Theosofische inzichten
Artikelen van W.Q. Judge

isbn 9789491433016, gebonden, eerste druk 2012, bestel boek

© 2012  Theosophical University Press Agency, Den Haag

 

      Inhoudsopgave     

 

De zevenvoudige indeling
Waarom zou men de benamingen niet veranderen?

[The Path, april 1890, blz. 14-15]

Sinnetts boek Esoteric Buddhism heeft een belangrijke bijdrage geleverd om de oosterse filosofie over de mens en zijn samenstelling aan het Westen te presenteren, maar het heeft ook ertoe geleid dat men een woord bleef gebruiken dat misleidend en onjuist is. In dat boek zegt hij op blz. 61: ‘Zeven verschillende beginselen worden door de esoterische wetenschap onderscheiden die deel uitmaken van de samenstelling van de mens’, en geeft dan de volgende indeling: het lichaam, de levenskracht, het astrale lichaam, de dierlijke ziel, de menselijke ziel, de spirituele ziel, en als zevende, geest of atman. Als geest, zoals de hele filosofie verklaart, in alles is en alles doordringt, dan is het onjuist om het één van de reeks te noemen. Dit leidde al snel tot de beschuldiging dat we in zeven verschillende geesten in de mens geloofden. Het leidt altijd tot misvattingen, en vormt waarschijnlijk rechtstreeks een belemmering om ten volle te begrijpen dat de atman alle andere omvat, en de grondslag van alle andere is. In India veroorzaakte het een langdurige en soms verhitte discussie tussen de aanhangers van de starre zevenvoudige indeling van Esoteric Buddhism en verschillende geleerde en minder geleerde hindoes die een vier- of vijfvoudige indeling verdedigden. Tijdens die discussie erkende de belangrijkste hindoe-debattant, die vasthield aan een ander stelsel, het bestaan van ‘een werkelijke esoterische zevenvoudige indeling’, die natuurlijk niet aan het grote publiek kan worden gegeven. Sinnett maakte duidelijk ook een fout toen hij zei dat eerstgenoemde indeling de esoterische is.

Het lijkt erop dat veel van deze misvattingen en verschillen zouden kunnen worden voorkomen als een woord werd gekozen, en altijd werd gebruikt, dat het denkbeeld dat tot uitdrukking moet worden gebracht duidelijk weergeeft. Als een belangrijke uitspraak van de theosofie is dat al deze zogeheten lichamen en verschijningsvormen dienen om de ene – de atman – in staat te stellen de natuur volledig te begrijpen en ‘het doel van de ziel’ tot stand te brengen, waarom zou men dan niet al deze, waarvan atman voor dat doel gebruikmaakt, aanduiden als voertuigen? Deze term is strikt in overeenstemming met alle onderdelen van de filosofie. Het is in feite hetzelfde als upa¬dhi, of basis, grondslag, drager. Door deze term te gebruiken maken we geen fout wanneer we zeggen dat de theosofie verklaart dat er atman is, die werkt met en door middel van zes voertuigen. Strikt genomen is het lichaam een voertuig voor het astrale lichaam, en dit een voertuig voor het volgende, en zo verder tot aan atman, die daarom alle, en in alle, blijkt te zijn, zoals in de Bhagavad Gita duidelijk wordt verklaard.

Deze verandering, of een andere om het woord ‘beginselen’ te vervangen, moet door alle theosofen worden aangebracht, want elke dag worden er door nieuwe belangstellenden meer vragen gesteld, en de theosofen zelf moeten hun woorden zorgvuldig kiezen als ze zulke onderwerpen behandelen. Of, als meer duidelijkheid wordt verlangd, laten we zeggen dat er één beginsel is dat werkt door middel van zes voertuigen. Het schema ziet er dan als volgt uit:

Atman (geest), één beginsel, ondeelbaar.

De voertuigen ervan zijn:

buddhi
spirituele ziel
manas
menselijke ziel
kamarupa
dierlijke ziel
lingasarira
astrale lichaam
prana of jiva
levenskracht
rupa het lichaam

Woorden hebben macht, en als we blijven spreken over zeven beginselen, terwijl er in feite maar één is, zijn we voortdurend onze opvatting van de theosofische waarheid aan het vertroebelen.

Eusebio Urban

 


Theosofische inzichten, blz. 113-15

© 2012  Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag