Occulte woordentolk
Een handboek van oosterse en theosofische termen
G. de Purucker

bestel boek

tweede herziene druk 2011

© 2011  Theosophical University Press Agency, Den Haag

 

      Inhoudsopgave     
   

 

– C–

Chakra (cakra, Sanskriet)
Een woord waarvan de algemene betekenis ‘wiel’ is. Van deze oorspronkelijke eenvoudige betekenis werden voor occulte en esoterische doeleinden een groot aantal secundaire, heel interessante en in sommige gevallen hoogst mystieke en diepzinnige betekenissen afgeleid. Chakra betekent ook een cyclus, een bepaalde periode waarin het wiel van de tijd eenmaal ronddraait. Het betekent tevens horizon, omdat deze de vorm van een cirkel of wiel heeft. Eveneens worden er bepaalde centra of pranische bolvormige plaatsen in het lichaam mee aangeduid, waarvan men aanneemt dat daar stromen pranische energie van verschillende aard, of pranische energieën van velerlei soort samenkomen. Deze fysiologische chakra’s, die in feite verbonden zijn met de pranische circulaties en knooppunten van het aurische ei, en daarom in het fysieke lichaam door middel van het lingasarira of astrale modellichaam werken, bevinden zich in verschillende delen van het fysieke lichaam, en strekken zich uit van het gedeelte rond de kruin tot de streek van het schaambeen. Met het oog op de hoogste belangen van de mensheid zou het heel ongepast zijn de occulte of esoterische leringen te geven over de exacte plaatsen en functies van de fysiologische chakra’s in het menselijk lichaam en over de middelen om deze te beheersen; want men kan er zeker van zijn dat, indien deze mystieke kennis op ruime schaal werd verspreid, er ernstig misbruik van zou worden gemaakt, wat in veel gevallen niet alleen tot de dood of krankzinnigheid zou leiden, maar ook elk moreel instinct geweld zou aandoen. Alleen hoge ingewijden, die in feite zijn uitgestegen boven de noodzaak om gebruik te maken van de fysiologische chakra’s, kunnen deze naar wens en voor verheven doeleinden gebruiken — iets wat ze zelden of nooit doen.

Chaos (Grieks)
Een woord waarvan men gewoonlijk denkt dat het een soort ongeordende schatkamer van oorspronkelijke beginselen en zaden van wezens betekent. In een bepaalde diepe betekenis is dit inderdaad het geval, maar er is heel beslist en nadrukkelijk geen sprake van ongeordendheid. Chaos is eigenlijk de kosmische opslagplaats van alle latente of rustende zaden van wezens en dingen uit vroegere manvantara’s. En natuurlijk is dat zo, eenvoudig omdat deze alles omvat. Chaos betekent ruimte, niet de hoogste mystieke of werkelijke ruimte, niet de parabrahma-mulaprakriti, het grenzeloze — dat niet. Maar de ruimte van een bepaalde hiërarchie die zich gaat manifesteren; dat wat voor haar in die bepaalde periode aan het begin van haar ontwikkeling ruimte is. De leidende beginselen in de chaos zijn de goden wanneer deze uit hun pralayische slaap ontwaken. In zekere zin kan men chaos volkomen terecht de toestand noemen van de ruimte van een zonnestelsel of zelfs van een planeetketen tijdens hun pralaya (zie aldaar). Als de planetaire activiteit begint, verdwijnt daarmee de chaos.

Chela (cela)
Een oude Indiase term. In archaïsche tijden vaak gespeld en uitgesproken als cheta of cheda. De betekenis ervan is ‘dienaar’, een persoonlijke leerling die zich heeft verbonden een leraar te dienen van wie hij onderricht ontvangt. Vrijwel dezelfde gedachte treft men aan in het Angelsaksische woord leorning-cneht, dat ‘leerknecht’ betekent, een naam die in Angelsaksische vertalingen van het christelijke Nieuwe Testament werd gegeven aan de discipelen van Jezus, zijn ‘chela’s’. Het is dus een woord dat in oude mystieke geschriften wordt gebruikt voor een discipel, een leerling, voor iemand die leert of luistert. De verhouding tussen leraar en discipel is zelfs oneindig veel heiliger dan die tussen ouder en kind; want terwijl de ouders het lichaam verschaffen aan de intredende ziel, brengt de leraar die ziel zelf tevoorschijn en onderwijst haar om te zijn en dus te zien, onderwijst haar te kennen en te worden wat ze in het diepst van haar wezen is — namelijk goddelijk.

Het leven van de chela of het chela-pad is schitterend en tot het einde toe vol vreugde, maar het vereist ook dat alles wat edel en verheven is in de leerling of discipel in hem wordt opgeroepen; want om die hoogten van verstandelijke en spirituele grootsheid waarop de meesters zelf zich bevinden, te bereiken en te handhaven, moet hij de krachten en vermogens van het hogere zelf activeren. Meesterschap is dan ook het doel van discipelschap; niet dat we ons dat ideaal alleen voor ogen moeten stellen als een doel dat we willen bereiken omdat het onszelf voordeel oplevert, want alleen al die gedachte is egoïstisch en vormt daarom een struikelblok op het pad. Natuurlijk komt het het individu ten goede, maar de werkelijke bedoeling is dat alles, elk vermogen in de ziel, tot uitdrukking zal worden gebracht ten dienste van de hele mensheid, want dit is de koninklijke weg, de grote koninklijke hoofdweg van zelfoverwinning. De meer mystieke betekenissen die aan de term chela worden gehecht, kunnen alleen aan diegenen worden verklaard die zich door een gelofte onherroepelijk tot het esoterische leven hebben verbonden.

