December – maand van overpeinzingen
Laura Vink



Met het naderend einde van het jaar en de inwijding die plaatsvindt tijdens de winterzonnestilstand, komen we langzaam in de sfeer van kerstmis. G. de Purucker zegt over de achtergrond hiervan:

Theosofen zien het kerstfeest op twee manieren: ten eerste als een herinnering aan een verheven feit in de occulte geschiedenis en het leven, een verheven feit dat zich eens bij ieder mens in zijn eigen spirituele geschiedenis herhaalt, als hij met succes de weg omhooggaat. De andere manier is me nog dierbaarder, namelijk dat zich in de ziel van ieder van ons een ongeboren christus, de christos, de vredevorst, de vorst van liefde bevindt. Als in de cyclus van het jaar kerstmis weer nadert en christenen de veronderstelde geboorte vieren van het fysieke lichaam van hun vorst, hoofd, verlosser, kunnen we denken aan de woorden van de avatara, de Christus, in hun hoogste betekenis: dat wij mensen de ‘zonen van god’ zijn, van het goddelijke, en dat de geest van liefde en bewustzijn van het allerhoogste in het heiligdom van ieder mensenhart woont . . .

Als dus de kersttijd aanbreekt is dat een goede tijd om het christuskind in ons hart te laten spreken, te proberen het te begrijpen; of liever ermee één te worden, zodat we bij elk nieuw kerstfeest meer op de Christus, meer op de Boeddha lijken, spiritueler en edeler voorbeelden van de christus die in het hart van ieder van ons leeft, zodat op zekere dag, op het juiste occulte tijdstip, het christuskind als christusmens kan worden geboren.     – Wind van de geest, blz. 138

Ook koningin Juliana, bekend om haar ruime denkwijze en groot en warm respect voor al wat leeft, sprak haar gedachten uit over de betekenis van kerstmis in haar kerstboodschap van 1972:

Wij denken met kerstmis aan het opgaan van een groot licht. Het licht ons door op onze waarachtigheid. Het wekt ons op uit ons kleine donkere bestaan.

De wegen daarheen leiden overal vandaan; er is geen plek van waaruit een weg daarheen niet begint.

Dit zijn tevens ook de wegen naar elkaar. In dat licht zijn we allen één – in het ware.

Om ons hogere bewustzijn te bereiken zullen we eerst de lagere kanten van onze persoonlijkheid moeten overwinnen in de dagelijkse beproevingen die we tegenkomen. Als we hierin een beetje slagen zou het hogere bewustzijn meer invloed op ons krijgen.

Niet alleen in december kunnen we ons voornemen om hinderlijke gewoonten af te leren en betere mensen te worden; het zou beter zijn elk geschikt moment hiervoor te gebruiken, ongeacht of het nu december of mei is.

Onze tijd is kostbaar. Te veel worden we afgeleid door materiële dingen en omstandigheden waardoor overpeinzingen over spirituele onderwerpen in het gedrang komen. Met de nodige discipline is het mogelijk onze betere voornemens om te zetten in daden en hoe bevoorrecht zijn we dan de theosofische leringen in ons leven te hebben herkend, die elk pogen van ons stimuleren om meer licht in de wereld te brengen en medewerkers te worden van de positieve krachten. G. de Purucker zegt het zo prachtig:

Probeer deze gedachten in uw geest mee te dragen, want ze helpen, en als ze juist worden begrepen zal het besef van deze waarheden u omhullen als een beschermend schild. Of om een ander beeld te gebruiken, deze leringen zullen een licht voor uw voeten worden en zullen u langs het pad leiden dat de grootste en edelste bloemen van volmaaktheid van de mensheid hebben verkozen te gaan.      – De vier heilige jaargetijden, blz. 89

 


Uit Impuls (Nieuwsbrief voor leden van het Theosofisch Genootschap), december 2013, nr. 65.

© 2013 Theosophical University Press Agency