Waar je tegen strijdt, blijft bestaan*
Rita Houthuijzen

*Lezing, Blaricum, 19 juni 2014.


Zolang er leven is in de materie, is er strijd geweest. Op de een of andere manier raakt de mens steeds weer in conflict met zijn medemens. Gaat het niet over een stuk grond, dan gaat het wel over een verschil van mening over diverse onderwerpen, en vaak spelen de vele geloven hierin een grote rol.

Wat bezielt de mens om elkaar telkens weer in de haren te vliegen? Dit ligt allemaal heel gecompliceerd, want de mens zit psychisch zeer ingewikkeld in elkaar; voeg daarbij nog het feit dat een mens reageert en handelt naar datgene waartoe zijn waarneming in staat is, en een conflict is geboren.

Als tien mensen een ongeluk zien, zullen ze alle tien net even een ander verhaal vertellen. Dit komt doordat deze personen stuk voor stuk een andere achtergrond hebben en een verschillend karakter. Daardoor kleuren ze de belevenis anders in en nemen ze zo’n gebeurtenis dan ook waar zoals ze dat kunnen waarnemen. Het is een interpretatie van de situatie die door het niveau van het bewustzijn vertaald gaat worden, en daarin ligt dus het verschil, want deze bewustzijnen lopen uiteen. De hersenen zetten de beelden om in begrijpbare beelden, en het resultaat is een gevormde mening over dat wat waargenomen werd. De hersenen zijn echter slechts een intermediair voor het bewustzijn. Ze zijn een doorgeefluik, een ontvanger en een uitzender, zodat de mens kan functioneren in zijn stoffelijk bestaan. Zonder deze hersenen zou de mens niet in staat zijn het bewustzijn en daarmee zijn innerlijk wezen te laten functioneren, en zijn omgeving te tonen dat hij hier aanwezig is. Als de hersenen tijdelijk uitgeschakeld zijn, door bijvoorbeeld een diepe coma, is de mens volledig hulpeloos en als het ware geestelijk verlamd. Toch blijft het bewustzijn verbonden met het lichaam zolang het fysieke lichaam nog in leven is of in leven wordt gehouden.

Maar hoe zijn wij in zo’n beperkt denkvermogen verstrikt geraakt? Waarom zitten we er zo stokvast in en zijn we niet in staat flexibeler te zijn in dat wat we ervaren en daarna beoordelen?

Bewust of onbewust hebben we ons in de loop der jaren een heel scala van overtuigingen en gewoonten aangeleerd. Van jongs af aan wordt ons verteld hoe we in iedere situatie moeten handelen en hoe we over van alles en nog wat moeten denken. De manier van denken en beoordelen wordt gevormd door de omstandigheden van ons leven, zoals het land waar we opgroeien en de hele cultuur die ons omringt. Daarnaast speelt de afkomst een grote rol en het karakter van de ouders en de mensen die ons opvoeden.

Ons leven bestaat bijna geheel uit onbewuste, maar ook bewuste standpunten en gewoonten, waardoor ons hele doen en laten wordt beheerst, van de kleding die we dragen, de serieuzere keuzes die we moeten maken, tot de omgang met anderen.

Je zou kunnen stellen dat dit ons maakt tot willoze wezens die met de grote massa meedeinen. Het maakt ons tot onbewuste, mechanische, geprogrammeerde zielen, die geen eigen keuzes meer kunnen maken; tenminste, die indruk zou je ervan kunnen krijgen. Maar is dit wel zo?

Zelfstandig kiezen voor een andere levenshouding zou de uitdaging kunnen gaan worden die de kijk van een mens op de wereld geheel kan veranderen, als we er niet voor terugdeinzen om vreemd te worden aangekeken en we het niet erg vinden om anders te gaan denken dan de mensen om ons heen.

Er zijn landen waar zo’n verandering levensgevaarlijk is, en toch zijn er mensen die dit daar ook doen en inzien dat de in die landen heersende ‘normale gang van zaken’ helemaal niet zo normaal is!

Ik kan me nog herinneren dat ik een jong meisje was van een jaar of 15, 16. Al mijn vriendinnen gingen roken en natuurlijk vroegen ze mij of ik dat ook wilde en uiteraard, piepjong als ik was, probeerde ik zo’n sigaret. De vieze nasmaak beviel me echter helemaal niet, evenmin kon ik het gebrek aan frisse lucht waarderen. Hetzelfde ging zo met het drinken van alcohol. Een glaasje wijn, oké, maar dat was het dan. Men noemde mij ongezellig, want ik voldeed niet aan het beeld dat ze hadden van gezelligheid.

Het beeld dat een ander mogelijkerwijs van je heeft is heel moeilijk te veranderen. Het is ook de vraag of je je in allerlei bochten moet wringen om dit beeld kost wat het kost voor die ander bij te stellen. Bij de jeugd is dit een heel sterk aanwezig gegeven. Als je niet meedoet, lig je uit de groep. Denk niet dat dit alleen bij de jeugd voorkomt, want ook volwassenen hebben zo hun kijk op wat normaal of abnormaal is en beoordelen die zaken die in hun ogen verkeerd of juist heel goed zijn.

Ikzelf ben echter nooit een type geweest dat hetzelfde wilde zijn als anderen, zelfs niet in mijn jeugd; dat gaf strijd en dat was niet altijd even prettig. Echter, nooit zou ik een onderwerp als dit kunnen bespreken zonder door de ervaring van strijd te zijn gegaan. Strijd in het leven op alle fronten. Nooit zou ik beter kunnen hebben leren hoe om te gaan met confrontatie, zonder er eerst mee te maken te hebben gehad.

En ik kan u vertellen dat het midden in de een of andere strijd vaak zwaar kon zijn, maar misschien is dit voor een aantal van u een herkenbaar gegeven.

Ik ben er niet slechter van geworden; ik heb er veel van geleerd. Ik heb leren doorzien waar mijn eigen beweegredenen lagen en wat er in mijn eigen houding moest veranderen. Door schade en schande wordt men wijs, nietwaar?

Maar ook heb ik geleerd dat ons oordeel te snel wordt geveld, en dat we allemaal door ons kleine beperkte venstertje kijken. Het gegeven dat elk mens oordeelt zoals hij is – met andere woorden, ‘Wat je ziet is wat je bent’ of ‘Zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten’ – bepaalt eigenlijk de hele wereld, want met elkaar scheppen we voortdurend de sfeer om ons heen en op de hele aarde.

Bij alles wat we in het leven meemaken voelen we emotie. Bij strijd in het bijzonder is emotie een sterke energie, die we vaak moeilijk kunnen beheersen.

Denk aan het beroemde verhaal uit de Indiase Bhagavad Gita, waarin Krishna vertelt aan Arjuna over het mennen van de paarden. Men dient te allen tijde de paarden als wagenmenner te beteugelen en de teugels stevig in de hand te houden. De paarden staan hierbij symbool voor onze emoties. Als men de teugels laat vieren, rennen de paarden, de emoties, alle kanten uit. Emotie is energie in beweging, en wanneer je energie verplaatst, creëer je een effect. Indien je voldoende energie verplaatst, schep je materie. Materie is samengebalde energie, heen en weer verplaatst, bij elkaar geduwd. Als je energie lang genoeg op een bepaalde wijze manipuleert, ontstaat materie. Elke wijze begrijpt deze wet. Het is de alchemie van het universum.

Gedachten zijn energie in een meer verfijnde vorm. Elke gedachte die je hebt, die je ooit hebt gehad of zult hebben, is creatief. De energie van je gedachten sterft nooit. Ze verlaat jouw wezen en trekt het universum in, een gedachte bestaat voor eeuwig. Alle gedachten komen samen, ze ontmoeten andere gedachten, kriskras in een ongelooflijk doolhof van energie, met een enorme complexiteit. Deze gedachten blijven voor altijd bestaan in het akasa en ze zullen hun effect hebben op het hele leven op aarde.

Daarom zijn de gedachten, meningen en oordelen die we over anderen hebben van groot belang in het ontstaan van conflicten met anderen. Misverstanden ontstaan vaak door het niet goed naar elkaar luisteren en snel onze eigen gedachten tot woorden willen maken. Deze gedachten hebben we meestal al, terwijl de ander nog aan het vertellen is. Actief luisteren is het tegenovergestelde en zal eerder leiden tot harmonie in het gesprek en tot de juiste bedachtzame reactie.

Als we na een woordenwisseling met iemand of na een moeilijke situatie heftige emotie voelen, zijn we geneigd een beeld van ons eigen gelijk te gaan vormen over wat er is gebeurd. De andere persoon daarentegen reageert en denkt vanuit zijn of haar eigen belevenis van het gehele gebeuren. Daarom lijkt het haast onmogelijk om tot een oplossend gesprek te komen, en de gedachten over de situatie blijven zich maar in het hoofd herhalen. We bedenken van tevoren hoe het gesprek met de betrokken persoon of personen zou kunnen gaan lopen, en zelfs bedenken we hoe we ons zullen gedragen als we die persoon tegenkomen.

Als een situatie ernstig is, kan dit soms jaren zo doorgaan. Mensen kunnen hierdoor zó opgaan in hun eigen interpretatie van het conflict dat ze zelfs de eventuele antwoorden van de ander denken te weten, en als gevolg daarvan wordt men nog bozer of verdrietiger, terwijl een gesprek een totaal andere wending zou kunnen nemen dan van tevoren werd uitgedacht en verwacht.

Dit kost zoveel energie dat het iemand totaal kan uitputten; en wat nog belangrijker is, al deze verwrongen denkbeelden versterken de emotie, want een oud gezegde legt uit: ‘Wat je aandacht geeft, wordt sterker.’

De gedachten die op de andere persoon of situatie gericht zijn, zijn energie. En aangezien energie nooit uit het niets opkomt en evenmin in het niets verdwijnt, blijft hij bestaan en neemt vorm aan, een vorm die groeit en groeit. Wat er met te veel energie op een gegeven moment gebeurt is duidelijk: ze explodeert of misschien nog wel erger, ze implodeert; en als energie implodeert, keert ze zich dus tegen jezelf en zal ze je psychisch en/of fysiek kunnen beschadigen.

Zolang de strijd niet wordt doorbroken en men niet tracht de gedachten hierover los te laten en de eigenzinnige denkbeelden onder de loep te nemen, zal hij blijven bestaan en iemands gezondheid ondermijnen. Bovendien worden anderen ook geschaad, want iemands strijd, zowel een innerlijke als een uiterlijke strijd, trekt zonder meer anderen mee in zo’n misère.

Veranderen van gedachten over een conflict met deze of gene, of grote wereldse conflicten, is zeker heel moeilijk – dat weet ik zelf uit ervaring. Toch moet ik steeds weer denken aan het verhaal uit de Bijbel, waarin Jezus zegt tegen de menigte die een prostituee wil stenigen: ‘Wil diegene die zonder zonden is, de eerste steen werpen!’ Wat gaat deze zin vandaag de dag nog steeds wereldwijd op, want wat weten we toch altijd goed hoe en waarom de ander zich heeft misdragen, en wat zijn we toch slecht in staat wat kritischer naar onszelf te kijken!

Kijk eens naar alles wat er op de wereld gebeurt, naar de strijd op vele fronten. Oorlogen over religies, ruzies over stukken land, olie, ras, afkomst, cultuur, concurrentie in de handel en over behaalde resultaten, het elkaar willen overtroeven wat betreft kijkcijfers in de televisie business en ook binnen sportwedstrijden wordt er heftig gevochten om de eerste plaats – zelfs daar is het één en al strijd en nog eens strijd.

Alle heilige boeken, de Bijbel, de Koran, de Bhagavad Gita, verhalen over de strijd tussen de vele volkeren onderling. G. de Purucker zegt daarover:

Hoe komt het dat in praktisch alle literatuur van de oudheid spirituele leringen werden gegeven in de taal van het slagveld? De Bhagavad Gita, bijvoorbeeld, vertelt over het conflict tussen de tegenover elkaar staande legers van de Kuru’s en de Pandava’s. In de Germaanse en Scandinavische mythologieën is er een constante strijd tussen de goden en de helden; dat geldt ook voor de Griekse, Egyptische, Perzische en Babylonische mythologieën – ze zijn in dit opzicht alle gelijk.

De vraag is gemakkelijk te beantwoorden: aan kinderen geven we sprookjesboeken; tegen hen die de betekenis van vrede en rust en de enorme kracht die daarin ligt niet kunnen begrijpen, spreken we over strijd en over gevechten, omdat er altijd een overwinnaar en een overwonnene is. In de wereldliteratuur werden geheimen van mystieke waarheden daarom in de vorm van een heldenverhaal geschreven, om tegemoet te komen aan het spirituele klimaat van die tijden. Maar daarachter stonden de esoterische scholen die waarheid en mededogen op een meer directe manier onderwezen, zoals Lao-tse in China: ‘De weg van tao betekent niet strijden.’ Dat is het tegenovergestelde van berusting, want berusting is gewoonlijk spirituele verdoving, terwijl het hele streven juist erop gericht moet zijn om in ons leven en in elke vezel van ons wezen een actieve geest van mededogen voor de hele mensheid tot uitdrukking te brengen.
     – Bron van het occultisme, blz. 5-6

Mensen die helemaal niets geloven, verwensen deze boeken en zeggen dat het alleen maar strijd is en dat ze elkaar allemaal uitmoorden. Ze vatten dan ook niet wat een God hiermee te maken heeft, en eigenlijk is deze reactie goed te begrijpen.

Maar deze mensen doen eigenlijk hetzelfde als de mensen die de heilige boeken letterlijk nemen: zij allen zien de ware betekenis niet.

De naam van de stad Jeruzalem betekent eigenlijk ‘stad van de vrede’ en in de Bijbel moeten de joden, het beloofde volk, steeds weer vechten om deze ‘stad van de vrede’ te heroveren. Dit joodse volk wordt ook ‘het kleine volk’ genoemd, waarmee wordt bedoeld, gering in aantal.

Maar de ware betekenis is dat Jeruzalem die plek is in onszelf waar vrede kan worden gevonden indien we het volk van de Israëlieten hebben gevonden, het kleine uitverkoren volk, waar we allemaal toe kunnen gaan behoren, maar een plek die nu nog niet zichtbaar is voor ons, want we hebben onze innerlijke strijd nog niet gewonnen en zeker nog niet begrepen!

Het heeft dus helemaal niet te maken met fysieke plaatsen of bevolkingsgroepen; het zijn mystieke namen en verhalen met een verborgen innerlijke betekenis. De mens die dit gaat begrijpen ontwikkelt een parapluvisie over het wereldgebeuren en zal gaan zien dat het heel anders zit.

De strijd die de mens voert, wordt vaak in stand gehouden door angst. Het is angst om iets of iemand te verliezen, angst belaagd te worden door anderen, angst voor het leven zelf, met zijn onvoorspelbare gebeurtenissen, angst voor nieuwe omstandigheden, angst om overlopen te worden door anderen en ook angst om verkeerd begrepen te worden.

Het is tevens een poging om onze persoonlijkheid te beschermen maar ook het niet willen toegeven van onze fouten, want stel je voor dat we als een zwak persoon worden gezien! De persoonlijkheid wil namelijk niet gekruisigd worden – daarvoor is hij veel te sterk aanwezig.

En nu zijn we aangekomen bij een heel belangrijk punt, want die persoonlijkheid is nu juist de belemmering op weg naar meer kennis en inzicht.

Met heel veel van die ego-bewuste persoonlijkheden op deze kleine planeet is het namelijk moeilijk nog ruimte te vinden voor verbinding en broederschap, want de vele beslagen venstertjes waardoor die persoonlijkheden dag in dag uit kijken zijn talrijk. Totdat er één van die ruitjes breekt en dan begint voor die persoon de strijd, alleen met dit verschil dat de strijd zich naar binnen richt.

Misschien klinkt dit vreemd of onaardig, maar er is niets mooiers voor een mens dan dat het persoonlijke ruitje breekt en dat hij vervolgens kan inzien dat deze abrupte gebeurtenis het beste is dat hem kan overkomen.

Sommige mensen zouden dan kunnen denken dat je het persoonlijke karakter dat je hebt moet overwinnen. Dit zou echter betekenen dat je tegen jezelf zou gaan strijden en zoals we al zeiden: ‘Waar je tegen strijdt, blijft bestaan.’

De strijd vindt dus niet plaats tegen je eigen onhebbelijkheden; integendeel, de inzichten die je als mens krijgt veranderen deze gewoonten. Je bent dan in staat om jezelf te transformeren. Besef alleen wel dat dit qua tijdsbestek een heel leven in beslag gaat nemen, alhoewel er in één enkel leven al veel bereikt kan worden.

De littekens die zich hebben gevormd op de blauwdruk van de vele personen die we zijn geweest zullen meer gaan opleven en beleefd worden. Deze littekens worden saµskåra genoemd, wat ‘mentale indruk’ betekent.

Dit maakt het leven er niet gemakkelijker op en karma kan zich gaan versnellen. Hierdoor zal de innerlijke kracht toenemen en inzicht worden verkregen in zaken die voorheen ongekend bleven.

Om deze littekens wat nader te verklaren zal ik een voorbeeld noemen. Littekens of samskara’s ontstaan door onze gewoonten en gehechtheden. Als men bijvoorbeeld een roker is of waar dan ook aan verslaafd is, zal het een gewoonteplek gaan vormen in jezelf als mens, en deze gewoonte zul je van leven tot leven met je meenemen, totdat je het hebt overwonnen. Dit geldt voor vele zaken, uiteenlopend van fysieke verslavingen tot aan ingesleten gedragingen en gedachten. Kortom, zie hoe de bestaanswereld door ons allen qua sfeer, maar ook in zijn fysieke uiterlijk wordt gevormd!

Ik heb weleens mensen gesproken die werkelijk alles afzweren wat maar materialistisch en wereldlijk is. Alle lichamelijke verlangens, zelfs koffie drinken in een koffieshop, zijn taboe. Ze doen dit uit de overtuiging dat ze dan zuiverder van geest worden. Maar zolang een mens in zijn hart nog verlangens heeft en niet op een natuurlijke manier onberoerd kan blijven bij de begeerten van het fysieke leven, wordt het een uiterlijke en daarmee tegelijkertijd een innerlijke strijd en blijft de hunkering ernaar bestaan en geeft het reden tot wederbelichaming. Dan zou het wel eens kunnen dat bij zo iemand alle onderdrukte gevoelens en verlangens gigantisch tot explosie komen en men alles wil gaan doen wat God verboden heeft. Als je dwangmatig de begeerten onderdrukt, ben je ook aan het strijden en ook in dit geval geldt weer, ‘Waar je tegen strijdt blijft bestaan’ – dit is eenvoudig een natuurwet. Maar we kunnen er in ieder geval over nadenken en erover praten. Een bepaalde manier van leven komt toch voort uit ons persoonlijk bewustzijn en het bewustzijn zoals het nu is wordt gevormd door onszelf!