Chhaya (chaya, Sanskriet)
Dit betekent letterlijk een schim, simulacrum of kopie. In de esoterische filosofie duidt het woord op het astrale evenbeeld van een persoon, en aan deze gedachte zijn enkele van de meest ingewikkelde en diepzinnige leringen over de menselijke evolutie verbonden. De geheime leer van H.P. Blavatsky bevat veel onschatbare aanwijzingen over de rol die de chhaya’s van de pitri’s bij de ontwikkeling van de mens spelen.

Het is ook een woord dat met een soortgelijke betekenis voor kosmische zaken wordt gebruikt, want de student van de esoterie mag nooit het oude hermetische axioma vergeten: ‘Zoals het boven is, zo is het beneden; zoals het beneden is, zo is het boven.’

Kortom, men zou de chhaya dus, voor zover het de menselijke evolutie betreft, het astrale lichaam (zie aldaar) of evenbeeld kunnen noemen.

Chit (zie sat)

Christos (Grieks)
Het woord christos of christus betekent letterlijk iemand die is ‘gezalfd’. Dit is een rechtstreekse verwijzing naar en een directe zinspeling op wat tijdens de viering van de oude mysteriën plaatsvond. In de landen rond de Middellandse Zee was de zalving een van de handelingen die tijdens de rituelen van deze oude mysteriën werden verricht. Het Hebreeuwse woord voor een gezalfde is mashiahh — ‘messias’ is de gebruikelijke foutieve spelling van dit Hebreeuwse woord — en betekent precies hetzelfde als het Griekse woord christos.

Ieder mens is een incarnatie, een belichaming, van een straal van zijn eigen innerlijke god — de godheid die in het diepste binnenste van ieder mens leeft. Hedendaagse christenen met een mystieke inslag noemen dit de immanente christus of christos, en daarin hebben ze gelijk, maar ze voeren deze gedachte niet ver genoeg door. Mystiek gesproken is de christos de onsterfelijke individualiteit; en wanneer het omhoogstrevende persoonlijke ego blijvend wordt verenigd met deze reine individualiteit, dan is de eenheid die daaruit ontstaat het hogere ego, ‘de levende christus’ — een christus onder de mensen of, zoals de boeddhisten zouden zeggen, een menselijke of manushya-boeddha.

Circulaties in de kosmos
Ook circulaties in het heelal genoemd. Dit is een uitdrukking die in de oude wijsheid of esoterische filosofie wordt gebruikt voor het verbazingwekkend ingewikkelde netwerk dat bestaat uit kanalen, paden of wegen die door de rondtrekkende entiteiten op hun tocht van sfeer naar sfeer, van rijk naar rijk, of van gebied naar gebied worden gevolgd. Hoe ver of hoe weinig deze pelgrimmonaden in hun evolutie ook zijn gevorderd, ze moeten deze circulaties onvermijdelijk volgen. Ze kunnen niet anders, want het zijn eenvoudig de spirituele, psychomagnetische, astrale en fysieke wegen waarlangs de krachten van het heelal stromen; en dus moeten alle entiteiten, omdat ze in feite belichamingen van krachten zijn, noodzakelijkerwijs dezelfde routes of paden volgen die de abstracte krachten zelf gebruiken.

Deze circulaties in de kosmos vormen een netwerk tussen planeet en planeet, tussen planeet en zon, tussen zon en zon, tussen zon en heelal en tussen heelal en heelal. Bovendien zijn de circulaties in de kosmos niet beperkt tot de fysieke of astrale sferen, maar maken deel uit van het weefsel en de structuur van de gehele universele kosmos, zowel innerlijk als uiterlijk. Het is een van de meest mystieke en tot nadenken stemmende leringen van de theosofie.

Cyclussen of wet van de cyclussen
De wet van de cyclussen, of de zich herhalende werkingen van de natuur, vormt een bijzonder interessante tak van theosofische studie. Ze betreft een feit dat zo duidelijk in de ons omringende wereld aan de dag treedt dat het bestaan ervan nauwelijks kan worden ontkend, behalve door hen die opzettelijk blind zijn.

We zien dat de natuur zich overal herhaalt, hoewel zo’n herhaling natuurlijk niet betekent dat bij elke terugkerende cyclische activiteit alleen maar dezelfde oude sporen worden gevolgd, want elke herhaling is natuurlijk de uitdrukking van een min of meer ingrijpende wijziging van wat eraan is voorafgegaan. De dag volgt op de nacht, de winter komt na de zomer, de planeten draaien om de zonnen in regelmatige en periodieke banen; dit zijn vertrouwde voorbeelden van cyclische activiteit.

De cyclussen in de natuur geven de regelmatig terugkerende perioden aan waarin een evoluerende entiteit de energieën en vermogens waaruit ze bestaat tot uitdrukking brengt, zodat cyclussen en evolutie als twee kanten van één munt zijn: de ene kant toont de perioden of cyclussen, de andere geeft uitdrukking aan de energetische of substantiële kwaliteiten die zich in overeenstemming met deze cyclische perioden manifesteren; maar aan dit schijnbaar dubbele, maar in feite enkelvoudige, proces liggen altijd diepgaande karmische oorzaken ten grondslag.

 


Occulte woordentolk, blz. 35-41

© 2011  Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag