Levensregels
T. Subba Row

 

In The Theosophist van januari 1885 geeft T. Subba Row het volgende antwoord op een brief van ‘dhr. F.’

Onze correspondent dient altijd te onthouden dat een volmaakte mens niet op maat wordt gemaakt maar een product is van evolutie. Wijsheid is niet een kwestie van iets uit een boek leren maar van groei. Algemene gedragsregels kunnen worden gegeven, maar de juiste toepassing ervan vergt onderscheidingsvermogen. . . . Iemand die zijn jas zou weggeven aan de eerste die erom vraagt, zou een dwaas zijn, en iemand die, na op de ene wang te zijn geslagen, zijn andere wang zou toekeren om nog een klap te krijgen, zou een idioot en een lafaard zijn en een pak slaag volkomen verdienen!

De uitspraken van Christus, Boeddha, Confucius en anderen zijn in de bloemrijke taal van het oosten uitgedrukt, en degene die ze letterlijk opvat, maakt een even grote fout als degene die ze van de hand wijst. Als zij voor liefdadigheid pleiten, willen ze geen verkwisters van ons maken; als zij ons van nederigheid doordringen, willen ze geen lafaards scheppen; als zij onzelfzuchtigheid leren, willen ze niet dat we bedelaars worden die afhankelijk zijn van de arbeid van anderen voor ons bestaan.

Rechtvaardigheid betekent niet alleen rechtvaardigheid tegenover anderen maar ook tegenover onszelf. En hij die te ver gaat in de ene richting maakt een even grote fout als hij die te ver gaat in de andere richting. . . . Een deugd die zonder gematigdheid wordt beoefend wordt een misdaad. Het punt van evenwicht weten te vinden is het grote geheim van de adept, en dit kan niet worden onderwezen maar moet door ervaring worden geleerd, waardoor scherpzinnigheid en deugdzaamheid zich in wijsheid zullen verenigen.

Dhr. F. maakt een veel voorkomende fout wanneer hij over de vermogens en privileges van een adept spreekt. Iemand die dit stadium heeft bereikt mag geen munten slaan, geen goudstaven maken, geen kleding voor zichzelf scheppen, of zijn eten uit de ether halen. Dit is de gewoonte van diegenen die de ontaarde wetenschap van zwarte magie beoefenen.

De echte adept zou ophouden een adept te zijn als hij zijn psychische vermogens voor zelfzuchtige doeleinden zou gebruiken. In bijzondere omstandigheden is hij vrij om daarvan gebruik te maken ten behoeve van waardige mensen die in armoede of ellende verkeren of voor de mensheid in het algemeen. Dit is in feite een van de hoofddoelen van adepten, en er zijn crises waarin een aantal adepten hun psychische vermogens bundelen voor het welzijn van een deel van de mensheid of van de mensheid als geheel, zoals een aantal mensen hun spierkracht op het laagste gebied kunnen bundelen om een mechanisch resultaat te bereiken. De aspiratie van de kandidaat-adept is: leren zodat hij onderricht kan geven, wijs worden zodat hij kan begrijpen, en geestelijk sterk worden zodat hij hulp kan bieden aan degenen die zwak maar bereidwillig zijn.

Als onze correspondent nog steeds verlangt naar een specifieke omschrijving van de stappen naar zelfverzakende filantropie, waardoor men zich van het grove gebied naar het spirituele gebied kan verheffen, moeten we hem wijzen op die beknopte en heel eenvoudige ethische regels die we van alle Ouden hebben geërfd en die de hoogste wijzen van vandaag onderschrijven. De leer van Zoroaster is in drie woorden samen te vatten: ‘goede gedachten’, ‘goede woorden’, ‘goede daden’. Men hoeft zich geen zorgen te maken of men zich in Sherman, Texas, of in Madras, India, bevindt, als men geneigd is dit voorschrift uit te proberen. En nirvana, of mukti, staat even veraf van beide plaatsen!

– vertaald uit het boek T. Subba Row Collected Writings, 2:298-300

Theosofie, het Theosofisch Genootschap, theosofen


Uit Impuls (Nieuwsbrief voor leden van het Theosofisch Genootschap), maart 2003, nr. 23.

© 2003 Theosophical University Press Agency