Maar hoe kun je er als mens voor zorgen dat datgene waartegen je strijdt uit je leven verdwijnt? Niet alles in het leven is op te lossen, want soms spreekt de een Grieks en de ander Latijn, en komt hierin geen verandering, wat men ook probeert. Maar indien je de strijd loslaat, laat je de persoon of situatie los, je geeft er geen aandacht meer aan en het paradoxale is dat de strijd zich dan vanzelf vaak oplost. Want als je er aandacht aan blijft geven, blijf je de energie die deze omringt voeden en voelt die ander vaak bewust of onbewust dat jij met de hele toestand in je maag zit.

Hierdoor geef je jouw eigen kracht weg en kan de ander de indruk krijgen dat hij of zij macht over je heeft. Eigenlijk geef je een stukje eigen energie aan de ander en het weggeven van energie is gelijk aan het weggeven van kracht, innerlijke kracht.

Laat daarom alle strijd los en overwin hiermee de neiging om het perse op te willen lossen. De grote natuurwet van oorzaak en gevolg zal het vroeg of laat weer in balans brengen. Dit kan snel zijn, maar ook vele levens later plaatsvinden, want tijd speelt in het kosmische gebeuren geen enkele rol. Wat hierbij echter van groot belang is, is het vertrouwen in deze kosmische wet.

Loslaten is heel moeilijk, maar indien dit lukt geeft het ook rust en een gevoel van vrijheid. Het is bijna onmogelijk om altijd de goede vrede te bewaren, hoe men ook z’n best doet, want er zullen altijd mensen zijn die hun gelijk willen halen en denken dat ze de een of andere waarheid in pacht hebben, en dat gaat helaas vaak gepaard met onrechtvaardig en wreed gedrag ten gunste van zichzelf of van een extreem ideaal.

Het vergt zeker inzicht en veel wijsheid om zich hierin te kunnen schikken en vooral een bijna bovenmenselijke inspanning om de andere partij te vergeven.

Want vergeven is in dit geval zeer belangrijk, ook als het niet goed komt. Vergeven is geen gemakkelijk te definiëren gevoel. Het vergt daarom enig inzicht in hoe deze dingen werken en het veroorzaakt een intense wrijving in jezelf om te leren vergeven, want de persoonlijkheid blijft liever bij zijn gelijk.

Maar vergeven is tevens loslaten en het vertrouwen hebben dat alles gewoon gaat zoals het moet gaan. De wet van oorzaak en gevolg zal uiteindelijk zijn uitwerking onvermijdelijk hebben. Dit bedoel ik beslist niet negatief, maar ten goede van alles. Karma blijft voor menig persoon een moeilijk te bevatten begrip, maar het is een grote natuurwet die overal in het universum heerst. Het is nogmaals nooit een straf of beloning, maar altijd een levensles, die werkt naar beide partijen toe. Want elk van de betrokkenen mensen haalt zijn eigen karma naar zich toe en moet dealen met wat hij voorgeschoteld krijgt in de vorm van deze levensles. Deze les komt altijd op het juiste moment.

Het is ook heel belangrijk om in ieder geval te proberen met diverse mensen en situaties in het reine te komen, want pas indien men in staat is de situatie met een open geest tegemoet te treden en de ander met respect zijn visie op de ontstane situatie te laten geven, zal oplossende communicatie toch mogelijk moeten zijn, en zal er een wisselwerking kunnen plaatsvinden van verhelderende gedachten die toewerken naar een betere samenwerking en meer begrip voor elkaar. Dit geldt voor de persoonlijke strijd en ook voor alle soorten strijd in de wereld.

Besef dat alle verlangens en gehechtheden, de positieve én de negatieve, steeds weer reden tot nieuwe strijd zullen geven. Zolang we blijven verkeren in onze lagere kåma, oftewel het begeerte-beginsel, zullen we emotionele, onbewuste gedachten hebben en handelingen verrichten van een lagere orde, en zullen we voortdurend karma creëren en keer op keer geboren worden binnen eenzelfde bewustzijnssfeer. Vandaar dat het zo ontzettend belangrijk is onszelf te kennen en te observeren.

Te leren om meer ons hogere denken te gaan gebruiken zal ongetwijfeld strijd opleveren, een ongeëvenaarde innerlijke strijd, en dat is de mystieke opdracht die we van leven tot leven met ons meezeulen, net zolang tot we doorhebben dat we allemaal een bijzondere opdracht hebben, namelijk onze persoonlijke dharma.

Dharma is het vergeten doel dat we onszelf gesteld hebben. Bij het innerlijk ontwaken zal het zich aan ons openbaren en zal het ons duidelijk worden wat we als mens hier dienen te volbrengen.

Ik denk dat het de bedoeling is om de disbalans van het leven op te lossen en om de ontstane conflicten op een geestelijk volwassen niveau te bekijken, waarbij het motief belangrijker is dan het resultaat ervan.

Dit motief om in de praktijk de mooie theorie van al deze oude leringen toe te passen is van het allergrootste belang voor het bevorderen van het wederzijdse respect ten opzichte van de mensen in onze naaste omgeving en in de hele wereld van het ene volk tot het andere, want we zijn met z’n allen geboren uit één gemeenschappelijke bron en als we dat beseffen, vergeten we de illusie van onze persoonlijkheid, dat we superieur zouden kunnen zijn aan de ander.

Daarom betekenen respect en gelijkheid voelen voor de ander tegelijkertijd respect voor jezelf hebben, en respect is de één na laatste trede vóór de bestemming van de kosmische liefde kan worden begrepen en binnengegaan.

Bedenk daarom dat de innerlijke en uiterlijke strijd echt niet zover van elkaar af staan als men zou denken. De uiterlijke strijd in de wereld zegt namelijk iets van de mensen die op deze aardbol rondwandelen. Deze zegt iets over het bewustzijn van die mensen.

Want ‘Zo van binnen, zo van buiten’, ‘Zo men niet wenst dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet’, ‘Aan zijn daden herkent men de wijze’.

Een wijze zal altijd ‘de kerk in het midden houden’, want indien men partij kiest en ergens tegen of voor is, ontstaat er direct weer een volgend strijdpunt, en dan ontstaan er weer tegenpolen, is er dualiteit, en schept men weer de noodzaak om het stoffelijk leven voort te zetten en het karma dit te doen uitwerken.

Daarom is een neutrale houding tegenover de schijnbare tegenstrijdigheden van het leven vaak de beste levenshouding. Dit wil echter niet zeggen dat men in het geheel niet moet handelen.

Een Tibetaanse lama zegt:

Schuld, woede en verwijten loslaten en in plaats daarvan besluiten om een meedogende boodschapper van liefde te zijn, kan ons leven dramatisch veranderen.

Het is moeilijk om een hele dag lang geen oordelen te vellen, niet boos te worden en anderen en onszelf niet te veroordelen.

Maar onze intentie om dat te doen is van het grootste belang.

Het is essentieel dat we voortgaan in de richting van vrede en liefde, zelfs wanneer we er niet in slagen ieder moment dat doel te bereiken.

Laten we bij de dag leven, iedere morgen met vrede beginnend en met de intentie anderen geen verwijten te maken of te beschuldigen. Laten we vandaag het geschenk doorgeven van het liefhebben, in plaats van anderen én onszelf te veroordelen.

 


Uit Impuls (Nieuwsbrief voor leden van het Theosofisch Genootschap), september 2014, nr. 68.

© 2014 Theosophical University Press Agency