beide – het is slechts onze reactie op de omstandigheden van het leven die plezierige of onplezierige ervaringen met zich meebrengt. In feite houdt elk karma een kans in. Het is duidelijk dat als we vele, vele levens hebben gehad, het voor een mens onmogelijk zou zijn in één incarnatie de volle last van zijn hele verleden te dragen. De natuur is in alle opzichten rechtvaardig en geeft kracht naar kruis – een wet die universeel en meedogend werkt.

Het innerlijke karma, dat voortkomt uit de innerlijke godheid en door ons hogere zelf werkt, doordringt in stilte de hele constitutie van zijn invloed. Wanneer het menselijk zelf de aanraking van deze goddelijke impulsen voelt, zou het er goed aan doen hier aandacht aan te besteden en het uiterlijke karma zoveel mogelijk af te stemmen op het innerlijke karma. Wanneer we proberen onze persoonlijkheid af te sluiten voor de straling van boven, ontstaan er spanningen en conflicten.

Het leven is niet altijd een eenvoudige rechte lijn van plichtsbetrachting – soms worden we bij het nemen van beslissingen geconfronteerd met wezenlijke problemen, maar als we terzijde kunnen staan en ze in een ruimer perspectief kunnen zien, kunnen we er zeker van zijn dat ons hogere zelf ons nooit in de steek zal laten als de nood aan de man komt. We zouden dankbaar moeten zijn voor de goede impulsen die ons in nieuwe omstandigheden brengen. Wanneer het lijkt alsof er een conflict is tussen het innerlijke karma en het uiterlijke, kunnen we dit als een teken van vooruitgang zien, een teken dat het persoonlijke zelf de dingen vanuit een hoger standpunt moet bekijken. Daarom hebben we de nadruk gelegd op de praktische betekenis van de poging om het dagelijkse draaiboek van ons leven te lezen, omdat ons hogere zelf in samenhang met de natuurlijke gebeurtenissen van het dagelijks leven ons naar die ervaringen probeert te leiden waardoor de ziel in kracht en begrip kan groeien.

Het is onze verantwoordelijkheid in te zien dat alle karma een kans betekent. Dit wordt nog eens herhaald, omdat het de belangrijkste sleutel is om het leven zonder wanhoop tegemoet te treden, wat de omstandigheden of situaties ook zijn. De zogenaamd plezierige situaties kunnen zelfs een grotere uitdaging vormen dan de moeilijke: om er verstandig mee om te gaan, ze niet slechts te zien als een beloning voor het goede in het verleden, maar eerder als een middel om onze zegeningen met anderen te delen. Het gaat hier natuurlijk over spirituele waarden.

Onplezierige omstandigheden bieden op zich al grote mogelijkheden, omdat vaak de moeilijkste ervaringen, die eerst de bitterste gifdrank leken, tenslotte het ‘levenswater’ blijken te zijn. Dat komt omdat onze beschermengel, die ziet dat we ontvankelijker worden voor zijn aanwijzingen, ons sterker begint te beïnvloeden en ons in perioden van beproeving ‘dringt’. We hebben allen ervaren dat wanneer we aan ontberingen en tegenslag dapper het hoofd bieden, ze ons niet langer overweldigen, omdat onze moedige houding het mogelijk maakt dat het innerlijke en uiterlijke karma in harmonie samenwerken. Eenvoudig gezegd, we moeten leren alle omstandigheden die voortvloeien uit ons karma – uit onszelf – op verstandige wijze tegemoet te treden en aan te pakken, zonder aan onszelf te denken.

Alles is karma, innerlijk en uiterlijk, hoog en laag, spiritueel en fysiek; en de meester van het innerlijke karma is de god die in het hart van ons wezen woont. De meester van het uiterlijke karma is uw en mijn menselijke persoonlijkheid. Alles is bewustzijn, en de taak die wij hebben om het lagere te verheffen door het hogere, bestaat uit het zelfbewust omzetten van het onedele metaal van ons gewone bewustzijn in het goud van de innerlijke god.

De draden van karma zijn fijn gesponnen, en er gaat er niet één verloren in het grotere patroon van onze evolutie. Daarom kan er uiteindelijk niets dan rechtvaardigheid bestaan, wat niets anders wil zeggen dan herstel van evenwicht van actie en reactie, oorzaak en gevolg, zaaien en oogsten. Waarom zouden alle grote religies en filosofieën de nadruk hebben gelegd op deze ene leer: het in evenwicht brengen van de weegschaal van het lot? Gebruikten de oude Grieken de weegschaal niet als het symbool van universele rechtvaardigheid, orde en evenwicht – een symbool dat wij in het westen trouw hebben bewaard? Legden ook de Egyptenaren niet de nadruk op deze waarheid in hun dramatische voorstelling van het oordeel, zoals dit in hun papyrusrollen en tempels werd afgebeeld; het ‘wegen van het hart tegen de veer van de waarheid’?

Alles in de natuur streeft naar harmonie, naar het teweegbrengen van groei van het lagere naar het hogere. Waarom zou de mens dan een uitzondering zijn? Als rechtvaardigheid eigen is aan de fysieke gebieden, waarom dan niet aan de morele en spirituele ervaringsgebieden?

 


Een verkenning van de theosofie, blz. 49-53

© 2007  Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag


Zoals we ons leven vormen, zo wordt het goed, slecht, harmonisch, verwrongen, mooi of bedenkelijk. We maken het zo. Er is hierbij geen sprake van fatalisme. De hele natuur om ons heen helpt ons niet alleen, maar legt ons tegelijkertijd vreemd genoeg ook in zekere mate beperkingen op, zodat we de gelegenheid krijgen door tegenstand onze kracht te oefenen en dat is de enige manier om een paar goede biceps te ontwikkelen!