Boodschap van een meteoriet
Reinout Spaink


Op een zaterdag afgelopen januari zat ik, na een welbestede dag, ’s avonds in mijn kamer en keek naar buiten. Vanuit de stoel waarin ik zat had ik vrij zicht op de noordelijke sterrenhemel. Plotseling zag ik een blauwgroene bol, die zich benedenwaarts en in westelijke richting naar de horizon bewoog, en langs de donkere hemel een spoor in dezelfde kleuren trok. Het verschijnsel duurde ongeveer tien seconden. Het was een prachtig gezicht.

Aanvankelijk dacht ik aan een vuurpijl die iemand had afgeschoten, maar een dergelijke blauwgroene kleur had ik nog nooit bij vuurwerk gezien. Het deed nog het meeste denken aan de kleuren die we zien als bepaald fluorescerend gesteente met uv-licht wordt beschenen. Ik hield direct rekening met een meteoriet, en deed natuurlijk een wens. Ik was dan ook blij verrast en dankbaar toen ik later op het nieuws zag dat het inderdaad een meteoriet was geweest.

Het verschijnsel herinnerde me aan iets wat ik eerder had gezien, maar ik kon niet zo gauw bedenken wat. Later op de avond wist ik het plotseling. Wat ik had gezien was de afbeelding die ik dit jaar bij mijn e-mail-kerstwens had gevoegd – een schilderij van Nicholaas Roerich getiteld Star of the Hero – alleen waren de kleuren die ik zojuist in het echt had gezien nog mooier en dieper, en leken de afmetingen van de ‘vallende ster’ groter. Maar de atmosfeer die ik ervoer en de baan van de meteoriet was als op de bewuste afbeelding:

Nicholaas Roerich, ‘Star of the Hero’

Nu was dit maar een klein stukje ruimtegruis, ter grootte van een voetbal. Maar er scheren ook bijna ieder jaar, al zolang de aarde bestaat, duizend keer zo grote meteorieten vaak rakelings langs de aarde. En bijna altijd gaat het goed. En als onverhoopt toch een van die meteorieten de aarde treft, komt die altijd neer in onbewoond gebied of richt alleen materiële schade aan. [De meteorietinslag in Siberië in februari 2013 vormt een uitzondering hierop; daarbij raakten 1200 mensen gewond, waaronder 2 zwaargewonden en 160 kinderen. – Red.] Is dit toeval, vroeg ik me af, of is er misschien een of ander mechanisme werkzaam dat we niet kennen? Ik moest denken aan bepaalde uitspraken over de grote leraren of mahatma’s, die deel uitmaken van het netwerk van verder gevorderde helpers van de mensheid, die de aarde en haar bewoners beschermen en vanachter de coulissen, zolang de mensheid bestaat, in stilte hun invloed uitoefenen. Daarover lezen we:

Ze maken . . . deel uit van de beschermmuur die de mensheid van eeuw tot eeuw omringt, en haar beschermt tegen kosmische gevaren waarover de gewone mens niets weet, en van het bestaan waarvan hij zich niet bewust is, maar die inderdaad heel reëel zijn. Ze werken ook als beschermers en inspirators van iedere edele zaak of beweging waarvan het werk ten goede zal komen aan het welzijn van allen.
      – De esoterische traditie, blz. 525

De leden van deze Broederschap werken voortdurend als een beschermmuur die de mens behoedt voor en beschermt tegen kosmische en aardse gevaren. . . . Wat zijn die gevaren? Laten we geen ogenblik denken dat die alleen stoffelijk zijn. Nee, ze zijn van velerlei aard: spiritueel, verstandelijk, psychisch, astraal en fysiek. Het zijn kosmische gevaren die onze aarde van buitenaf bereiken, van andere planeten van het zonnestelsel . . .  Er zijn rivieren van levens die onophoudelijk langs de circulaties in het zonnestelsel bewegen, en evenveel bestaansrecht hebben als wij; maar in ons huidige evolutiestadium zijn deze ons vijandig gezind, of op zijn minst gevaarlijk, en als ze onze aardse atmosfeer konden binnendringen en ons treffen, zouden ze de mensheid in één nacht wegvagen. Geen enkel mens op aarde zou bij het aanbreken van de ochtend nog in leven zijn.
      – Bron van het occultisme, blz. 752-3

De meesters van wijsheid en mededogen . . . vormen de beschermmuur die de mensheid tegen kosmische invasies van elementale en kosmische invloeden beschermt, invloeden die voor de mensheid extreem gevaarlijk zouden zijn indien ze ongehinderd vrij spel konden krijgen.
      – Dialogen van G. de Purucker, 1:132

De beschermmuur beschut de mensheid tegen kwade invloeden waarvan ze zich niet bewust is. . . . Deze kwade invloeden bestaan uit entiteiten, machten, invloeden en krachten die, wanneer ze onze atmosfeer zouden binnendringen, ons grote schade zouden toebrengen omdat ze niet met ons in harmonie zijn – hoewel ze op zichzelf even goed zijn als wij. In hun eigen sferen, in hun eigen landen, zijn ze evenmin kwaad als wij dat hier zijn.
      – Op.cit., 2:948

Misschien viel het voorrecht om deze vallende ster te zien mij wel ten deel om deze wijsheden weer even aan de vergetelheid van het papier te mogen ontrukken en met anderen te delen – en er weer even aan te worden herinnerd dat, terwijl onze planeet aarde, tezamen met het zonne- en melkwegstelsel waarvan ze deel uitmaakt, met duizelingwekkende snelheid door de ruimte raast en steeds gebieden van de ruimte betreedt waar ze nog nooit eerder is geweest en ook nooit meer zal komen, ze toch steeds ongeschonden al miljarden jaren haar koers heeft kunnen volgen. En dat is misschien minder vanzelfsprekend dan het lijkt.

 


Uit Impuls (Nieuwsbrief voor leden van het Theosofisch Genootschap), maart 2014, nr. 66.

© 2014 Theosophical University Press Agency