Het Mouseion: de oorsprong van het verlangen naar kennis is heimwee*
Margreet de Boer

*Lezing, Middelburg, 13 mei 2010.



Als de Griekse geograaf Strabo er rond het begin van onze jaartelling niet was geweest, dan hadden we veel minder geweten over het eerste openbare studiecentrum van de wereld: het Mouseion (‘huis van de muzen’). Dit enorme centrum voor filosofie en wetenschap werd gerealiseerd te Alexandrië in het Oude Egypte. In de eeuwen die daarop volgden, werd door de koningen van de ptolemeïsche dynastie hieraan een enorme bibliotheek toegevoegd. Het Mouseion en de grote bibliotheek bleven meer dan 600 jaar lang bestaan.

Ongeveer 300 jaar v.Chr. rommelde het politiek en cultureel gezien nogal in Egypte. Er was gebrek aan echt leiderschap en ook de macht van priesters was afgenomen. De eens zo zuivere religie was ontaard in machtsmisbruik en leeg uiterlijk vertoon. Toen de Griekse landveroveraar Alexander de Grote het land binnenkwam, werd hij dan ook vrijwel meteen als farao erkend en gaven ze hem, naar goed Egyptisch gebruik, de titel ‘Grote’.

Op een dag reisde Alexander met zijn neef en trouwe metgezel Ptolemaeus naar de oase Siwa in de westelijke woestijn om daar het orakel van Amon – de Egyptische god van de maan en de onderwereld – te raadplegen. Dit bezoek bracht een keerpunt in het leven van Alexander.

Gezeten aan de bron kreeg Alexander namelijk een visioen, waarin hij ‘een wereldrijk van gelijken’ voor zich zag, waar plaats was voor iedereen, ongeacht ras, nationaliteit en geloofsovertuiging. Dit was volkomen tegengesteld aan zijn huidige ideaal, dat er alleen maar uit bestond zoveel mogelijk landen bijeen te brengen onder één vlag en één traditie. Er vond een totale omslag plaats in zijn visie en levenshouding die je zou kunnen vergelijken met die van de bijbelse Saulus.

Toen Saulus namelijk op weg naar Damascus was, om daar zuiveringen onder de gelovigen uit te voeren, kreeg hij een soortgelijk visioen. En met dezelfde ijver waarmee hij zich eerst tegen de vernieuwingen in de godsdienst had verzet, ging hij zich nu als Paulus, de discipel van Jezus, beijveren vóór deze vernieuwing.

Hoe je ook over Alexander mag denken, deze ommekeer in visie en opvattingen over hoe de wereld eruit diende te zien was in 331 v.Chr. wél verantwoordelijk voor het begin van de bouw van de stad Alexandrië.

Aristoteles, de Griekse filosoof en vrijdenker, was Alexanders grote leermeester en van hem nam hij de modelplannen over voor de bouw van deze ideale stad, die kwam te liggen aan de noordwestkust van de Egyptische Nijldelta. Het ontwerp van de stad was rechthoekig, met straten die uitzonderlijk breed waren voor de begrippen van die tijd. De hoofdstraten liepen van noord naar zuid en waren wel 20 tot 30 meter breed om zo de koele zeewind door de stad te kunnen laten waaien.

Van de vestingmuur rond de stad, die meer dan 16 km lang was, is nog een klein gedeelte bewaard gebleven. De stad werd meteen na haar stichting uitgeroepen tot regeringszetel. Vele eeuwen lang leefden hier mensen met uiteenlopende nationaliteiten en met verschillende geloofsovertuigingen in vrede naast elkaar.

Na Alexanders dood besteeg zijn neef en trouwe metgezel Ptolemaeus de troon en met hem begon een nieuwe dynastie die 1000 jaar zou duren. De Egyptenaren gaven hem de titel farao Ptolemaeus I Soter, wat ‘verlosser’ betekent. De blik van Egypte was door Alexander de Grote al veel meer op de buitenwereld gericht en Ptolemaeus I breidde de regeringsstad Alexandrië nog eens uit met een haven van aanzien.

Er werd een enorme vuurtoren – de Pharos – gebouwd op een eilandje dat aan het begin van de haven lag. Maar Alexandrië was meer dan alleen de regeringszetel en de havenstad. Alexandrië werd hét centrum van beschaving en onderricht voor de landen rond de Middellandse Zee, waar de wortels liggen van de Europese beschaving en de esoterie.

Het verzamelen van boeken was in de 5de eeuw v.Chr., die ook wel de gouden eeuw van het klassieke Griekenland wordt genoemd, nog zeer ongebruikelijk, maar daar kwam verandering in toen Ptolemaeus I begon met de aanleg van een openbare bibliotheek – de eerste waarvan in de geschiedenis ooit gewag werd gemaakt.

Ptolemaeus I wilde een eigen spiritueel centrum maken, als tegenwicht voor de mystieke tempelcultuur. Want deze tempelcultuur was alleen toegankelijk voor ingewijden en voltrok zich binnen de muren van de tempel. De priesters waren de enigen die gerechtigd waren om esoterische kennis door te geven. Ptolemaeus wilde een centrum stichten dat voor iedereen toegankelijk was. Een ‘Mouseion’, een openbaar studiecentrum voor educatie en wetenschap.

Het werd een enorm gebouwencomplex, met onder meer een openbare wandelgang en drie zuilengangen die allemaal op een rond centraal, overdekt gebouw uitkwamen. Dit ronde gebouw bevatte zitplaatsen waar filosofen en redenaars met elkaar konden discussiëren en naar elkaar konden luisteren. Buiten het grote hoofdgebouw werden ook slaapvertrekken en een eetzaal gerealiseerd.

Bibliotheek van Alexandrië, 300 v.Chr.

Het geheel werd omringd door botanische tuinen, waar men een enorm project opstartte om de flora van de hele wereld te classificeren. Men trachtte hier planten uit alle delen van de wereld aan het klimaat van Egypte te laten wennen en deze planten werden ook gekweekt voor commerciële doeleinden.

De culturele sfeer die Ptolemaeus I wist te creëren kwam deels doordat hij zelf historicus was en deels door zijn liefde voor de wijsheid – wat ook de betekenis van het woord filosofie is. Hij trok veel geleerden en schrijvers aan uit de Griekse wereld en de koningen na hem maakten Alexandrië tot hét Grieks literaire centrum voor kennisoverdracht aan het nageslacht.

Maar de Griekse Ptolemaeus realiseerde zich dat als hij wilde regeren over de Egyptenaren, hij hen ook moest zien te begrijpen. Daarom stelde hij in 297 v. Chr. Demetrios van Phaleron aan voor culturele zaken. Demetrios was een oud-staatsman die Athene was ontvlucht tijdens de burgeroorlog die uitbrak na de dood van Alexander de Grote.

Onder zijn leiding werden vele Egyptische boekrollen vertaald van het hiërogliefenschrift naar het Grieks, want ook hij ging uit van de gedachte: ‘Degene die de kennis bezit, heeft ook de macht.’ De steen die men in 1799 vond bij Rosetta is een voorbeeld van zo’n vertaling. Zonder deze vondst zouden we niet veel hebben begrepen van het complexe hiërogliefenschrift.

Het oude Egypte had altijd bibliotheken gehad. Deze waren gevestigd bij de hoofdtempels in Memphis en het latere Thebe en in het bijzonder in Heliopolis. Deze documenten bleven geheim voor het gewone volk en stonden alleen ter beschikking aan de leerlingen van de mysteriescholen.

Maar tijdens de ptolemeïsche dynastie kwam daar verandering in. Er kwam een uitwisseling van kennis op gang tussen de Hellenistische theorieën en de wiskundige en astronomische kennis van de oude Egyptenaren. Deze werd door de Grieken zeer hoog geacht. Zo werd de esoterische kennis van de Egyptenaren langzaam toegankelijk voor filosofen en geleerden.

De eerste en belangrijkste taak van de leden van het Mouseion was het vergaren van al deze kennis. Daarnaast gaven ze ook les. De Egyptenaren konden zich beroemen op een zeer lange en indrukwekkende beschaving. Er zijn zelfs beweringen dat ze duizenden jaren v.Chr. al de wereldzeeën bevoeren en contact hadden met de oude Centraal-Amerikaanse culturen.

De Ptolemeeërs waren zeer rijk, en onder Ptolemaeus II groeide de verzameling werken enorm. Maar het beleid was niet alleen gericht op het verzamelen van esoterische werken. Boeken met heel uiteenlopende onderwerpen werden aangeschaft. Er ontstond een fantastische verzameling op het gebied van poëzie, proza, astronomie, geneeskunde, flora en fauna. Zelfs kookboeken en allerhande onderzoeksinstrumenten werden verzameld.

Hoe ouder de kopie van een werk, hoe beter, omdat deze dan waarschijnlijk minder was gekopieerd en daardoor ook minder fouten bevatte. In de loop van vier eeuwen werden er niet alleen werken van Pythagoras, Plato en de Chaldeeën aangekocht, maar ook werken vanuit India en van de gnostici, en alles werd vertaald in het Grieks.

Er ontstond een nieuwe bedrijfstak – het kopiëren van oude werken. De Ptolemeeërs namen zelfs boeken in beslag die zij op schepen in de haven aantroffen. Deze werden dan gekopieerd, waarna de kopieën werden teruggegeven en de originelen borgen ze op in de grote bibliotheek. Alexandrië kenmerkte zich lange tijd als een van de meest tolerante gemeenschappen rond de Middellandse Zee, waar vele geestelijke stromingen in vrede naast elkaar leefden.

Het was ook Ptolemaeus II die de opdracht gaf de Pentateuch, de Hebreeuwse Thora, die de eerste vijf boeken van het Oude Testament bevat, te vertalen in het Grieks. Sinds die tijd staat dit werk ook wel bekend als de Septuagint – zo genoemd omdat hij vertaald werd in het Grieks door 70 rabbijnen. Deze eerste Griekse versie van de Hebreeuwse Bijbel werd voltooid omstreeks 130 v.Chr.

Ook de vroeger door Alexander zo fel bestreden Perzische vertalingen die aan Zarathoestra werden toegeschreven, werden bijeengebracht en vertaald. Deze verzen alleen al bestonden uit twee miljoen versregels. De geschiedenis van Egypte werd ook vertaald in het Grieks. Deze werd gemaakt door een beroemde Egyptische priester, Manetho. Hij werkte in Heliopolis en van hem kregen we de lijst van dynastieën die we vandaag de dag nog steeds gebruiken.

De verzameling groeide enorm en tijdens de regeringsperiode van Ptolemaeus III werd een tweede bibliotheek gebouwd. De zogeheten dochterbibliotheek, in het pas gebouwde Serapeion. Het Serapeion was een tempel die gewijd was aan de god Serapis en de godin Isis met hun zoon Harpocrates. Deze god Serapis was een uitvinding van de Ptolemeeërs zelf. Een vergriekste versie van de Egyptische drie-eenheid – Osiris, Isis en hun zoon Horus. De latere christenen lijken deze drie-eenheid ook weer te hebben overgenomen.

Er is niet zoveel bekend over de indeling van de bibliotheek, omdat hij later geheel werd verwoest, maar waarschijnlijk bestond hij uit een colonnade, of zuilengang, met daarachter kamers waar de boekrollen op planken werden bewaard, terwijl de colonnade ruimte bood aan de lezers.

Naar schatting lagen er een half miljoen rollen in de hoofdbibliotheek en nog eens 40.000 rollen in de dochterbibliotheek. Er waren een aantal bibliothecarissen die door hun uitvindingen heel belangrijk en bepalend zijn geweest voor onze geschiedenis. Ik wil er een paar noemen.

Van Zenodotos bijvoorbeeld erfden we het alfabetische classificatiesysteem. Aan hoofdbibliothecaris Eratosthenes van Cyrene danken we de kennis van de omtrek van de aarde. En bibliothecaris Aristarchus van Samos berekende de afstand van de aarde tot de maan en werd beroemd om zijn stelling dat er sprake was van een heliocentrisch stelsel, waarbij de aarde en de planeten om de zon bewogen. Let wel, dit was 1500 jaar vóór Copernicus dit beweerde.

In de 1ste eeuw n.Chr. publiceerde Heron van Alexandrië al werken zoals de Pneumatica, waarin hij uitlegde, lang voordat James Watt dit uitvond, hoe je water kon koken om de daarna vrijkomende stoom door een buis te geleiden voor verwarming. Hij beschreef ook de principes van het vergrootglas en hij demonstreerde het hydraulische heftoestel in de mechanica en hij beschreef het aantal katrollen dat nodig was om een gewicht van zo en zo veel ton tot een bepaalde hoogte op te tillen.

Er kwamen nog veel meer grote geesten naar Alexandrië. Gezamenlijk maakten ze deze eeuwen tot een gouden tijdperk wat betreft onderzoek en wetenschap.

Niet alleen op het gebied van de wetenschap en filosofie werd er baanbrekend werk verricht, maar ook op medisch gebied, want het ontleden van mensen leerden ze van de Egyptische priesters. Men leerde van hen het bestaan kennen van het zenuwstelsel en ook leerden ze het aderstelsel onderscheiden. In die tijd ontdekten ze dat het verstand niet in het hart zetelde, maar in de hersenen.

Praktisch alle grote geleerden uit die tijd waren wel op de een of andere manier verbonden met Alexandrië. Maar zoals aan alle beschavingen, kwam ook aan deze gouden tijd een einde. De datum van de vernietiging van de bibliotheek is lang een twistpunt geweest.

De dochterbibliotheek in het Serapeion, werd waarschijnlijk al in 272 n.Chr. tijdens de onlusten onder keizer Aurelianus verwoest.

Maar toen de paus in 325, tijdens het eerste concilie van Nicea, bepaalde dat wetenschap en filosofie een gevaar vormden voor de mensheid en dus producten van de duivel moesten zijn, begon overal de jacht op filosofen en hun zogeheten apocriefe boeken. Er ontstonden godsdienstrellen in het zo vredige, tolerante Beneden-Egypte. Deze werden georganiseerd door christelijke fanatici en de ‘heilige roomse kerk’ liet als afschrikwekkend voorbeeld filosofen levend villen en hun resten verbranden.

Op een kwade dag in 412 werden ook het Mouseion en de grootste bibliotheek uit die tijd geheel door het vuur vernietigd. Daarmee ging jammerlijk een enorme verzameling van 600 jaar aan kennis op allerhande gebied voor de mensheid in rook op. In 640 maakten de Islamitische Arabieren tenslotte de verwoesting van Alexandrië compleet.

Bibliotheca Alexandrina

In 1988 werd met behulp van de UNESCO een nieuwe bibliotheek gebouwd: de Bibliotheca Alexandrina. Dit nieuwe gebouw met een heel origineel cirkelvormig ontwerp beslaat een deel van het vroegere paleizenterrein. De hele dag verlicht de zon de inscripties die op de wanden staan in talen uit de hele wereld.

 

Theosofie en de Theosophical Society

De Theosophical Society is in haar streven en leringen geen nieuwe beweging. Ze is tijdloos en stevig geworteld in een onmeetbaar verleden en een oneindige toekomst. Mw. Blavatsky was een van de zieners die in haar tijd de mensen weer aanmoedigde om onderzoek te doen en studies te verrichtten naar het spirituele erfgoed van alle volkeren, om de hoogmoedige gedachte uit te roeien dat één volk het uitverkoren volk zou zijn, of dat één religie de ware zou zijn met de enige ware God.

Het woord filosofie wordt aan Pythagoras toegeschreven, want het woord is een samenstelling van twee Griekse wortels: philos, ‘liefde’ + sophia, ‘wijsheid’. Het denkbeeld dat de eeuwige filosofie de basis vormt van liefde voor wijsheid en waarheid is al duizenden jaren oud. Onder andere de filosofen Plato, Cicero, Leibniz en Huxley zijn hier voorbeelden van.

De meest uitgebreide en moderne weergave van die eeuwige filosofie die over de hele wereld is verspreid is in het bijzonder De Geheime Leer van Mw. Blavatsky, met als ondertitel ‘De synthese van wetenschap, religie en filosofie’. De verschillende religieuze en esoterische stelsels van nu, zoals die van het hermetisme, het boeddhisme, de islam en de joods-christelijke, zijn aanvankelijk voortgekomen uit de Egyptische, de zoroastrische, de Chaldeeuwse, en de hindoeïstische tradities. De Geheime Leer kan men beschouwen als de kern van al deze stromingen, waarin ze verklaart hoe ‘geheime wijsheid’ van goddelijke dingen aan de mensheid werd onthuld en periodiek, in de loop van de geschiedenis, werd hernieuwd.

Waarom schreef ze een dergelijk boek? Misschien ligt het antwoord in Plato’s denkbeeld. Hij beweerde dat leren in feite een proces van herinneren of herontdekken van oorspronkelijke kennis is, die in het onsterfelijke deel van de ziel, ons ware-mens-zijn, of ons hogere zelf, verankerd ligt. En wanneer de roep van het menselijk hart in collectieve zin luid genoeg is, volgt een antwoord uit de juiste hoek die aan de behoefte van een hernieuwde cyclus gaat voldoen, in de aangepaste termen van die tijd.

Met de vernietiging van het Mouseion en de opkomst van godsdiensten als de islam en het christendom werd ook een groot gedeelte van de esoterie vernietigd. Zelf heb ik het idee dat er heel vroeger twee vormen van religie bestonden. Een exoterische vorm waar de Koran en de Bijbel voorbeelden van zijn en waarin de boodschappen versluierd weergegeven worden in de vorm van gelijkenissen. Daarnaast moet er een esoterische vorm hebben bestaan die alleen bekend was bij de ingewijden. Toen de zogenaamd apocriefe boeken door de kerk van Rome werden bestempeld als heidens en onwaar, vernietigde zij tijdens het eerste concilie, waarin de Bijbel werd samengesteld, ook de geschriften die we kunnen toeschrijven aan de ‘binnencirkel’, de esoterie.

De discipelen werden zeker ingewijd. Ze ontvingen in hun tijd de esoterische kennis rechtstreeks van Jezus. Wat is daarvan bewaard gebleven? Hoeveel esoterische kennis is er met opzet weggelaten uit de Bijbel? Of heeft de kerk van Rome haar nooit herkend als zijnde esoterie?

We zijn nu 2000 jaar verder. De mensheid groeit naar een vorm van volwassenheid op het spirituele vlak. De kerken lopen leeg. Waarom? Zou het zo kunnen zijn dat de bewust geworden gelovige de waarheid en de essentie van zijn bestaan mist binnen de platgetreden paden van de religie? Is hij/zij boven het stadium uitgegroeid van gelijkenissen en beeldspraak?

Veel mensen leven aarzelend, omdat ze onzeker zijn over hun doel. Ze hebben geen kennis van hun afkomst uit de sferen, laat staan van hun doel op aarde en zijn onbekend met het leven na de dood, wanneer ze naar de verschillende sferen terugkeren.

Ze hebben geen kennis en begrip van de natuurwetten en hanteren geen omlijnde normen, waardoor hun oorzaak-en-gevolg-patroon op een verwarrende en voor hen onbegrijpelijke manier verloopt. ‘Waarom overkomt mij dit?’ is een vaak gestelde vraag.

De theosofie kan daarbij uitkomst bieden, want theosofie is in de eerste plaats een praktische filosofie en daarmee bedoel ik dat je de tot je genomen kennis verwerkt in je ‘binnenkamer’, om hem vervolgens in praktijk te toetsen.

Wanneer je eenmaal de drempel tot Kennis met de grote ‘K’ hebt genomen, durf ik je te verzekeren dat je verwarring afneemt. Je wordt van een onwetende, een wetende en door dit groeiproces bereik je een staat van verantwoordelijkheid, maar dit houdt wel in dat je door je ‘bewuste staat’ moeilijk meer kan terugkrabbelen.

De theosofie is geen religie en wanneer je op zoek gaat naar Kennis ben je helemaal afhankelijk van je eigen inzet. De theosofie kan een inspiratiebron zijn om je kennis te vergroten en je leven te laten ‘zijn’.

Mw. Blavatsky gaf ons een paar richtlijnen. De eerste stap op het esoterische pad is: de waarheid te erkennen dat alles binnen jezelf ligt, omdat dáár alle mysteries van het heelal besloten liggen.

En als je jezelf dan de vraag stelt: ‘Hoe moet ik leven om op dit pad vorderingen te maken?’ dan geeft ze als suggesties: een leergierig verstand en het streven om de spirituele kennis te ontsluieren en deze te willen leren kennen met een zuiver hart, dat gevuld is met zuivere gedachten.

Maar ze stelde daar wel één regel bij: Stel nooit een vraag voordat je hem eerst zelf herhaaldelijk hebt proberen te beantwoorden. Want de poging om dat te doen, doet een beroep op je intuïtie, want die dient ontwikkeld te worden om ‘bewustzijn’ te verkrijgen.

De oorsprong van het verlangen naar Kennis is heimwee. Heimwee dat wordt veroorzaakt door de herinnering van de ziel aan ons spirituele thuis, waar we uit voortkwamen en waarheen we terugkeren.

 

Oude culturen/beschavingen en hun spirituele tradities: Egypte

 


Uit Impuls (Nieuwsbrief voor leden van het Theosofisch Genootschap), juni 2010, nr. 51.

© 2010 Theosophical University Press Agency