Boekbespreking
Baarmoederhalskanker – HPV-vaccins als een ‘deus ex vagina’,
Désirée L. Röver, Ankh-Hermes, 2009, 212 blz.



Het enige veilige vaccin, is het vaccin dat nooit wordt gebruikt.
    – dr. James R. Shannon, dec. 2003,
       voormalig directeur van de US National Institutes of Health

 

Met de introductie van het HPV(humane M papillomavirus)-vaccin tegen baarmoederhalskanker is het debat over vaccinaties opgelaaid. Er zijn feiten naar voren gekomen waardoor veel mensen vraagtekens plaatsen bij de veronderstelde veiligheid en werkzaamheid van deze vaccinaties, en van vaccinaties in het algemeen. De informatie die over vaccinaties wordt gegeven is vaak erg eenzijdig, en daarom is het goed dat steeds meer serieuze onderzoekers hun kritische bevindingen publiceren in boeken die toegankelijk zijn voor het grote publiek. Désirée Röver is één van hen. Zij heeft een groot aantal feiten over dit onderwerp verzameld die meestal niet bekend zijn bij het grote publiek. Haar doel is om mensen meer informatie te geven en aan te sporen om het onderwerp goed te overdenken en te onderzoeken:

Behalve de historische achtergronden en de minder bekende feiten en verbanden die ik in dit boek blootleg, reik ik de lezer vooral ook een springplank aan voor zijn/haar eigen zoektocht: geloof mij niet op mijn woord, ga zelf op verkenning.

Kennis is macht. Neem die macht in eigen hand!    – blz. 192

Op welke veronderstellingen zijn de HPV-vaccins gebaseerd? Er bestaan verschillende soorten humane papillomavirussen. Besmetting met deze virussen zou gesteelde tumortjes (papillomen) aan de baarmoedermond veroorzaken. Deze tumortjes, maar ook andere afwijkingen aan de baarmoedermond, kunnen in een aantal gevallen uitgroeien tot baarmoederhalskanker. Men concludeert dat de virussen de kanker veroorzaken en een vaccin daartegen zou daarom kanker voorkomen. Maar de twee ontwikkelde vaccins, indien ze al enige bescherming zouden bieden, zijn ontwikkeld voor bescherming tegen hoogstens vier van de meer dan 200 bekende humane papillomavirussen. HPV-infecties komen veel voor en men denkt dat 80% van de vrouwen ooit ermee geïnfecteerd raakt, maar slechts 1% van de mensen waarbij HPV is geconstateerd krijgt later te maken met baarmoederhalskanker. Meestal gaan de HPV-infecties na verloop van tijd vanzelf over tenzij de gezondheid van de patiënt voortdurend in een slechte staat verkeert door stress, slechte voeding, gebruik van drugs en andere gezondheid ondermijnende factoren. De veronderstelde oorzaak-gevolg-relatie tussen het HPV-virus en baarmoederhalskanker wordt beslist niet door alle rapporten ondersteund:

Gebaseerd op nieuwe wetenschappelijke informatie in de afgelopen 15 jaar gepubliceerd, is nu algemeen aanvaard dat het identificeren en typeren van een HPV-infectie geen rechtstreeks verband houdt met de gelaagdheid van het risico op baarmoederhalskanker.
     – FDA-document, blz. 26

Over dit verband tussen HPV en baarmoederhalskanker zijn meerdere rapporten kritisch. Désirée Röver wijdt een heel hoofdstuk aan de kritiek van verschillende artsen, gynaecologen, moleculair biologen en andere autoriteiten op het gebied van HPV. De meest uitgesproken kritiek richt zich op het feit dat de vaccins niet getest zijn op de doelgroep van meisjes in de leeftijdsgroep van 9 tot 12 jaar en daarom wordt de HPV-vaccinatie ook wel een groot gezondheidsexperiment genoemd. Daarnaast rapporteren zelfs voorstanders dat het nog steeds mogelijk is om na vaccinatie baarmoederhalskanker te krijgen alhoewel men verwacht dat het aantal gevallen zal afnemen. ‘Pas in 2020 zou er bewijs kunnen zijn voor de effectiviteit tegen kanker (carcinoom in situ), want dan wordt een Finse studie afgerond met 2.404 vrouwen die Gardasil hebben gekregen’ (blz. 118). En bovendien is ook niet bekend hoe lang men eventueel beschermd is tegen HPV indien men het vaccin toegediend krijgt. Natuurlijk zijn er ook tests die volgens voorstanders van HPV-vaccins wel een directe relatie aantonen en deze worden naar voren geschoven terwijl de kritiek en negatieve tests worden genegeerd. In algemeen informatiemateriaal voor het publiek wordt nu met stelligheid beweerd dat het HPV-virus baarmoederhalskanker veroorzaakt, terwijl deze conclusie niet meer dan een interpretatie van enkele testresultaten is. Dr. Etiene de Harven schrijft:

Onderzoekscorruptie is een fenomeen, wijdverbreid voorkomend in vele van de grote, en zogeheten besmettelijke gezondheidsproblemen . . . We zijn geen getuige van virusepidemieën, maar van angstepidemieën. En zowel de media als de farmaceutische industrie dragen de grootste verantwoordelijkheid voor het vergroten van die angst – die overigens toevalligerwijze altijd een fantastisch profijtelijke business doet starten. Onderzoekshypothesen in deze gebieden van virusresearch zijn vrijwel nooit wetenschappelijk met controles geverifieerd. Integendeel, zij zijn vastgesteld in consensus – die daarna snel wordt omgevormd tot dogma, en op quasi-religieuze wijze door de media bestendigd.    – blz. 177

Afgezien van het feit dat niet onomstotelijk is bewezen dat HPV baarmoederhalskanker veroorzaakt, bestaan er ook grote twijfels over de effectiviteit van het HPV-vaccin om HPV-infecties te voorkomen. Uit het NCI Costa Rica Baarmoederhalskankerproject blijkt dat vrouwen met vroegere HPV-antilichamen vanuit een natuurlijke infectie nog steeds vatbaar zijn voor dezelfde typen HPV-infecties. Désirée Röver vraagt zich terecht af: ‘Wanneer antilichamen vanuit vroegere natuurlijke HPV-infecties niet beschermen tegen nieuwe infecties van dezelfde HPV-typen, wie zegt dan dat antilichamen, mogelijk veroorzaakt door HPV-vaccins, dat wel gaan doen?’ (blz. 115).

Evenals het geval is met andere vormen van kanker zijn de werkelijke oorzaken van baarmoederhalskanker moeilijk te bepalen en daarom spreekt men over bepaalde risicofactoren. Enkele risicofactoren voor baarmoederhalskanker zijn: langdurig gebruik van orale anticonceptiemiddelen, hormoonvervangende therapie, algehele slechte conditie van het immuunsysteem (waar op zich weer vele oorzaken voor zijn), blootstelling tijdens het verblijf in de baarmoeder aan diethylstilbestrol (DES) dat tussen 1938 en 1971 aan zwangeren werd voorgeschreven ter voorkoming van een miskraam, infectie met seksueel overdraagbare ziekten (SOA’s). Aan deze lijst is nu het hebben van een HPV-infectie toegevoegd.

Jaarlijks worden wereldwijd rond 493.000 nieuwe gevallen van baarmoederhalskanker gediagnosticeerd; 274.000 vrouwen overlijden aan deze ziekte. Meer dan 80% van deze sterfgevallen vindt plaats in ontwikkelingslanden. In Nederland wordt de laatste paar jaar bij ongeveer 550 vrouwen per jaar baarmoederhalskanker geconstateerd en rond de 275 vrouwen overlijden daaraan. Deze cijfers waren vroeger iets hoger en laten sinds de jaren 70 een daling zien. Men is algemeen van mening dat deze daling is veroorzaakt door het beter opsporen van afwijkende cellen in de baarmoederhals d.m.v. een uitstrijkje en de eventuele vroegtijdige behandeling daarvan, zodat ze zich niet verder kunnen ontwikkelen tot baarmoederhalskanker. Dit feit dat afwijkende cellen chirurgisch kunnen worden behandeld of kunnen worden bevroren zodat baarmoederhalskanker wordt voorkomen roept opnieuw de vraag op of baarmoederhalskanker wel door een virus wordt veroorzaakt. Het virus wordt tenslotte niet behandeld en zou dus na verloop van tijd weer opnieuw baarmoederhalskanker moeten veroorzaken.

Algemeen wordt beweerd dat vaccinaties veilig zijn. Uit de inhoud van vaccinaties en de bijwerkingen die worden geconstateerd blijkt duidelijk dat dit niet het geval is. Dit geldt ook voor de vaccins Gardasil en Cervarix die zijn ontwikkeld om een HPV-infectie te voorkomen.

Wat is de inhoud van deze vaccins? Gardasil is gebaseerd op het L1-manteleiwit van de HPV-typen 6, 11, 16 en 18, in de vorm van virusachtige deeltjes (VLP’s), geproduceerd door recombinante DNA-technologie (genetische manipulatie) in gistcellen. Cervarix is gebaseerd op het recombinante C-zijdig afgeknotte L1-manteleiwit van de HPV-typen 16 en 18, ieder samengesteld tot virusgelijkende partikels (VLP’s). Deze zijn verkregen door recombinante DNA-technologie, geproduceerd met gebruikmaking van een Baculovirus expressiesysteem in insectencellen. Beide vaccins zijn dus genetisch gemanipuleerd en bevatten stoffen die volledig lichaamsvreemd zijn.

Daarnaast bevatten beide vaccins aluminiumverbindingen. De aluminiumconcentratie in Gardasil is 18.000 keer zo hoog als wat de FDA veilig acht in injecteerbare producten en in Cervarix is deze hoeveelheid maar liefst 36.000 keer zo hoog (blz. 76). Van aluminium is bekend dat het neurologische schade kan opleveren omdat het hersencellen doodt. Verder worden o.a. de volgende stoffen gebruikt afhankelijk van het vaccin: L-histidine, polysorbaat 80, natriumboraat. L-histidine is een essentieel aminozuur en de precursor van het hormoon histamine.

Een niet-adequate histamineproductie kan een gezond verteringsproces beschadigen en veel van de meisjes hebben na vaccinatie last van misselijkheid, overgeven en geïrriteerde ingewanden. . . . Veel van de meisjes klagen over gewrichtspijn. . . . Voor ontvangers die al in een verhoogde staat van allergie zijn (die al een hoger dan normaal histidine-histamineniveau hebben), kan de extra L-Histidine in Gardasil de druppel betekenen naar een ernstige anafylactische reactie. Het immuunsysteem moet tegelijkertijd het hoofd bieden aan gevaarlijke histamineniveaus, de virusachtige partikels (VLP’s), én aan het aluminium en alle andere belastende stoffen in het vaccin.    – blz. 80

Polysorbaat 80 wordt in verband gebracht met onvruchtbaarheid bij muizen.

Volgens de UN World Intellectual Property Organization is men bezig vaccins te ontwikkelen die bij wijze van anticonceptie, specifiek zijn gericht op het beschadigen van de vruchtbaarheid – met bij voorkeur als vacciningrediënt polysorbaat 80.    – blz. 81

Natriumboraat wordt veel gebruikt in verdelgingsmiddelen voor ongedierte en tast alle cellen aan. Deze verschillende stoffen zijn dus verre van onschuldig en worden in verband gebracht met een veelheid van lichamelijke ziekten en reacties.

Wat zijn de ‘bijwerkingen’ van de vaccins?

Negatieve effecten van Gardasil zijn zoals gemeld door VAERS (Vaccine Adverse Event Reporting System, http://www.medalerts.org/): ernstige hoofdpijnen, bloedstolsels, duizeligheid, tijdelijk gezichtsverlies, onduidelijk spreken, flauwvallen, onwillekeurige samentrekking van ledematen (aanvallen), gezwollen lymfeknopen, allergische uitslag, evenwichtsverlies, spierzwakte, tintelingen en verlamming in handen en voeten, gewrichtspijn, bewustzijnsverlies tijdens aanval, ernstige hallucinaties, Guillain-Barré (opstijgende verlamming), pancreatitis, miskraam, overlijden.    – blz. 98-9

De gevallen van mensen die na een HPV-vaccinatie kwamen te overlijden zijn onderzocht en men zou hebben vastgesteld dat er tussen deze twee geen verband bestaat. Bij een aantal zwangere vrouwen schijnen HPV-vaccinaties geleid te hebben tot miskramen en misvormde baby’s, maar ook daar wordt een verband ontkend. Dr. Vierra Scheibner schrijft:

Huisartsen worden aangemoedigd om aan te geven wat er bekend is aan bewijzen, niet om anekdotische geruchten te verspreiden. De beschikbare feiten zijn dat na een Gardasil-injectie tienduizenden meisjes over de hele wereld dezelfde symptomen ontwikkelen: syncope (flauwvallen), anafylaxie, pijn, vermoeidheid, toevallen, opstijgende verlamming (Guillain-Barré), en dood door hartfalen en bloedproppen. Waar zijn de rapportages van het uit de lucht komen vallen van deze verschijnselen voorafgaand aan vaccinatie? Waargenomen reacties zijn feiten. Geruststellende woorden over effectiviteit en veiligheid zijn niet-bevestigde geruchten. – blz. 123-4

Op de volgende website zijn inmiddels meer dan 250 gevallen van vaak ernstige ‘bijwerkingen’ van Gardasil gerapporteerd door meisjes en moeders die zich geen raad weten: http://www.medications.com/se/gardasil.

Désirée Röver reikt in haar laatste hoofdstuk kort enkele wat zij ‘levensconforme oplossingen’ voor HPV-infecties noemt aan, zoals goede voeding, ontgifting, en bepaalde vitaminesupplementen (vooral vitamine C en foliumzuur) om HPV-infectie op een afstand te houden dan wel uit te schakelen. Ook adviseert ze om eventueel van homeopathie gebruik te maken om mogelijke vaccinatieschade op te lossen.

Aan de geestelijke, mentale en emotionele kant van ziekte wordt in onze tijd nauwelijks aandacht besteed, hoewel de auteur een paar keer kort wijst op de psychische kant van ziekten. Ziekten worden vaak gezien als een ongelukkig toeval, of een straf, maar in de theosofische literatuur wordt aangegeven dat de oorzaken van ziekten in onze diepere innerlijke lagen liggen en geen toeval zijn. Ze worden veroorzaakt door onze innerlijke onevenwichtigheden die zich verplaatsen naar het fysieke gebied. Het is een poging van de natuur om ons te helpen te veranderen en innerlijke harmonie te herstellen. Het is voor ons vaak moeilijk om in te zien of te willen begrijpen dat ziekten deel uitmaken van onze levensreis en een verhulde zegen zijn voor het versterken van onze ziel, want ze beproeven ons geduld, maken ons milder en begrijpender naar andere mensen, en zorgen er vaak voor dat we gaan nadenken over de grote levensvraagstukken.

     – Coen Vonk

 

Voor meer informatie zie: ‘Vaccinatie: een onderzoek van haar schaduwzijde’, Sunrise, herfst 2007.

 

Andere artikelen over geneeskunde

 


Uit Impuls (Nieuwsbrief voor leden van het Theosofisch Genootschap), september 2009, nr. 48.

© 2009 Theosophical University Press Agency