Occulte woordentolk
Een handboek van oosterse en theosofische termen
G. de Purucker

bestel boek

tweede herziene druk 2011

© 2011  Theosophical University Press Agency, Den Haag

 

      Inhoudsopgave     
   

 

– J –

Jagrat (Sanskriet)
De bewustzijnstoestand als we wakker zijn, in tegenstelling tot svapna, de bewustzijnstoestand tijdens de droom-slaap, en die ook verschilt van sushupti, waarin het menselijk bewustzijn in diepe zelfvergetelheid is verzonken. De hoogste van alle toestanden waarin het bewustzijn zich kan brengen of kan worden gebracht is de turiya (‘vierde’), de hoogste toestand van samadhi, en dit is bijna een nirvanische toestand.

Al deze bewustzijnstoestanden zijn stadia of fasen van het gestel van de mens, en van wezens met eenzelfde structuur als de mens. De waaktoestand, of jagrat, is de normale bewustzijnstoestand voor de belichaamde mens wanneer hij niet slaapt. Svapna is de toestand waarin het bewustzijn min of meer is bevrijd van het omhulsel van het lichaam en gedeeltelijk is ontwaakt in de astrale gebieden, de hogere of de lagere, afhankelijk van de omstandigheden. Sushupti is de toestand van zelfvergetelheid waarin de mens verzinkt wanneer het waarnemende bewustzijn in de zuiver manasische toestand komt, die voor het relatief machteloze hersenverstand zelfvergetelheid is. De turiya-toestand, die er praktisch op neerkomt dat het gewone menselijke bewustzijn ophoudt te bestaan, betekent eenwording met atma-buddhi, die door het hogere manas heen werkt of dit overschaduwt. In feite is er dus sprake van eenwording met de monadische essentie.

Jiva (Sanskriet)
In essentie betekent dit woord een levend wezen per se, los van de eigenschappen of kwaliteiten die zo’n levend wezen kan bezitten. Het is daarom precies het equivalent van de theosofische term monade. In zekere zin zou jiva daarom ook voor een levensatoom kunnen worden gebruikt, mits de nadruk wordt gelegd op het woord leven, of beter levensentiteit – niet een ‘atoom leven’ maar een wezen waarvan de essentie zuivere levende individualiteit is. Een jiva is een monade in zijn goddelijk-spirituele essentie, en een levensatoom in zijn pranisch-astraal-fysieke wezen, en tussen deze twee uitersten bevinden zich de talrijke gebieden of omhulsels waarop en waarin het geïndividualiseerde bewustzijn werkt.

Jivanmukta (Sanskriet)
Een mystiek en filosofisch woord dat ‘een bevrijde jiva’ betekent, een mens, of een entiteit die in evolutionaire ontwikkeling gelijkstaat met een mens, die zich als een geïndividualiseerde monade heeft bevrijd of losgemaakt uit de boeien en bekoringen van de stoffelijke gebieden.

Een jivanmukta is niet noodzakelijkerwijs een wezen zonder lichaam; de term wordt trouwens heel vaak gebruikt als aanduiding voor de meest verheven klasse van ingewijden of adepten, die door evolutie de bindende aantrekkingskrachten of het magnetisme van de stoffelijke gebieden hebben overwonnen. De term wordt vaak gebruikt voor een mahatma, belichaamd of onbelichaamd, en soms ook als omschrijving voor een nirvani – iemand die tijdens zijn leven nirvana heeft bereikt. Als de nirvani ‘geen lichaam’ had, zou de mystieke en technische betekenis van een jivanmukta nauwelijks van toepassing zijn. Kortom, een jivanmukta kan dus een mens worden genoemd die zelfs tijdens zijn leven op aarde volkomen bewust en met volledige beschikking over zijn vermogens in de hoogste delen van zijn samenstelling leeft.

Jivatman (Sanskriet)
Een veelzeggende term die vrijwel hetzelfde betekent als jiva, maar waarbij de nadruk ligt op het laatste deel ervan, atman, ‘zelf’. Jivatman is misschien zelfs een betere term voor monade dan jiva, omdat jivatman een duidelijk beeld geeft van de monade waarin het individuele zelf alle andere monadische kenmerken overheerst. Men kan de term misschien omschrijven als ‘het essentiële zelf of de individualiteit van de monade’.

De term jivatman wordt soms ook gebruikt voor het universele leven; maar deze definitie, hoewel in zekere zin juist, is tamelijk verwarrend omdat ze impliceert dat jivatman overeenkomst vertoont met paramatman, zo niet identiek daarmee is. Paramatman (zie aldaar) is het brahman of de universele geest van bijvoorbeeld een zonnestelsel; daarom is paramatman het convergentiepunt van een kosmisch bewustzijn waarin alle menigten jivatmans samenkomen in hun hiërarchische top. De jivatmans van een hiërarchie zijn als de stralen van paramatman, hun goddelijk-spirituele zon. Jivatman is daarom, in het geval van de mens, of in feite van iedere andere evoluerende entiteit, de spirituele monade, of misschien beter gezegd het spirituele ego van die monade.

 


Occulte woordentolk, blz. 84-6

© 2011  Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag